ARTIKELEN UIT DE TELEGRAAF WOONKRANT

 
geplaatst 3/12/2003
Burenrecht: Zure buren

<< terug
  Vooral in stedelijke gebieden geeft het aanleggen van dakterrassen en balkons veelvuldig aanleiding tot onenigheid. Buren vrezen inkijk en daardoor waardevermindering van hun huis of flat. Regels voor dit soort en andere kwesties zijn geregeld in het Burenrecht en deze regels bieden vaak uitkomst. Van waardevermindering is overigens niet zo snel sprake.

De meest gebruikte regels van het Burenrecht vindt u in het Burgerlijk Wetboek (BW) en wel in boek 5 artikelen 37 tot en met 84. De kwesties die daarin geregeld zijn variëren van overhangende takken van bomen of struiken, gezamenlijke of mandelige muren, het steiger- of ladderrecht, en het uitzicht dat uw ramen of balkons geven op het perceel van de buren. De balkons en dakterrassen zijn geregeld in artikel BW 5: 50.

U mag wel een dakterras of balkon aanbrengen, uiteraard als de gemeente dat ook goed vindt, maar u moet de juiste afstand ten opzichte van de buren in acht nemen. Heeft u vanaf uw nieuw balkon geen uitzicht op de tuin of het pand van de buren, dan geldt de wettelijke afstand niet. Is er sprake van uitzicht op de tuin of op het huis (inkijk) van de buren, dan moet u een afstand van twee meter tot de erfgrens van de buren bewaren. Gaat u over deze grens dan kan de buur u dwingen om uw balkon af te breken en u eventueel schade te laten betalen. Althans, zo staat dit in de wet.

Maar, nu de praktijk. Ik gun iedereen een zogenoemd buiten bij zijn pand of appartement. Het is me om het even of het een koop- of huurwoning betreft. Wilt u een dakterras of balkon bij uw huurwoning aanbrengen, zorgt u dan wel vantevoren voor een schriftelijke toestemming van de huisbaas. Het hebben van een balkon of terras is in de steden een groot goed. Tuinen zijn daar immers niet aanwezig of niet ruim bemeten. Die behoefte aan buiten zitten geeft aanleiding tot allerlei bouwsels op daken van panden. Hele daktuinen treft u aan in de hoofdstedelijke grachtengordel, maar ook in het chique Oudzuid van die stad. Door de hoge bouwdichtheden van zo=n stad doen gebruikers van die terrassen en balkons een groot beroep op de wederzijdse tolerantie van de bewoners in zo=n buurt. Het artikel BW 5: 50 handhaven is daar volstrekt onbegonnen werk en ik ken niemand die zich stoorde aan het balkon of terras van de buur in deze volgebouwde wijken.
  Tot ik werd gevraagd om te adviseren in een kwestie die zich afspeelde in de Artis-wijk in Amsterdam. Een van de buren had op de tweede verdieping van zijn woonhuis een mooi balkon laten aanbrengen. De andere buur die om de hoek woont stoorde zich aan dat balkon en vreesde niet slechts inkijk maar ook het wegnemen van (zon-) licht. U wilt het niet geloven, maar over deze kwestie heeft drie jaar een rechtszaak gelopen. De klagende buur beriep zich inderdaad op het eerdergenoemde artikel BW 5: 50. Terwijl de gemeente alle vergunningen had gegeven, bleek de afstand van de rand van het nieuwe balkon tot aan de erfgrens van de klagende buurman minder dan twee meter te zijn. Voor de rechter eiste de buurman inkorting of verwijdering van het balkon. Bleef het balkon aanwezig dan eiste hij vergoeding voor de waardevermindering van zijn huis door minder lichtinval en inkijk. Om deze waardevermindering aan te tonen had hij een of andere taxateur bereid gevonden daarvoor een flink bedrag te begroten. Tijdens een zitting van deze rechtbank heb ik die waardevermindering meteen van tafel geveegd. Er was volgens mij ook geen sprake van inkijk of minder lichtinval. De rechter zag ook wel in dat een compromis in die kwestie de aangewezen oplossing was. Die werd uiteindelijk in der minne gevonden door op de laatste meter van het balkon zodanig planten te plaatsen dat men daar niet kon zitten of staan. Daardoor was het idee dat men kon inkijken weggenomen en werd de vrede tussen de buren gesloten. Tevens was het een bewijs van de stelling: procederen is zilver en schikken is goud.