| |
Uit een recente evaluatie van de gemeente Amsterdam blijkt dat het aantal
gesplitste woningen vanaf 1 oktober 2002 tot 1 oktober 2003 flink tegenviel.
Zoals ik eerder in het blad van de vereniging had voorspeld dat zou gebeuren.
Grote wijzigingen in de gemeentelijke splitsingsregels hoeft u helaas
niet te verwachten, wel kunt u enkele kleine aanpassingen tegemoet zien.
Het tegenwerken van deze gemeente om huur- en koopwoningen te splitsen
sloeg in 2002 om in met tegenzin meewerken aan splitsingen. Om die tegenzin
te effectueren maakte men de zogenaamde nieuwe splitsingsregels veel te
ingewikkeld en uitgebreid. Tevens verzekerde men zich niet van de medewerking
van de stadsdeelbesturen en zorgde men niet voor voldoende kennis en capaciteit
bij de uitvoerende stadsdelen. Dat geeft de gemeente nu in haar evaluatie
toe.
Enerzijds hebben de particuliere aanvragers van splitsingsvergunningen
zich de ingewikkelde materie enigszins meester gemaakt en stijgt het aantal
aanvragen nu geleidelijk. Anderzijds leren de ambtenaren inmiddels beter
om te gaan met de nieuwe manier van werken. Maar het kan allemaal nog
veel beter. Aanvragers van splitsingsvergunningen ergeren zich flink aan
een aantal zaken bij de uitvoerende stadsdelen. Er is geen gelijke aanpak
van de stadsdelen van splitsingen, iedereen vindt opnieuw het wiel uit.
Dit lijkt me in een relatief kleine gemeente als Amsterdam toch geen probleem
om een werkwijze en procedure in haar stadsdelen uniform te maken. Veel
stadsdelen tonen weinig initiatief om met particuliere eigenaren plannen
te ontwikkelen om (huur-) woningen te splitsen. Zelfs de leges verschillen
per stadsdeel. En ook de restitutie ervan indien een splitsing niet doorgaat.
Dit kom ik overigens ook tegen als een aanvraag bouwvergunning wordt ingetrokken.
Deze gelijkschakeling lijkt mij eenvoudig op te lossen. Waarom dat niet
meteen geregeld?
Naar aanleiding van deze evaluatie hoopt het gemeentebestuur ook met enkele
wijzigingen van de regels te komen. Zo zullen de categorieën 'Voormalige
woningen boven winkels' en 'Funderingsherstel' komen te vervallen en
onder
de categorie 'Samenvoegen' terecht komen.
|
|
Want voor de te vervallen gevallen zijn bijna geen aanvragen binnengekomen.
Dit is weer zo'n geval waarbij de overheid met haar regeltjes zich in
de eigen staart bijt.
Al bij het invoeren van de nieuwe regels per 1 oktober 2002 zei iedereen
al dat de regeling veel te gedetailleerd was en veel te theoretisch. Dit
is ook het geval met wijzigingen van ondergeschikt belang bij een bestaande
splitsing. Zoals het ruilen van zolderkamers en bergingen of het laten
vervallen hiervan ten gunste van een (ander) appartementsrecht. Deze regeling
leidde tot een chaos, illegale constructies en hoge kosten voor appartementseigenaren.
Deze ondergeschikte wijzigingen worden weer vrij van een splitsingsvergunning,
zij het dat de notaris deze en alle wijzigingen voortaan zal melden aan
de gemeente. De gemeente zal dan moeten beoordelen of er nog een bouwvergunningen
nodig is of was geweest.
Het voorgenomen aantal te splitsen huurwoningen onder de huursubsidiegrens
van 19 duizend in vier jaren, lijkt vooralsnog voor deze gemeente onhaalbaar.
Zeker als haar tegenzin hiertegen niet afneemt en uiteindelijk echt verdwijnt.
Per 1 oktober 2003 is het aantal koopwoningen in Amsterdam 22 procent
van alle woningen, landelijk is dat 52 procent. Dus 78 procent van alle
woningen zijn huurwoningen en veelal in de goedkope sector. De hoofdstad
blijft arm met het laagste gemiddelde inkomen van ons land. Om dit op
te lossen moet ze mensen aan trekken die werken en geld uitgeven. Bijvoorbeeld
een appartement of huis kopen, althans indien die te vinden zijn. Volgens
mij is er op de koopwoningmarkt genoeg belangstelling aan de zijde van
de kopers. Kijk maar naar de statistieken van de NVM: mensen kopen nog
steeds woningen, dure en goedkope. En daar gaat het om.
|
|