| |
Regelmatig gaan (grote en kleine)
bedrijven failliet. Als het economisch beter gaat, zal dit aantal weer
afnemen. De verhuurder is net als alle andere handelscrediteuren het
haasje, omdat er geen geld meer aanwezig is. De belastingdienst is hen
al voor geweest. Een slimme verhuurder heeft in zijn kluis een (harde)
bankgarantie van de huurder liggen. Die verkleint de schade.
Bij huurcontracten van vijf en vijf jaar, is er sprake van een langdurige
overeenkomst. Verhuurder investeert in een bedrijfspand en huurder neemt
een bedrijfsrisico. Bij faillissement van de huurder, zal er reeds een
achterstand in huurbetalingen bestaan. Vertrekt de failliete huurder, dan
zal de verhuurder het pand weer verhuurbaar moeten opknappen en verhuurkosten
moeten maken. Investeringen die hij op verzoek van deze vertrokken huurder
heeft gemaakt, kan hij afschrijven. Dus verhuurder lijdt schade.
Maar, gelukkig heeft hij een bankgarantie van de huurder ontvangen. Het
was ook nog een harde bankgarantie, waarbij de bank op eerste verzoek van
verhuurder het achterstallige bedrag uitbetaalde. Bij zogenaamde zachte
bankgarantie gaat de bank na ontvangst van een verzoek tot uitbetaling
van verhuurder, eerst naar huurder om te vragen of dat bedrag wel klopt.
U kunt raden, wat huurder of zijn curator in geval van faillissement dan
zegt. Dus, deze verhuurder kon de achterstallige huurbetalingen met de
bankgarantie verrekenen. En, hij verrekende ook de vervallen huurtermijnen
over de maanden dat de curator van het faillissement de huurovereenkomst
voor afloop van de tweede vijfjaarstermijn had opgezegd. Overigens mocht
de curator dat doen, krachtens artikel 39 van de Faillissementswet. Zoals
verhuurder dat ook mag doen.
|
|
Maar deze curator was het er
niet mee eens dat verhuurder het bedrag van de bankgarantie gebruikte
om niet alleen de huurachterstand te verrekenen, maar ook de daarna vervallen
huurtermijnen. Hij beproefde zijn geluk bij de Rechtbank van Amsterdam,
die op 1 november 2000 (nummer H 99.2185) hem in het ongelijk stelde.
Blijkbaar verschillen rechters over dit onderwerp sterk van mening. Want,
op 3 maart 2004 stelde de Haagse rechtbank in een vergelijkbare kwestie
de ABN-Amrobank in het ongelijk.
Deze rechtsongelijkheid tussen rechtbanken in ons landje is onbestaanbaar
en daarin moet snel duidelijkheid komen. Verhuurders die met bankgaranties
van huurders werken, moeten er van op aan kunnen dat zij die garanties
kunnen aanwenden om hun huurbetalingen te incasseren. Kan dat niet meer,
zoals we dat kennen in de verhuurpraktijk, dan zullen verhuurders aan huurders
zoveel aanvullende zekerheden gaan vragen, dat hun bedrijfsvoering er onder
zal lijden. Of. Er moet een nieuw type bankgarantie komen, waarmee verhuurders
in geval van faillissement of surséance van een huurder hun schade
kunnen verhalen. Anders staat het paard achter de wagen ingespannen.
|
|