| |
Bij het kopen van een huis of
appartement is het goed opletten geblazen. Want daarbij gaat het om grote
bedragen, waarschijnlijk de grootste aanschaf die u een of twee keer in
uw leven doet. Koopt u een woning, dan is het belangrijk dat juridisch
alles klopt, dat u het kunt betalen, maar ook dat u niet voor technische
verrassingen komt te staan.
De verkoper van een woning heeft een mededelingsplicht. Dat betekent dat
de verkoper alles dat hij weet of moet weten van zijn te verkopen woning
aan de kandidaat-koper moet mededelen. Dit kan gaan over een ondergrondse
olietank, slechte fundering, vocht in vloeren en muren, hoe oud de centrale
verwarmingsketel is, verontreinigde grond in de tuin en zo verder. Daarentegen
heeft de kandidaat-koper een onderzoeksplicht. De koper moet – zeker
bij twijfel – eigen onderzoek doen naar de bouwkundige toestand
van een pand. Daartoe kan hij een bouwkundig rapport door een deskundige
laten opstellen, daarmee weet hij wat hij koopt. Ook moet de koper zich
ervan overtuigen dat een gemeente bijvoorbeeld geen drukke snelweg in
de nabijheid van de woning wil aanleggen.
Koper mag verwachten dat hij de gekochte woning ook als woning kan gebruiken.
Men noemt dit het conformiteitsbeginsel. Koopt u nu een stal, u meldt
niet aan de koper dat u daarin wilt wonen en u komt er achter dat het
dak van de stal veel asbest bevat en dat de gemeente ook niet wil meewerken.
Dan kunt u de verkoper daarop niet aanspreken, want dan had u dat anders
van tevoren moeten melden, onderzoeken en in de koopakte doen opnemen.
|
|
Onlangs las ik over de mededelingsplicht
een aardige uitspraak van de kantonrechter te Dordrecht. Voor de liefhebbers:
10 november 2005 met kenmerk 166123CVEXPL05-5724. Deze zaak ging over
een niet (goed) werkende openhaard.
Kopers kochten een woonhuis met tuin en kregen dit op 1 februari 2005
geleverd van verkoper. Blijkbaar kwamen kopers er snel achter dat de openhaard
niet (goed) functioneerde en stelden de verkoper daarvoor aansprakelijk.
Men kwam er niet uit en zij zagen elkaar voor de kantonrechter.
Verkoper beweerde dat hij wel degelijk de kopers tijdens bezichtigingen
van het huis er op gewezen had dat de open haard niet (goed) functioneerde
en dat zij daarom die ruimte als TV-kastje in gebruik hadden genomen.
Daarnaast deed de CV-installatie het goed en kon men de woning goed verwarmen.
Daarvoor diende de openhaard niet. Dus stelde verkoper dat hij had voldaan
aan zijn mededelingsplicht en voldeed de woning aan het conformiteitsbeginsel.
Kopers ontkenden alles en stelden dat verkoper nimmer iets had gemeld
over de openhaard. Maar die stelling ging volgens de kantonrechter niet
op, want op de kopers rustte een onderzoeksplicht. Zij hadden zelf ook
onderzoek moeten doen naar het functioneren van de open haard. En de kantonrechter
was het met de verkoper eens dat met een goede CV-installatie het huis
goed te verwarmen was, dus conform de koper daarvan mocht verwachten.
De koper verloor dus zijn eigen rechtszaak en bleef achter met een flinke
kater en zonder openhaard.
|
|