ARTIKELEN UIT DE FINANCIELE TELEGRAAF

 

geplaatst 19 april 2005

Failliet en dan?

<< terug
 

Regelmatig gaan (grote en kleine) bedrijven failliet. Als het economisch beter gaat, zal dit aantal weer afnemen. De verhuurder is net als alle andere handelscrediteuren het haasje, omdat er geen geld meer aanwezig is. De belastingdienst is hen al voor geweest. Een slimme verhuurder heeft in zijn kluis een (harde) bankgarantie van de huurder liggen. Die verkleint de schade.

Bij huurcontracten van vijf en vijf jaar, is er sprake van een langdurige overeenkomst. Verhuurder investeert in een bedrijfspand en huurder neemt een bedrijfsrisico. Bij faillissement van de huurder, zal er reeds een achterstand in huurbetalingen bestaan. Vertrekt de failliete huurder, dan zal de verhuurder het pand weer verhuurbaar moeten opknappen en verhuurkosten moeten maken. Investeringen die hij op verzoek van deze vertrokken huurder heeft gemaakt, kan hij afschrijven. Dus verhuurder lijdt schade.

Maar, gelukkig heeft hij een bankgarantie van de huurder ontvangen. Het was ook nog een harde bankgarantie, waarbij de bank op eerste verzoek van verhuurder het achterstallige bedrag uitbetaalde. Bij zogenaamde zachte bankgarantie gaat de bank na ontvangst van een verzoek tot uitbetaling van verhuurder, eerst naar huurder om te vragen of dat bedrag wel klopt. U kunt raden, wat huurder of zijn curator in geval van faillissement dan zegt. Dus, deze verhuurder kon de achterstallige huurbetalingen met de bankgarantie verrekenen. En, hij verrekende ook de vervallen huurtermijnen over de maanden dat de curator van het faillissement de huurovereenkomst voor afloop van de tweede vijfjaarstermijn had opgezegd. Overigens mocht de curator dat doen, krachtens artikel 39 van de Faillissementswet. Zoals verhuurder dat ook mag doen.

 

Maar deze curator was het er niet mee eens dat verhuurder het bedrag van de bankgarantie gebruikte om niet alleen de huurachterstand te verrekenen, maar ook de daarna vervallen huurtermijnen. Hij beproefde zijn geluk bij de Rechtbank van Amsterdam, die op 1 november 2000 (nummer H 99.2185) hem in het ongelijk stelde. Blijkbaar verschillen rechters over dit onderwerp sterk van mening. Want, op 3 maart 2004 stelde de Haagse rechtbank in een vergelijkbare kwestie de ABN-Amrobank in het ongelijk.

Deze rechtsongelijkheid tussen rechtbanken in ons landje is onbestaanbaar en daarin moet snel duidelijkheid komen. Verhuurders die met bankgaranties van huurders werken, moeten er van op aan kunnen dat zij die garanties kunnen aanwenden om hun huurbetalingen te incasseren. Kan dat niet meer, zoals we dat kennen in de verhuurpraktijk, dan zullen verhuurders aan huurders zoveel aanvullende zekerheden gaan vragen, dat hun bedrijfsvoering er onder zal lijden. Of. Er moet een nieuw type bankgarantie komen, waarmee verhuurders in geval van faillissement of surséance van een huurder hun schade kunnen verhalen. Anders staat het paard achter de wagen ingespannen.