ARTIKELEN UIT DE TELEGRAAF WOONKRANT

 

geplaatst 19 oktober 2005

Renoveren zonder huurder

<< terug

 

Huurders van woningen hebben in ons land een sterke positie, volgens verhuurders een veel te sterke. Huurbescherming is een goede zaak, maar sommige huurders vragen wel erg veel. Sinds de nieuwe huurregels op 1 augustus 2003 van kracht werden, is er op dit terrein veel duidelijkheid gekomen.

Voor de liefhebbers verwijs ik naar de artikelen 7: 274 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel gaat over redenen waarop een huur van een woning kan eindigen. Slechts een (kanton-) rechter kan zo’n beëindiging uitspreken.

Een huur van een woning kan bijvoorbeeld eindigen omdat een huurder zich als een slecht huurder gedraagt. Of als de verhuurder zelf de vorige bewoner is en hij weer terug wil in zijn woning. Of als de verhuurder de woning voor dringend eigen gebruik nodig heeft. Dit is niet eenvoudig aan te tonen en daarvoor moet u zich juridisch goed laten adviseren.

Een andere reden om de huur te verbreken wegens dringend eigen gebruik is, als de verhuurder de woning samen met andere woningen moet renoveren en dit slechts mogelijk is als de huurder de woning verlaat. Hierbij kunt u denken aan complexgewijze renovaties waarbij panden met meer huurwoningen als het ware gestript worden en na een grondige renovatie er zo goed als nieuw uitzien. Zo’n renovatie is niet uitvoerbaar als er nog een of twee huurders achterblijven. En, de verhuurder door die twee bewoonde woningen de renovatie niet (goed) kan uitvoeren. In dit soort gevallen zal de verhuurder voor de huurders die weggaan andere woningen beschikbaar stellen, huurders hebben dan ook recht op een verhuisvergoeding. Nog afgezien van het feit dat huurders meestal een terugkeergarantie krijgen, waarvan niet alle huurders gebruik maken omdat ze zich senang voelen in hun nieuwe woning. Het komt voor dat woningen die na renovatie niet verhuurd zijn aan teruggekeerde huurders, door de verhuurder worden verkocht. Dit mede ter dekking van de renovatiekosten en in het kader van het regeringsbeleid om meer huurwoningen te verkopen.

 

Nu zijn er altijd enkele huurders die in een situatie van een grote renovatie in een blok van huurwoningen niet weg willen. Dat gebeurde in de regio Amsterdam. Een huurder wilde niet weg, terwijl hij een terugkeergarantie had gekregen. Hij vertrouwde de verhuurder blijkbaar niet en verdacht hem er van de huurders onder het mom van renovatie uit te plaatsen om daarna de gerenoveerde woningen te verkopen. De kantonrechter had de huurder al in het ongelijk gesteld, maar de huurder zocht het hogerop. Ik las in het blad Huur en Verhuur (nummer 2005/171) dat het Gerechtshof Amsterdam op 21 april 2005 deze huurder ook in het ongelijk heeft gesteld. Deze raadsheren vonden ook een terugkeergarantie voor de huur voldoende en zij stelden ook dat het huurder niet aanging dat de verhuurder na voltooiing van de renovatie een aantal woningen zou verkopen.

Juist deze grootscheepse renovaties in plaats van het slopen van grote gedeelten van woonwijken zijn van groot belang in het kader van stadsvernieuwing. Inderdaad moeten huurders dan in sommige gevallen opschuiven, maar als dit keurig gebeurt, gaat het belang van gehele meer leefbare woonwijken voor.