| |
Vandaag bepaalt de Tweede Kamer
de Ruimtelijke toekomst van ons land. Vanmiddag zijn de stemmingen over
de Nota Ruimte van minister Sybilla Dekker van Vrom en de door de Kamer
voorgestelde wijzigingen. Veel o.g.-mensen zullen er niet op de publieke
tribune zitten. Niet dat ze geen belangstelling hebben, maar zij zitten
allemaal vanaf vandaag op de grote o.g.-manefestatie MIPIM te Cannes
(F).
Niemand wil een winkel in een wei, de zogenaamde weidewinkel. De winkelier
wil niet, de gemeente wil dat niet, de projectontwikkelaar ook niet. In
een wei horen schapen en koeien, maar geen supermarkt. Dus eigenlijk wil
ik het woord weidewinkel niet meer horen/lezen. Het woord komt uit de tachtiger
jaren toen de meeste kamerleden op de achterbank van hun ouders auto in
Frankrijk naar die leuke Carrefour-supermarkt mochten. Die stond toen nog
in die Franse wei, maar inmiddels ook niet meer. Uitzonderingen daargelaten,
floreert de middenstand in Frankrijk sinds Carrefour nog goed. Ook in ons
land doet de middenstand het redelijk goed, ondanks alle grote winkels
in en om centra.
Waarom maken politici dan zo druk over grote winkels aan de rand (periferie)
van gemeentelijke centra? Organisaties van winkeliers komen op voor de
belangen van hun leden: de middenstand. Die zijn bang om omzet te verliezen
aan grote winkels. Dit geheel ten onrechte, want er zijn voorbeelden te
over waar gemeentelijke of stedelijke centra prima floreren met Ikea’s,
Halfords, Leen Bakkers, Praxis, Aldi’s en andere in de buurt. Alleen:
de middenstand moet vernieuwen, inspelen op de nieuwe situatie. En, ik
krijg de indruk dat de angst voor het nieuwe, de verandering tegenhoudt.
Want, laat ik eerlijk zijn, slechts de consument bepaalt waar en hoe hij/zij
winkelt. Ik kan u vertellen, dat die gehaaste/drukke consument liever met
de auto eenmaal per week boodschappen inslaat, dan dat hij enkele malen
per week door weer en wind met tassen over straten en in bussen loopt te
leuren. Zo gauw buurtgemeenten wel grote goed bereikbare winkels toestaan,
gaat deze consument heus wel daar winkelen. Het bespaart hem (schaarse)
tijd, geld en energie. Dan is de middenstander pas de grote verliezer.
|
|
Minister Dekker wilde meer
vrijheid in haar ruimtelijke plannen, dat juich ik toe. Laat ruime winkelgebieden
toe om de consument te bedienen. Stimuleer vernieuwing van binnengemeentelijke
winkelgebieden: denk aan veiligheid en comfort. Blijf af van voorschriften
over het assortiment dat winkels mogen voeren. U ziet dat de Aldi computers
verkoopt en bij de Makro evenveel ondernemers als particulieren kopen.
Regels die niet te handhaven zijn.
De consument is grillig maar trouw tegelijk. Hij wil snel en goedkoper
zijn bulk aan wekelijkse boodschappen doen en vervoeren. In zijn buurtje
koopt hij specialiteiten, zoals ik zelf doe in de hoofdstedelijke Haarlemmerbuurt.
Deze binnengemeentelijke winkelgebieden moeten het hebben van de bewoners
en van toeristen, maar ook van hen die bij de bedrijven in die buurten
werken en die bezoeken. Op dit punt krijgen gemeenten een afstraffing.
Zij joegen vele bedrijven de gemeente uit naar de industrieterreinen. Die
komen niet meer terug om hun geld uit te geven.
|
|