ARTIKELEN UIT DE FINANCIELE TELEGRAAF

 

geplaatst 17 mei 2005

Asbest

<< terug
 

In veel panden is nog asbest aanwezig, dat zal de komende jaren nog veel overlast en geld kosten om dit te laten verwijderen. Gezien de hoge kosten verschillen huurders en verhuurders vaak van mening wie de kosten moet dragen. Daarom kunnen eigenaar/verhuurders beter van te voren hun pand op asbest laten controleren.

Er bestaan twee vormen waarin asbest voorkomt: hechtgebonden en losgebonden asbest. Wanneer deze vezels niet of nauwelijks aan het dragermateriaal zijn gebonden, spreekt men van ‘losgebonden’ asbesthoudende materialen. Doordat de asbestvezels gemakkelijk kunnen vrijkomen, is het gezondheidsrisico van losgebonden asbest groter dan dat van hechtgebonden asbest. Niet goed ingekapselde of afgeschermde spuitasbestlagen vormen een gevaar voor de gezondheid. Spuitasbest is een zeer losgebonden asbesthoudend materiaal. Dit materiaal is voor 1978 regelmatig gebruikt als isolatiemateriaal en als brandwerende laag op staalconstructies. Sinds 1983 is spuitasbest vrijwel niet meer toegepast. Terwijl de beroepsmatige toepassing en verkoop van alle soorten asbest sinds 1 juli 1993 verboden is. Van spuitasbest kunnen de vezels na jaren van veroudering vrijkomen ten gevolge van bijvoorbeeld trillingen van het gebouw of luchtverplaatsing langs de spuitasbestlaag.

Een speelgoedpaleis huurde per 1 mei 2000 voor tien jaar een bedrijfspand in Sliedrecht. In september 2003 was een verwarmingsmonteur bezig het aanwezige systeemplafond te verwijderen om een c.v.-unit te verplaatsen. Toen kwamen er (asbest) vlokken vrij en onderzoek wees uit dat drie stalen H-balken met brandwerende bruine of spuitasbest bekleed waren. De verhuurder was bereid opdracht te geven op de asbestsaneringswerkzaamheden te laten uitvoeren, mits de huurder bereid was deze kosten te betalen als een rechtzaak daarover dat zou bepalen. De huurder ging hiermee akkoord.

 

Dus de zaak werd aan de kantonrechter te Dordrecht voorgelegd. De huurder vond de aanwezige asbest een gebrek volgens artikel 7: 204 van het BW. De verhuurder vond het asbest geen gebrek en dat de huurder de schade had veroorzaakt door de monteur aan het plafond te laten werken. In een uitvoerige uitspraak gaf de kantonrechter op 10 februari 2005 (nummer 140822CVEXPL04-3219) de huurder volledig gelijk en wees hem een vergoeding van de schade toe. De huurder ontving een vergoeding voor het opnieuw inrichten van de winkel, voor omzetderving, voor juridische bijstand, voor de kosten wegens het leeghalen van de winkel, voor vernietigde goederen, voor huur wegens de twee maanden dat de winkel gesloten was. Totaal bijna 240 duizend euro.

De verhuurder had er beter aan gedaan om voor aankoop en verhuur het pand te laten controleren op de eventuele aanwezigheid van asbest. En, dat zouden zich meer verhuurders moeten aantrekken. Niet alleen gaat het in zulke gevallen over grote bedragen geld, maar in het bijzonder om de gezondheid van mensen.