ARTIKELEN UIT DE FINANCIELE TELEGRAAF

 

geplaatst 16 augustus 2005

Parkeerbescherming

<< terug
 

Met het parkeren is het in onze hoofdstad slecht gesteld, zeker als u dat vergelijkt met andere steden in Europa. Daarom huren bedrijven vaak extra terreinen om te voorzien in hun parkeerbehoefte. In weerwil van wat linkse politici denken, zijn auto’s namelijk niet meer uit onze samenleving weg te denken. Maar niet alle onderdelen van ons huurrecht zijn van toepassing op parkeerterreinen.

De wettelijke huurregels voor gebouwde bedrijfsruimten vallen in twee categorieën uiteen. Beschermde bedrijfsruimten, zoals middenstands- of kleinhandelsruimten: horeca, winkels en dergelijke. En, onbeschermde bedrijfsruimten zoals kantoren, werkplaatsen, showrooms. Parkeerterreinen vallen onder de laatste categorie, althans dat dacht een grote autodealer in Amsterdam. Een van de beschermingen die u rest als huurder van een onbeschermde huurder van een gebouwd bedrijfsonroerend goed is de ontruimingsbescherming indien de verhuurder de huurovereenkomst beëindigt. Voor de liefhebbers verwijs ik naar artikel 7: 230a van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Dit artikel geeft de huurder van een gebouwde bedrijfsruimte de mogelijkheid om binnen twee maanden nadat de verhuurder de ontruiming aanzegt, omdat hij de huur wil beëindigen, de (kanton-) rechter verzoeken om de termijn van ontruiming te verlengen. Dit kan de rechter maximaal driemaal een jaar doen. Echter dan moet de huurder wel aantonen dat hij niet in staat is om tijdig te verhuizen en dat lijkt me lastig gezien het grote aanbod van lege bedrijfpanden. Zegt de huurder zelf de huur op, dan kan hij geen beroep doen op deze ontruimingsbescherming. Een onderhuurder die er met toestemming van de eigenaar onderhuurt kan overigens ook een beroep doen op deze ontruimingsbescherming.

 

Het Gerechtshof te Amsterdam deed op 24 februari 2005 (WR 2005/47) een opmerkelijke uitspraak over het parkeerterrein van de autodealer die dat terrein huurde van de gemeente Amsterdam. Een gemeente die toch al niet tuk is op parkeren voor bedrijven, omdat ze blijkbaar die liever ziet vertrekken!?!

En fin, de autodealer huurde dat parkeerterrein van de gemeente en de gemeente zegde de huur op en de ontruiming van het terrein aan. Omdat de dealer niet wist waar hij met zijn auto’s heen moest op die korte termijn, vroeg hij de rechter om ontruimingsbescherming op grond van het artikel 7: 230a BW. Echter de raadsheren van dit gerechtshof oordeelden dat een parkeerterrein van auto’s geen gebouwd bedrijfsonroerend goed is. Volgens hen wordt een parkeerterrein niet gebouwd maar aangelegd. En men wees daarom de gevraagde ontruimingsbescherming af en de autodealer stond letterlijk met zijn auto’s op straat.

Huurders moeten zich al bij het sluiten van een huurovereenkomst goed laten informeren of en hoe zij een beroep op huur- en ontruimingsbescherming kunnen doen aan het einde van de huur.