ARTIKELEN UIT DE FINANCIELE TELEGRAAF

 

geplaatst 17 januari 2006

Aardig geprobeerd

<< terug
 

Huurders kunnen zich soms in rare bochten wringen om onder hun huurcontract uit te komen. Zeker in een huurmarkt waar veel bedrijfspanden leeg en te huur staan. Ze denken dat één leeg pand meer of minder dan niets meer uitmaakt. Huurperioden spreken huurder en verhuurder niet voor niets af, zelfs in dit Regelland zijn huurders daaraan gebonden.

Met al die leegstaande bedrijfpanden spreekt men snel van een huurdersmarkt. Huurders denken de dienst uit te maken en dat is natuurlijk ook wel een beetje zo. Verhuurders smeken namelijk om huurders en geven de meest gekke cadeautjes, zoals inrichting en huurvrije maanden aan nieuwe huurders. Leegstand is vervelend en kost veel geld. Deze leegstand zie ik iedere tien jaar terug op de bedrijfsruimtemarkt, bij een hoog conjunctuur komen er meer panden en tijdens een laag conjunctuur staan er weer meer panden leeg. Ik vind de huidige markt niet zo rampzalig als de grootste makelaar o.g. van ons land, die zelfs voorstelt om oudere panden te slopen. Onzin vind ik dat, net zo’n onzin als het willen omzetten van leegstaande bedrijfspanden in woningen. Met iets meer lef en meer inzet zijn ook oudere panden te verhuren, het bedrijfsleven zit echt niet alleen te wachten op grote kantoorkolossen en kille bedrijvenparken aan randen van grote steden.

En fin, huurders houden het wel eens voor gezien, omdat ze gewoonweg willen verhuizen, ze gaan failliet, het bedrijf beëindigen of door fusie bij het andere bedrijf intrekken. Al te vaak vergeet zo’n ondernemer in zijn huurcontract te kijken, wat zijn opzegtermijn is, hoe lang het huurcontract nog loopt of dat zijn huurcontract loopt voor onbepaalde tijd. Het vergeten van deze fatale data kan de ondernemer indien hij wil verhuizen veel geld kosten, ik schreef daarover al eerder.

 

In huurcontracten voor gewone bedrijfsruimten, dus zonder enige vorm van huurbescherming komt u de meest fraaie en originele bepalingen tegen.

Een ondernemer in Zwolle huurde tot 1 januari 2011 een kantoor/bedrijfsruimte en liet in het huurcontract opnemen dat hij de huur mocht opzeggen indien hij zijn bedrijf zou beëindigen. Daarbij verplichtte hij zich om daarna gedurende drie jaren geen soortgelijk bedrijf te beginnen binnen een straal van 30 kilometer rond Zwolle. Begin 2004 verkocht hij zijn bedrijf aan een onderneming in de provincie Groningen en zijn bedrijf trok daarbij in. Deze huurder stuurde de verhuurder een huuropzegging met de mededeling dat hij zijn bedrijf staakte en de activiteiten aan een andere onderneming overdroeg. En hij wilde de huur per 1 mei 2005 beëindigen en nam daarbij een opzegtermijn van vier maanden in acht. U begrijpt dat de verhuurder dit niet leuk vond. Hij stapte naar de kantonrechter in Zwolle. En die deed op 5 april 2005 (nummer 249688 CV 04-4596) uitspraak. De rechter maakt korte metten met de huurder, want hier was helemaal geen sprake van een bedrijfsbeëindiging maar van een bedrijfsoverdracht. Het huurcontract was daarover heel duidelijk, dus was er geen sprake van opzeggen van de huur, maar liep die gewoon nog meer dan vijf jaar door. Dat was een dure grap voor deze huurder.