| |
Een van de aantrekkelijkheden
voor ondernemers om hun bedrijfspand te kopen, is de fiscale afschrijving
die zij ten laste van hun winst kunnen plegen. Daar staat dan wel tegenover
dat zij over het verschil van de afgeschreven boekwaarde van hun pand
bij verkoop ervan belasting betalen over de gerealiseerde (boek-) winst.
Uiteraard niet indien zij opnieuw investeren in een ander bedrijfspand.
Over de bedragen waarvan ondernemers mogen afschrijven ontstaat regelmatig
discussie.
Afschrijven over de waarde van de grond en de restwaarde van het gebouw
na afloop van de afschrijvingsperiode mag niet. In het algemeen is het
afschrijvingspercentage 2,5 procent per jaar over het restant van de koopsom
inclusief aankoopkosten minus de waarde van de grond en de restwaarde van
het onroerend goed. Over de hoogte van de waarde van de grond en de restwaarde
van het pand ontstaat regelmatig onenigheid met de belastingdienst. Zij
vindt de grond meestal veel meer waard dan de ondernemer en de restwaarde
ook veel hoger. Want, dat verlaagt het bedrag waarop u mag afschrijven.
Een ondernemer in het Amsterdamse Wallengebied kocht in 1999 drie panden,
waarin een kamerverhuurbedrijf (!) was en nog is gevestigd. Hij betaalde
toen in guldens 4,5 miljoen inclusief aankoopkosten. Omgerekend in euro’s
is dat bedrag 2.050.000. Volgens deskundige makelaars betaalde hij toen
ongeveer 1 miljoen euro’s teveel, daarvoor had deze ondernemer blijkbaar
zijn redenen. In verband met het teveel betaalde
miljoen ontstond er met de belastingdienst discussie over de afschrijving
in het kader van zijn inkomstenbelasting (IB).
|
|
De ondernemer had zijn
grond door drie makelaars laten taxeren en die kwamen op 435.000 euro,
de belastingdienst kwam op 1.530.000 euro( per vierkante meter vergelijkbaar
met de duurste grond van ons land). Over de restwaarde was men het eens:
153.000 euro.
Dus de ondernemer wilde afschrijven
over 2.050.000 minus 435.000 minus 153.000, dus 1.462.000 euro. De belastingdienst
wilde toestaan over 2.050.000 minus 1.530.000 minus 153.000, dus 367.000
euro. De belastingrechter van het Gerechtshof Amsterdam (3 mei 2005,
nummer 04/01272) koos in haar beslissing voor een middenpositie: de ondernemer
mocht afschrijven over 2.050.000 minus 735.000 (grond) minus 153.000,
is dus 1.162.000 euro. Dat is een heel verschil en de ondernemer is tevreden.
De boodschap van deze uitspraak is, dat u bij discussies met de belastingdienst
zich niet te snel moet neerleggen bij de eerste afwijzing van uw bezwaar
bij de belastinginspecteur. Het is regelmatig de moeite waard om u te richten
tot de belastingrechter. Een gedegen taxatierapport van drie makelaars,
die gewend zijn om belastingtaxaties te maken, kost misschien wat geld,
maar kan u veel geld besparen. Uiteraard dient u zich te laten begeleiden
door een fiscaal jurist.
Want grond die in de ogen van een belastinginspecteur peperduur is, blijkt
in de ogen van een rechter veel minder duur te zijn. |
|