| |
Het komt nog voor dat instellingen
en bedrijven woningen in eigendom hebben die zij aan hun personeel ter
beschikking stellen of verhuren. De huur van zo’n dienstwoning
is dan verbonden aan de arbeidsovereenkomst die iemand heeft met dat
bedrijf. Tijdens die arbeidsperiode bestaat voor de huurder geen huurbescherming,
maar daarna wel.
Een dienstwoning is een woning bestemd voor een ondernemer of zijn personeel.
En, deze dienstwoning bevindt zich in of nabij het bedrijfspand of in het
werkgebied. De werkelijke registratie of een woning wel of geen dienst-
of bedrijfswoning is, vindt u bij de dienst wonen of volkshuisvesting van
een gemeente. Een vermelding dienstwoning in een koop- of leveringsakte
is niet doorslaggevend. De te betalen huurprijs valt niet onder de huurprijscontrole
die de huurcommissie uitvoert, en de huurperiode loopt – als het
goed is – gelijk aan de duur van het dienstverband.
Dat betekent dat als het dienstverband van een werknemer eindigt en hij
bewoont een dienstwoning van zijn werkgever, de werknemer de huurwoning
moet verlaten. Een beroep op huurbescherming is dan tevergeefs. Rechters
zijn daarin heel duidelijk.
Dat blijkt ook uit een uitspraak of arrest van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch
van 26 april 2005 (www.rechtspraak.nl: LJN AT 6593). Een grondexploitatiebedrijf
in Limburg had in 1984 op eigen terrein aan een jachtopziener een dienstwoning
ter beschikking gesteld (verhuurd) zo dat hij de aldaar gelegen bossen
kon beheren. Eind 2002 eindigde het dienstverband van de jachtopziener
met het grondexploitatiebedrijf. De voormalige jachtopziener deed bij de
kantonrechter beroep op huurbescherming en wilde de woning niet ontruimen.
Hij kreeg gelijk van deze kantonrechter.
|
|
Maar de raadsheren (m/v) van
dit gerechtshof waren het daarmee niet eens en vernietigden het vonnis
van de kantonrechter. Vervolgens wees het gerechtshof de eis van de voormalige
werkgever toe en de ex-jachtopziener moest zijn dienstwoning uit. Want
stelden de raadsheren, de betreffende woning was de jachtopziener ter
beschikking gesteld omdat die woning in belangrijke mate kon bijdragen
aan een goede taakvervulling door hem.
Had de werkgever de jachtopziener
na zijn ontslag nog jaren in die woning laten wonen, dan had de woning
niet meer het karakter van een dienstwoning behouden. Daarmee had deze
huurder de gewone huur- en huurprijsbescherming genoten als de meeste
huurders in ons land. Maar helaas, zijn werkgever was blijkbaar op de
hoogte van deze regels.
Daarom adviseer ik iedereen die een dienst- of bedrijfwoning huurt van
zijn of haar baas, zich er tijdig van te overtuigen of u die woning na
einde dienstverband moet verlaten of niet. Want, zo vaak gebeurt het niet
meer dan werknemers in het bedrijfpand of op het terrein van hun bedrijf
moeten wonen. En, waarom zou u vertrekken uit een (dan voormalige) dienstwoning
als u er altijd met plezier heeft gewoond. Daarbij komt dat in bepaalde
stedelijke gebieden in ons land het niet zo eenvoudig is een goede betaalbare
huurwoning te vinden.
|
|