| |
Huurders van bedrijfsruimten
mogen er van uitgaan dat daken van hun panden in orde zijn, zo dat er
geen sprake is van wateroverlast omdat het dak lekt. Regen- en smeltwater
kunnen voor een bedrijfsvoering erg schadelijk zijn. Schade aan voorraden,
inkomstenderving en het gehuurde niet (geheel) kunnen gebruiken vallen
een huurder ten deel. Moet de verhuurder daaraan meebetalen?
Het is de taak van een verhuurder om te zorgen dat bijvoorbeeld het dak
en de regenwaterafvoeren in orde zijn en dat hij die ook in orde houdt.
Uiteraard voor zover huurder en verhuurder in de huurovereenkomst daarover
geen andere afspraken hebben gemaakt. Dit gebeurt wel eens, dat huurder
het gehele onderhoud van het pand voor zijn rekening neemt tegenover een
gunstige huurprijs.
Maar, in het algemeen komt vernieuwing en onderhoud van het dak voor rekening
van de verhuurder. Komt het geval voor dat door bijvoorbeeld hevige regenval
de bedrijfsruimte ten gevolge van lekkage onder water komt te staan, dan
hebben huurder en verhuurder een probleem. Huurder kan zijn bedrijf niet
voeren, schade aan interieur en voorraden en lijdt inkomstenderving. De
verhuurder kan een flinke rekening tegemoet zien plus dat hij geen huur
zal ontvangen. Maar de bedragen van schade van de huurder moeten wel redelijk
en onderbouwd zijn.
De kantonrechter te Haarlem deed over een waterschadezaak op 14 december
2005 (nummer 269075/CV expl 05-3380) uitspraak. Omdat blijkbaar het dak
niet in orde was, ontstond een waterlekkage, stroomde de winkel en de
opslagruimte onder water en leed de huurder schade. Huurder claimde schade
aan voorraden en inkomstenderving en stopte met het betalen van de huur.
Daarop liep de verhuurder naar de kantonrechter en vorderde betaling van
zes maanden huurachterstand.
|
|
Tijdens de zitting bij de rechter
bleek dat de huurder slechts eenderde deel van zijn ruimte niet kon gebruiken
in verband met de ontstane lekkage. De waterschade aan de voorraden en
de inkomstenderving, vonden geen genade bij de rechter omdat de huurder
die schade niet echt kon aantonen.
De huurder moest van de kantonrechter wel de zes maanden huurachterstand
betalen, met dien verstande dat hij eenderde deel daarop in mindering
mocht brengen, omdat hij dat deel van de gehuurde ruimte niet kon gebruiken.
De verhuurder moest natuurlijk het dak deugdelijk repareren.
In de praktijk merk ik vaak dat huurders al te gemakkelijk wachten op
de verhuurder dat hij eens in actie komt om bijvoorbeeld een slechte dakbedekking
te vernieuwen. Maar, zo’n verhuurder komt niet iedere dag in dat
pand en in het belang van huurders en verhuurders kunnen huurders best
wat eerder bij verhuurders aan de bel trekken. Daarmee kan men een reparatie
of vernieuwing op tijd uit voeren en voorkomt men zo vervelende lekkage
met de schade die daarmee samenhangt.
|
|