| |
Zowel het groot- als het kleinwinkelbedrijf
heeft het niet altijd gemakkelijk. Ondermeer door hun eigen prijzenslag
vallen de resultaten tegen. De lengte van huurcontracten kan tegenvallen
als men zich genoodzaakt ziet een supermarkt op te heffen. Onderverhuur
en indeplaatstelling van een opvolgende huurder liggen namelijk niet altijd
eenvoudig.
In de meeste huurcontracten voor bedrijfsruimte komt u een verbod op onderverhuur
tegen. In even zoveel huurcontracten heeft de huurder laten opnemen dat
onderverhuur, eventueel onder voorwaarden, wel mogelijk is. Onderverhuur
is zeer bruikbaar voor huurders als zij voor het einde van de looptijd
van de huur willen verhuizen of een vestiging willen sluiten. Voor verhuurders
hoeft dit zeker niet nadelig te zijn, want zij ontlopen hiermee leegstand
van hun pand. Bij middenstandsbedrijfruimten geldt uiteraard de wettelijke
mogelijkheid van indeplaatstelling als de ondernemer zijn bedrijf wil
beëindigen en overdragen aan een opvolger.
De kantonrechter te Haarlem deed op 26 oktober 2005 (nummer 274529CV Expl
05-5307) hierover een interessante uitspraak. De verhuurder eiste namelijk
ontbinding van de huur omdat de moedermaatschappij van Basismarkt haar
vestiging in Badhoevedorp had onderverhuurd aan prijsbreker Lidl.
De verhuurder had blijkbaar niet goed opgelet bij het ondertekenen van
het huurcontract met Basismarkt. Want, hij wilde geen toestemming tot
onderverhuur in het huurcontract en als hij al erin toegestemd zou hebben,
was een onderverhuur bedoeld voor winkels uit hetzelfde concern. En, Lidl
behoorde daartoe niet. Echter in het huurcontract stond duidelijk dat
de huurder het recht van onderverhuur had. Verhuurder en zijn adviseur
hadden er overeen gelezen omdat er weliswaar in een artikel 5 een verbod
tot onderverhuur stond en in een artikel 15 juist (in afwijking van dat
artikel 5) een toestemming tot onderverhuur, zonder enige beperking.
|
|
Huurder Basismarkt had al geprobeerd
om Lidl via een indeplaatstelling tot huurder te laten benoemen door de
rechter. Deze poging strandde al eerder bij het gerechtshof te Amsterdam.
Dus koos men er voor om Lidl te laten onderhuren.
Verhuurder probeerde de kantonrechter te overtuigen dat het echt niet
zijn bedoeling is geweest om via het artikel 15 een onbeperkt recht van
onderhuur aan Basismarkt te geven. En, dat de opname daarvan in het contract
hem ontgaan was. De kantonrechter was echter kort en duidelijk: het recht
van onderverhuur was niet voor andere uitleg vatbaar en Lidl mocht onderhuurder
worden. Dat was een meevaller voor Basismarkt.
De les uit deze kwestie is, dat men niet genoeg precies kan zijn concepten
van contracten goed na te kijken en na te lezen. Waarbij u vooral moet
letten op het juist aanbrengen van correcties en andere wijzigingen, en
het weglaten van bepalingen die u niet wenst of niet zijn overeengekomen.
Zeker als u niet zelf het contract opstelt.
|
|