| |
De sociale verhuurders van ons
land, de corporaties, moeten veel meer van hun huurwoningen verkopen
dan ze nu doen. Niet alle, maar wel veel huurders willen immers hun huurwoning
kopen. De corporaties lijken niet erg bereid te verkopen, want de vele
huurwoningen die zij bezitten vormen namelijk een aardig kapitaal en
dat willen zij niet verkleinen. En, nieuwe huurwoningen bouwen die te
weinig huur opbrengen, daarop zitten zij niet te wachten.
De landelijke politiek moet de woningcorporaties veel meer onder druk zetten
om hun huurwoningen te koop aan te bieden aan de zittende huurders en als
die woningen door vertrek van een huurder leegkomen, deze aan ieder ander
te verkopen. Dat laatste heet uitponden. Uitponden was in de jaren 1970
tot en met 1980 een vies woord dat men in verband bracht met louche huizenhandelaren.
Nu pondt iedere eerbare huizenbezitter zijn lege huurwoning uit door verkoop
aan even eerbare huizenkopers. Het kan verkeren in dit landje.
Huurders die hun huurwoning te koop aangeboden krijgen moeten zich goed
bedenken voor ze weigeren te kopen. De betaalde huren worden er in de komende
jaren echt niet lager op. De huurprijzen zullen sterker stijgen dan we
gewend zijn. De oude puntentelling om huurprijzen te berekenen, gaat binnen
enkele jaren (eindelijk) overboord en het nieuwe systeem zal leiden tot
veel hogere huurprijzen van woningen. De regering zal veel strenger worden
op het toekennen van huursubsidie, want het totale bedrag van uitbetaalde
huursubsidie is volstrekt uit de hand gelopen. Alleen voor hen die een
bepaalde huurwoning nodig hebben en die volgens hun inkomen en vermogen
de volledige huur niet kunnen betalen, zullen nog in aanmerking komen voor
huursubsidie. Ook zij die in een sociale huurwoningen zitten met een veel
te lage huur in verhouding tot hun hoge inkomen, moeten er rekening mee
houden dat overheden hen zullen stimuleren (!) om te verhuizen naar een
duurdere huurwoning of naar een koopwoning. Voor al die mensen kan kopen
wel eens goedkoper uitvallen dan blijven huren. Er blijven altijd mensen
die om welke goede reden dan ook blijven huren, dat is hun goed recht.
|
|
Met de verkoopopbrengst van
de huurwoningen kunnen corporaties weer nieuwe huurwoningen bouwen, duurdere
en goedkope. Dat is per slot van rekening hun taak, zij bestaan immers
bij gratie van de vele belastinggelden die namens u en mij in hun kas
gestopt zijn, tijdens de vele afgelopen jaren.
Krijgt u uw huurwoning te koop aangeboden, aarzel dan niet om een deskundige
in te schakelen. Het valt voor een leek niet gemakkelijk om zelf een woning
te kopen. Is de vraagprijs niet te hoog? Geeft de woningcorporatie wel
een voldoende huurderskorting? Trap niet in een antispeculatie-beding,
waardoor u bij verkoop de winst moet delen met de corporatie. Snijdt u
niet in de vingers met een torenhoge erfpacht, die bepaalde gemeenten,
waterschappen en rijksdiensten nog steeds hanteren. Koopt u een flat of
appartement, dat u al jaren huurt, laat dan de splitsingsakte en dito tekening
goed nakijken. Zorg ook dat de nieuwe Vereniging van Eigenaars (VvE) voldoende
startkapitaal heeft om eventueel achterstallig of groot onderhoud uit te
voeren. Zorg voor een goed bestuur in de VvE en dat de administrateur zijn
vak verstaat. De verkopende corporatie hoeft niet persé de beste
administrateur te zijn!
Wilt u kopen, vraag dan enkele offertes aan voor uw hypotheeklening. Loop
eens binnen bij een echte onafhankelijke hypotheekadviseur en niet alleen
bij uw eigen bank. Denk ook eens aan de Nationale Hypotheekgarantie, die
u tegen een kleine premie kan behoeden voor grote verliezen als u bijvoorbeeld
uw inkomen(s) kwijt raakt. Koopt u een huis van de corporatie sluit dan
de goede verzekeringen: opstalverzekering voor brand-, storm- en waterschade,
inboedelverzekering, en de W.A.-verzekeringen Huiseigenaren. Om later bij
onverhoopte schade gedonder te voorkomen, kunt u al die verzekeringen het
best bij dezelfde maatschappij sluiten. Dus hiermee zit u start klaar als
u wilt kopen. Maar nu nog de woningcorporaties die moeten willen verkopen.
Of zijn zij als de kalkoenen, die ik ook niet vraag wat zij van het kerstfeest
vinden?
|
|