ARTIKELEN UIT DE FINANCIELE TELEGRAAF

 

geplaatst 15 februari 2006

Waterschade kostbaar

<< terug
 

Huurders van bedrijfsruimten mogen er van uitgaan dat daken van hun panden in orde zijn, zo dat er geen sprake is van wateroverlast omdat het dak lekt. Regen- en smeltwater kunnen voor een bedrijfsvoering erg schadelijk zijn. Schade aan voorraden, inkomstenderving en het gehuurde niet (geheel) kunnen gebruiken vallen een huurder ten deel. Moet de verhuurder daaraan meebetalen?

Het is de taak van een verhuurder om te zorgen dat bijvoorbeeld het dak en de regenwaterafvoeren in orde zijn en dat hij die ook in orde houdt. Uiteraard voor zover huurder en verhuurder in de huurovereenkomst daarover geen andere afspraken hebben gemaakt. Dit gebeurt wel eens, dat huurder het gehele onderhoud van het pand voor zijn rekening neemt tegenover een gunstige huurprijs.

Maar, in het algemeen komt vernieuwing en onderhoud van het dak voor rekening van de verhuurder. Komt het geval voor dat door bijvoorbeeld hevige regenval de bedrijfsruimte ten gevolge van lekkage onder water komt te staan, dan hebben huurder en verhuurder een probleem. Huurder kan zijn bedrijf niet voeren, schade aan interieur en voorraden en lijdt inkomstenderving. De verhuurder kan een flinke rekening tegemoet zien plus dat hij geen huur zal ontvangen. Maar de bedragen van schade van de huurder moeten wel redelijk en onderbouwd zijn.

De kantonrechter te Haarlem deed over een waterschadezaak op 14 december 2005 (nummer 269075/CV expl 05-3380) uitspraak. Omdat blijkbaar het dak niet in orde was, ontstond een waterlekkage, stroomde de winkel en de opslagruimte onder water en leed de huurder schade. Huurder claimde schade aan voorraden en inkomstenderving en stopte met het betalen van de huur. Daarop liep de verhuurder naar de kantonrechter en vorderde betaling van zes maanden huurachterstand.

 

Tijdens de zitting bij de rechter bleek dat de huurder slechts eenderde deel van zijn ruimte niet kon gebruiken in verband met de ontstane lekkage. De waterschade aan de voorraden en de inkomstenderving, vonden geen genade bij de rechter omdat de huurder die schade niet echt kon aantonen.

De huurder moest van de kantonrechter wel de zes maanden huurachterstand betalen, met dien verstande dat hij eenderde deel daarop in mindering mocht brengen, omdat hij dat deel van de gehuurde ruimte niet kon gebruiken. De verhuurder moest natuurlijk het dak deugdelijk repareren.

In de praktijk merk ik vaak dat huurders al te gemakkelijk wachten op de verhuurder dat hij eens in actie komt om bijvoorbeeld een slechte dakbedekking te vernieuwen. Maar, zo’n verhuurder komt niet iedere dag in dat pand en in het belang van huurders en verhuurders kunnen huurders best wat eerder bij verhuurders aan de bel trekken. Daarmee kan men een reparatie of vernieuwing op tijd uit voeren en voorkomt men zo vervelende lekkage met de schade die daarmee samenhangt.