|
ARTIKELEN UIT DE TELEGRAAF WOONKRANT |
||||
| geplaatst
11 februari 2004 Tuinpad zorgt voor burenruzie |
<< terug | |||
Om huizen bereikbaar te houden
maken de bewoners gebruik van een (tuin-) pad. In veel gevallen ligt zo'n
pad op de erfgrens van de beide huizen en gebruiken de bewoners dat gezamenlijk
om van en naar hun huis te gaan. Bij eigenaren van huizen is dit vaak
geregeld via een recht van overpad of erfdienstbaarheid. Bij huurders
is dit geregeld in hun huurcontract, maar dat gaat niet altijd goed. In Delfzijl huurden twee buren hun huis bij dezelfde huisbaas. Hun tuinpad aan de voorzijde van hun huizen lag midden op de erfgrens van hun tuinen. Het tuinpad was 1,20 meter breed en bestond uit vier rijen stoeptegels van 30 x 30 centimeter. Ergens in 2002 ging de ene buurman met vakantie en de dag na zijn vertrek begon de andere buurman met een volledige verbouwing van zijn voortuin. Hij bestraatte de tuin met een groot terras en ruimde daarbij ook het gezamenlijke tuinpad. |
De verontruste buurman keerde spoorslags
terug van vakantie en merkte dat hij bij gebrek aan het gezamenlijke tuinpad
zijn voordeur nog slechts via het door de andere buurman aangelegde gras
kon bereiken. Dit accepteerde hij niet, maar hij kon blijkbaar de andere
buurman niet van zijn gelijk overtuigen. Dus sprak hij daarop de verhuurder
aan. De verhuurder gaf deze huurder gelijk en sprak vervolgens per vele
brieven de andere buurman aan, met het dringende verzoek het tuinpad weer
in zijn oorspronkelijke uitvoering terug te brengen. U begrijpt het al,
hij weigerde dat. Meer dan een jaar later kwam de kantonrechter er aan te
pas. Deze gaf de verhuurder gelijk en het pad moest weer aangelegd worden
en wel binnen 14 dagen na betekening (uitreiking) van zijn vonnis. Bij zijn
uitspraak baseerde de kantonrechter zich blijkbaar op artikel 7: 213 van
het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit is de verplichting dat de huurder zich
als een goed huurder moet gedragen. Door het tuinpad weg te halen zonder
toestemming van de buurman, had de andere buurman dienst rechten aangetast
en gedroeg hij zich niet als een goed huurder. @ Rechters zouden dat artikel vaker moeten gebruiken om overlast gevende huurders tot de orde te roepen. Maar het is altijd de verhuurder die dat artikel moet inroepen, want huurders hebben met elkaar geen rechtsverhouding die dat mogelijk maakt. Ik wens de verhuurders veel sterkte, als zij lastige huurders hebben. Want de getroffen huurders weten hun verhuurder dan te vinden en zwaaien met het wetboek dat is opengeslagen bij het betreffende wetsartikel. |