ARTIKELEN UIT DE TELEGRAAF WOONKRANT

 

geplaatst 14 december 2005

Huur van een dienstwoning

<< terug

 

Het komt nog voor dat instellingen en bedrijven woningen in eigendom hebben die zij aan hun personeel ter beschikking stellen of verhuren. De huur van zo’n dienstwoning is dan verbonden aan de arbeidsovereenkomst die iemand heeft met dat bedrijf. Tijdens die arbeidsperiode bestaat voor de huurder geen huurbescherming, maar daarna wel.

Een dienstwoning is een woning bestemd voor een ondernemer of zijn personeel. En, deze dienstwoning bevindt zich in of nabij het bedrijfspand of in het werkgebied. De werkelijke registratie of een woning wel of geen dienst- of bedrijfswoning is, vindt u bij de dienst wonen of volkshuisvesting van een gemeente. Een vermelding dienstwoning in een koop- of leveringsakte is niet doorslaggevend. De te betalen huurprijs valt niet onder de huurprijscontrole die de huurcommissie uitvoert, en de huurperiode loopt – als het goed is – gelijk aan de duur van het dienstverband.

Dat betekent dat als het dienstverband van een werknemer eindigt en hij bewoont een dienstwoning van zijn werkgever, de werknemer de huurwoning moet verlaten. Een beroep op huurbescherming is dan tevergeefs. Rechters zijn daarin heel duidelijk.

Dat blijkt ook uit een uitspraak of arrest van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 26 april 2005 (www.rechtspraak.nl: LJN AT 6593). Een grondexploitatiebedrijf in Limburg had in 1984 op eigen terrein aan een jachtopziener een dienstwoning ter beschikking gesteld (verhuurd) zo dat hij de aldaar gelegen bossen kon beheren. Eind 2002 eindigde het dienstverband van de jachtopziener met het grondexploitatiebedrijf. De voormalige jachtopziener deed bij de kantonrechter beroep op huurbescherming en wilde de woning niet ontruimen. Hij kreeg gelijk van deze kantonrechter.

 

Maar de raadsheren (m/v) van dit gerechtshof waren het daarmee niet eens en vernietigden het vonnis van de kantonrechter. Vervolgens wees het gerechtshof de eis van de voormalige werkgever toe en de ex-jachtopziener moest zijn dienstwoning uit. Want stelden de raadsheren, de betreffende woning was de jachtopziener ter beschikking gesteld omdat die woning in belangrijke mate kon bijdragen aan een goede taakvervulling door hem.

Had de werkgever de jachtopziener na zijn ontslag nog jaren in die woning laten wonen, dan had de woning niet meer het karakter van een dienstwoning behouden. Daarmee had deze huurder de gewone huur- en huurprijsbescherming genoten als de meeste huurders in ons land. Maar helaas, zijn werkgever was blijkbaar op de hoogte van deze regels.

Daarom adviseer ik iedereen die een dienst- of bedrijfwoning huurt van zijn of haar baas, zich er tijdig van te overtuigen of u die woning na einde dienstverband moet verlaten of niet. Want, zo vaak gebeurt het niet meer dan werknemers in het bedrijfpand of op het terrein van hun bedrijf moeten wonen. En, waarom zou u vertrekken uit een (dan voormalige) dienstwoning als u er altijd met plezier heeft gewoond. Daarbij komt dat in bepaalde stedelijke gebieden in ons land het niet zo eenvoudig is een goede betaalbare huurwoning te vinden.