| |
Huurders gaan er nog steeds
al te gemakkelijk van uit dat zij hun huurcontract na een periode van
vijf jaar gedurende een nieuwe periode van vijf jaar kunnen voortzetten.
Het is dan ook schrikken als een verhuurder ruim op tijd de huurder aanzegt
dat het huurcontract afloopt en de huurder moet verhuizen. Data staan
immers niet voor niets in contracten, houd die in de gaten.
In de wandelgangen spreken huurders en verhuurders snel over een optie
op nog eens vijf jaar huur. Terwijl men bedoelt een mogelijkheid tot verlenging
met nog eens vijf jaar huur. Een optie is een recht tot verlenging van
de huur en bij een verlengingsmogelijkheid moeten huurder en verhuurder
het er over eens zijn of worden. Wil een huurder of verhuurder niet verlengen
dan dient diegene die wil opzeggen de afgesproken opzegtermijn in de gaten
houden. Bij winkel-, horeca- en kleinhandelsruimten geldt een wettelijke
opzegtermijn van een jaar en een huurbeschermingsregime. Bij kantoren en
andere niet beschermde bedrijfsruimten kunt u iedere opzegtermijn overeenkomen.
Werd bij zo’n huurder de huur opgezegd, dan kan de huurder aanspraak
maken op een ontruimingsbescherming, maar bij zoveel aanbod van bedrijfspanden,
zal dit weinig uitmaken.
Het Gerechtshof van Amsterdam deed op 25 november 2004 (zie het Tijdschrift
voor Huurrecht Bedrijfsruimte 3/2005) een interessante uitspraak over het
verschil tussen een huuroptie en een verlengingsmogelijkheid met een huurperiode.
In deze uitspraak valt te lezen dat zelfs mijn collega’s stoeien
met het verschil tussen deze twee begrippen. Dat komt onder andere door
een onduidelijke tekst in de meest gebruikte huurcontracten van de Raad
voor Onroerende Zaken (www.roz.nl).
|
|
Daarom moeten huurder en verhuurder
op dit onderdeel duidelijkheid verschaffen. Mag zowel huurder als verhuurder
de huur met een bepaalde opzegtermijn tegen het einde van de huurperiode
opzeggen, legt dat dan helder vast. Ook in het geval slechts de huurder
het recht heeft (optie) om de huur te beëindigen.
Een opzeggingsgrond
voor zowel de huurder als de verhuurder kan zijn dat de huurprijs niet
meer overeenkomt met de huurprijs die men wil betalen door het grote
aanbod van lege kantoorpanden. In zulke gevallen moet u eerst over de
huurprijs voor de volgende periode onderhandelen en dan pas de huur opzeggen.
Laat u de datum waarop u had moeten opzeggen verlopen, dan valt er immers
niet meer te onderhandelen en zit u aan die te hoge of te lage huurprijs
vast voor de volgende vijf jaar. Deze huurprijsaanpassing staat overigens
niet meer standaard in de ROZ-huurcontracten.
Zijn de in het huurcontract opgenomen huurperioden van bijvoorbeeld twee-
of driemaal vijf jaren voorbij, dan loopt het huurcontract van jaar tot
jaar door. Althans dat zegt men. In feite kan zowel de huurder als de verhuurder
in die situatie opzeggen per betalingstermijn: een maand of kwartaal. Dat
is niet handig voor de verhuurder, die onverwacht zich met leegstand geconfronteerd
ziet. En, de huurder zou dan op korte termijn moeten verhuizen. Daarom
adviseer ik iedereen goede huurcontracten af te sluiten met duidelijke
afspraken. Onduidelijke afspraken zijn slechte afspraken. |
|