|
ARTIKELEN UIT DE TELEGRAAF WOONKRANT |
||||
| geplaatst 29/1/2003 nr 03397
Huurrecht: Huurder overleden en dan? |
<< terug | |||
| We hebben het met z=n allen zo druk
en goed, dat we geneigd zijn te vergeten dat ons bestaan op deze wereld
slechts van tijdelijke aard is. Mensen overlijden op een onverwacht moment,
ook huurders overlijden ooit. Daarom is het verstandig om een aantal zaken
voor de achterblijvers goed te regelen. Bijvoorbeeld het huurrecht van uw
partner en eventuele inwonende kinderen. De wettelijke huurregels beschermen de (mede-) huurder van een woning tegen de huidige, maar ook tegen een nieuwe eigenaar van het pand, waarin deze woning zich bevindt. Dezelfde bescherming genieten huurders tegenover de erfgenamen van de eigenaar/verhuurder. Niet alle erfgenamen van een huurder genieten deze huurbescherming. Is een huurder alleenstaand en de enige huurder, dan kan de verhuurder de huur beëindigen na overlijden van de huurder. Volgens de wet eindigt zo=n huur aan het einde van de tweede maand na het overlijden van de huurder. Overigens mogen de erfgenamen de huur eerder beëindigen, bijvoorbeeld aan het einde van de eerste maand na het overlijden van de huurder. Kost het de erfgenamen veel tijd om de woning leeg te krijgen, dan is het zinvol om de huur met een extra maand te verlangen. De meeste verhuurders werken daaraan mee en de erfgenamen betalen dan ook de huur van die extra maand, die op zich gelijk is aan de eerder betaalde huur. Aan het einde van een huur, dus ook na overlijden van de enige huurder, levert de huurder de woning leeg en schoon op aan verhuurder. Eventuele gebreken aan de woning, die in redelijke verhouding staan tot de ouderdom van de woning en door de erfgenamen van de huurder worden erkend, dienen zij te herstellen. De waarborgsom die de verhuurder nog van de overledene onder zich heeft, komt ten goede van de erfgenamen. Bestaat er huurachterstand en de erfgenamen accepteren de nalatenschap, dan moeten zij die huurachterstand betalen. |
Zijn er geen erfgenamen bekend en
kan de notaris in opdracht van de verhuurder bij het Centraal Testamentenregister
ook geen erfgenamen vinden, mag de verhuurder de woning binnentreden. De
verhuurder mag dan de inboedel verwijderen en moet die in het algemeen opslaan.
Dit heet de bewaarplicht. De inboedel kan hij dan overdragen aan een curator
die eventueel door de rechtbank in dit geval heeft aangewezen om de nalatenschap
af te wikkelen. Mocht er geen curator benoemd zijn en er geen erfgenamen
bekend zijn, dan kan de verhuurder deze ontruimde inboedel verkopen of (laten)
vernietigen. Maar hij moet dat niet te snel doen, omdat mocht er zich nog
iemand aandienen die aanspraak doet op de inboedel, hij de schade zal moeten
vergoeden. Een partner en een mede-huurder verkrijgt na overlijden van de hoofdhuurder een eigen huurrecht en daarmee huurbescherming. Dit hoeft niet te gelden voor inwonende kinderen, die niet op het huurcontract staan vermeld. Het lijkt onvoorstelbaar, maar het komt in de praktijk voor dat de verhuurder van de ouderlijke woning de kinderen van wie de ouders gelijktijdig zijn overleden, de huur opzegt. Dit heb ik van dichtbij een keer moeten meemaken, ik kon het niet verhinderen en dat speet me zeer. Ook komt het voor dat een gemeente vindt dat de achterblijvende kinderen geen recht (?) hebben op die huurwoning en ontruiming van zo=n woning aanzegt. Zo=n gemeente baseert zich dan op allerlei regeltjes en is daarvoor zelfs bereid om die kinderen (wezen) op straat te zetten. Dat gaat me echt te ver! -einde- |