| |
Huurders kunnen zich soms in
rare bochten wringen om onder hun huurcontract uit te komen. Zeker in
een huurmarkt waar veel bedrijfspanden leeg en te huur staan. Ze denken
dat één leeg pand meer of minder dan niets meer uitmaakt.
Huurperioden spreken huurder en verhuurder niet voor niets af, zelfs in
dit Regelland zijn huurders daaraan gebonden.
Met al die leegstaande bedrijfpanden spreekt men snel van een huurdersmarkt.
Huurders denken de dienst uit te maken en dat is natuurlijk ook wel een
beetje zo. Verhuurders smeken namelijk om huurders en geven de meest gekke
cadeautjes, zoals inrichting en huurvrije maanden aan nieuwe huurders.
Leegstand is vervelend en kost veel geld. Deze leegstand zie ik iedere
tien jaar terug op de bedrijfsruimtemarkt, bij een hoog conjunctuur komen
er meer panden en tijdens een laag conjunctuur staan er weer meer panden
leeg. Ik vind de huidige markt niet zo rampzalig als de grootste makelaar
o.g. van ons land, die zelfs voorstelt om oudere panden te slopen. Onzin
vind ik dat, net zo’n onzin als het willen omzetten van leegstaande
bedrijfspanden in woningen. Met iets meer lef en meer inzet zijn ook oudere
panden te verhuren, het bedrijfsleven zit echt niet alleen te wachten
op grote kantoorkolossen en kille bedrijvenparken aan randen van grote
steden.
En fin, huurders houden het wel eens voor gezien, omdat ze gewoonweg willen
verhuizen, ze gaan failliet, het bedrijf beëindigen of door fusie
bij het andere bedrijf intrekken. Al te vaak vergeet zo’n ondernemer
in zijn huurcontract te kijken, wat zijn opzegtermijn is, hoe lang het
huurcontract nog loopt of dat zijn huurcontract loopt voor onbepaalde
tijd. Het vergeten van deze fatale data kan de ondernemer indien hij wil
verhuizen veel geld kosten, ik schreef daarover al eerder.
|
|
In huurcontracten voor gewone
bedrijfsruimten, dus zonder enige vorm van huurbescherming komt u de meest
fraaie en originele bepalingen tegen.
Een ondernemer in Zwolle huurde tot 1 januari 2011 een kantoor/bedrijfsruimte
en liet in het huurcontract opnemen dat hij de huur mocht opzeggen indien
hij zijn bedrijf zou beëindigen. Daarbij verplichtte hij zich om
daarna gedurende drie jaren geen soortgelijk bedrijf te beginnen binnen
een straal van 30 kilometer rond Zwolle. Begin 2004 verkocht hij zijn
bedrijf aan een onderneming in de provincie Groningen en zijn bedrijf
trok daarbij in. Deze huurder stuurde de verhuurder een huuropzegging
met de mededeling dat hij zijn bedrijf staakte en de activiteiten aan
een andere onderneming overdroeg. En hij wilde de huur per 1 mei 2005
beëindigen en nam daarbij een opzegtermijn van vier maanden in acht.
U begrijpt dat de verhuurder dit niet leuk vond. Hij stapte naar de kantonrechter
in Zwolle. En die deed op 5 april 2005 (nummer 249688 CV 04-4596) uitspraak.
De rechter maakt korte metten met de huurder, want hier was helemaal geen
sprake van een bedrijfsbeëindiging maar van een bedrijfsoverdracht.
Het huurcontract was daarover heel duidelijk, dus was er geen sprake van
opzeggen van de huur, maar liep die gewoon nog meer dan vijf jaar door.
Dat was een dure grap voor deze huurder.
|
|