| |
Met het parkeren is het in onze
hoofdstad slecht gesteld, zeker als u dat vergelijkt met andere steden
in Europa. Daarom huren bedrijven vaak extra terreinen om te voorzien
in hun parkeerbehoefte. In weerwil van wat linkse politici denken, zijn
auto’s namelijk niet meer uit onze samenleving weg te denken. Maar
niet alle onderdelen van ons huurrecht zijn van toepassing op parkeerterreinen.
De wettelijke huurregels voor gebouwde bedrijfsruimten vallen in twee categorieën
uiteen. Beschermde bedrijfsruimten, zoals middenstands- of kleinhandelsruimten:
horeca, winkels en dergelijke. En, onbeschermde bedrijfsruimten zoals kantoren,
werkplaatsen, showrooms. Parkeerterreinen vallen onder de laatste categorie,
althans dat dacht een grote autodealer in Amsterdam. Een van de beschermingen
die u rest als huurder van een onbeschermde huurder van een gebouwd bedrijfsonroerend
goed is de ontruimingsbescherming indien de verhuurder de huurovereenkomst
beëindigt. Voor de liefhebbers verwijs ik naar artikel 7: 230a van
het Burgerlijk Wetboek (BW).
Dit artikel geeft de huurder van een gebouwde bedrijfsruimte de mogelijkheid
om binnen twee maanden nadat de verhuurder de ontruiming aanzegt, omdat
hij de huur wil beëindigen, de (kanton-) rechter verzoeken om de termijn
van ontruiming te verlengen. Dit kan de rechter maximaal driemaal een jaar
doen. Echter dan moet de huurder wel aantonen dat hij niet in staat is
om tijdig te verhuizen en dat lijkt me lastig gezien het grote aanbod van
lege bedrijfpanden. Zegt de huurder zelf de huur op, dan kan hij geen beroep
doen op deze ontruimingsbescherming. Een onderhuurder die er met toestemming
van de eigenaar onderhuurt kan overigens ook een beroep doen op deze ontruimingsbescherming.
|
|
Het Gerechtshof te Amsterdam
deed op 24 februari 2005 (WR 2005/47) een opmerkelijke uitspraak over
het parkeerterrein van de autodealer die dat terrein huurde van de gemeente
Amsterdam. Een gemeente die toch al niet tuk is op parkeren voor bedrijven,
omdat ze blijkbaar die liever ziet vertrekken!?!
En fin, de autodealer huurde dat parkeerterrein van de gemeente en de gemeente
zegde de huur op en de ontruiming van het terrein aan. Omdat de dealer
niet wist waar hij met zijn auto’s heen moest op die korte termijn,
vroeg hij de rechter om ontruimingsbescherming op grond van het artikel
7: 230a BW. Echter de raadsheren van dit gerechtshof oordeelden dat een
parkeerterrein van auto’s geen gebouwd bedrijfsonroerend goed is.
Volgens hen wordt een parkeerterrein niet gebouwd maar aangelegd. En men
wees daarom de gevraagde ontruimingsbescherming af en de autodealer stond
letterlijk met zijn auto’s op straat.
Huurders moeten zich al bij het sluiten van een huurovereenkomst goed laten
informeren of en hoe zij een beroep op huur- en ontruimingsbescherming
kunnen doen aan het einde van de huur.
|
|