ARTIKELEN UIT DE TELEGRAAF WOONKRANT

 

geplaatst 20 april 2005

Huizenprijzen

<< terug

 

De prijzen van koopwoningen laten vanaf 1986 een stijgende lijn zien. Daarentegen is de hypotheekrente sinds dat jaar gedaald tot een historisch laagtepunt. Zo lang de overheid geen onhandige dingen uithaalt met bijvoorbeeld de aftrek van de hypotheekrente genieten velen van deze gunstige huizenmarkt. Toch merk ik dat mensen klagen dan hun huis een of twee jaar te koop staat. Eigen schuld?

Afgelopen week hebben het Kadaster en de makelaarsvereniging NVM hun verkoopprijzen over de afgelopen maanden gepubliceerd. Die zagen er helemaal niet zo slecht uit, hier en daar een kleine stijging en ook wel een kleine daling. Maar over het algemeen genomen, zeker over de laatste jaren gezien, is de koopwoningmarkt best stabiel geweest. Daarom blijf ik me verbazen over de zure reacties van enkele media, die maar lijken te hopen dat de koopwoningmarkt snel instort. Voor de komende jaren moet ik die pessimisten teleurstellen. Zolang de hypotheekrente niet al te gek stijgt, de economische groei hoe gering ook aanwezig is, de werkloosheid niet al te hoog oploopt, de vraag naar woningen groot blijft en de aftrek van de hypotheekrente niet te snel en onhandig wordt afgeschaft, gaat het goed. Ik vind ook dat de NVM beter moet communiceren over haar verkoopcijfers per kwartaal. (Teveel houden woonconsumenten de indruk dat het gaat om dat precieze cijfer dat een gemiddelde woning in ons landje circa 216 duizend euro kost. Het is als met het weer: mensen hebben behoefte aan een barometer. Belangrijk is te weten hoeveel huizen te koop staan en hoe lang. Hoeveel huizen en appartementen verkocht werden, en na hoeveel tijd. Waarom staan huizen en flats een jaar te koop, is de vraag te hoog en zo ja hoeveel? Hoeveel zijn de verschillen tussen de vraag- en verkoopprijzen in bepaalde regio’s? Waarom gaat verkoop van een vrijstaand huis in de ene regio sneller en beter dan in een andere regio? Wat zijn de economische invloeden per regio op de koopwoningmarkt? Met zulke informatie zou de NVM haar (potentiële) klanten, en dat zijn er meer dan drie miljoen een dienst bewijzen.)

 

In bepaalde kranten lees ik een klein berichtje dat de koopprijzen van woningen nog steeds niet dalen, maar (voorzichtig) stijgen. Een groot bericht gaat over huizen en appartementen die een of twee jaar te koop staan. In zo’n bericht lees ik geen kennis van zaken. Dus laat u niets wijsmaken. Als u namelijk zo’n klacht over een lange verkooptijd goed zou bekijken, merkt u dat er meer aan de hand is. Bijvoorbeeld: iemand heeft in 1999, toen de ICT-zeepbel op de effectenbeurs nog niet was geknapt voor veel geld een duur huis gekocht. Het kon toen niet op en hij nam een flinke hypotheeklening. De tijden zijn inmiddels veranderd en ook voor die grote huizen, zijn minder kopers en veel eigenaren kunnen zo’n dure huis met een grote hypotheeklening niet meer betalen. Dus veel aanbod en weinig vraag naar grote dure huizen. Dat betekent dat de prijzen lager zijn dan in de dolle jaren van 1999. Als zo’n eigenaar wil verkopen en denkt dezelfde koopprijs als in 1999 te kunnen behalen, heeft hij een probleem. Zeker als hij de verkoopopbrengst nodig heeft om zijn hypotheekschuld af te lossen. Maar gelukkig zijn er, in tegenstelling tot het beeld in de media, in verhouding tot de andere drie miljoen koopwoningen, niet zoveel grote dure huizen. In het algemeen scoren mensen die in gemiddelde huizen en flats wonen aardig goed met hun verkoopopbrengst en komen daardoor niet in de problemen. Ook het aantal gedwongen verkopen op veilingen door hypotheekbanken valt nog alleszins mee. Laat u niet van de wijs brengen als u leest of hoort dat dit aantal verdubbeld is, want daarmee bedoelt men dat er geen 300 veilingen waren maar 600. En dat valt best mee tegenover meer dan drie miljoen tevreden huizenbezitters.