Woningkopers kunnen aan de slag

Geschreven door Hans Broeren op .

Tijdens de afgelopen maanden hebben bijna alle deskundigen aangegeven dat zij goede verwachtingen hebben over de ontwikkelingen van de koopwoningmarkt. Na eind 2013 verwacht men meer belangstelling van kopers. Dit ondanks of dankzij het Woonakkoord van de regering met enkele oppositiepartijen in de Tweede Kamer?

Ten gevolge van het gestegen aanbod van te koop aangeboden woningen en de afgenomen vraag daarnaar daalden de koopprijzen van woningen. Deze beweging van koopprijzen bij het veranderen van vraag en aanbod noemen economen prijselasticiteit. Bij een grotere vraag dan aanbod van koopwoningen stijgen de prijzen en andersom dalen ze. De vraag naar bestaande koopwoningen zal stijgen omdat de bevolking groeit en het aanbod van nieuw gebouwde woningen voorlopig vrijwel geheel is weggevallen. Tevens zal er een inhaalvraag ontstaan, omdat velen hun aankopen hebben uitgesteld en men niet langer wil wachten nu de koopprijzen in verhouding laag zijn.

Daarom hoop ik ook dat de verlaging van de Nationale Hypotheekgarantie van 320 duizend euro naar 290 duizend euro met ingang van 1 juli 2013 niet zal doorgaan. Deze verlaging zou een slecht signaal zijn voor aspirant kopers die zich nu voor het eerst of eindelijk weer op de koopwoningmarkt begeven. De hypotheekgarantie is met name zo gunstig voor woningkopers omdat zij dan voordeliger en eenvoudiger een hypotheeklening kunnen krijgen van de banken die daarmee nog steeds niet zo meegaand zijn. De (staats) banken moeten zich realiseren dat wij, de belastingbetalers in dit land, hen om die reden op de been hebben gehouden. Ook kunnen zij gemakkelijk de hypotheekrente met minimaal één procent verlagen en daarmee de koopwoningmarkt een flinke steun in de rug geven, in plaats van met dat extra procent hun financiële buffers nog meer te spekken.

Ik vind de 30 jarige annuïteitenhypotheek die acceptabel is om de hypotheekrenteaftrek voor de Inkomstenbelasting (IB) zeker te stellen helemaal zo gek nog niet. Het in 30 jaren aflossen van een hypotheeklening is goed voor de financiële soliditeit van woningeigenaren en het sluit aan bij de 30 jaren fiscale aftrekbaarheid van hypotheekrente die we al kennen uit 2001 (Zalm). Voor hen die sneller willen aflossen bestaat de lineaire hypotheeklening, waarbij men in tegenstelling tot de annuïteitenlening aflossing ieder jaar minimaal een vast bedrag aflost. Bij annuïteiten begint u met bijna alleen maar rente, na drie jaar minder rente en steeds meer aflossing te betalen. De variant van minister Blok om de helft van een hypotheeklening via annuïteiten te financieren en de andere helft niet aflosbaar maar ook niet voor de IB aftrekbaar schiet zijn doel voorbij en getuigt niet van enige praktische kennis van de koopwoningmarkt. Sorry meneer Blok!

Een ander onderdeel van het Woonakkoord van 13 februari 2013 is het aanpakken van scheefhuren. Daarbij betalen mensen een lage (sociale) huurprijs terwijl ze een hoog salaris ontvangen. Sociale huurwoningen zijn bedoeld voor hen met een laag inkomen en deze woningen zijn met flinke subsidies gebouwd. De inkomensgrenzen zijn 33.614 en 43 duizend euro per jaar, deze huurders krijgen een extra huurverhoging per 1 juli 2013 van respectievelijk 2 en 4 procent boven de inflatie. Een moeilijkheid is nog hoe de verhuurder te weten komt in welke inkomensgroep de huurder valt. Ik ken enkele particuliere verhuurders die daar nog steeds niet achter zijn gekomen. Naar ik aanneem lost minister Blok dat nog dit jaar op. De bedoeling van deze extra huurverhogingen is dat de scheefhurende huurders het door deze hogere huurprijzen het aantrekkelijker vinden om een woning te gaan kopen. Een nieuwe pijler om de koopwoningmarkt te stimuleren.

Tot slot de btw: 6 % voor verbouwingen en onderhoud aan bestaande woningen. Was de stap om de btw om nieuwbouwwoningen te verlagen van 21 naar 6 procent nu echt te groot? Nu wordt er ook geen nieuwbouwwoning verkocht, dus er komt niets aan btw binnen. Dus verlaag de btw en er komt tenminste iets aan btw binnen. Vergelijk de overdrachtsbelasting die – gelukkig – 2 procent is gebleven.