| |
Deze maand loopt het wel los
met de omzet van de vele winkels in ons landje. Over het gehele jaar
vielen de omzetten tegen omdat de consumenten hun geld liever op een
spaarrekening zetten. Hierdoor zal een aantal winkels sluiten en moeten
die winkeliers nog van hun huurcontract af. Dat lukt niet altijd.
De looptijden van huurcontracten van winkels bestaan meestal uit vijf jaar
en vijf verlengingsjaren met een opzegtermijn van 12 maanden. Of, u heeft
een huurcontract van tien jaar. Een huurcontract voor onbepaalde tijd ,
dus van jaar tot jaar kan ook en dit kunt u ieder jaar opzeggen met een
termijn van 12 maanden. Bij perioden van vijf en tien jaren kunt u slechts
opzeggen tegen het einde van die periode.
Wilt u tussentijds onder uw huur uit, dan is er een beperkt aantal mogelijkheden.
U koopt het resterend aantal huurjaren af bij de verhuurder of u zoekt
een opvolger voor uw bedrijf. Dat laatste heet in de plaatsstelling. Deze
is geregeld in artikel 7: 307 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Bij een in de plaatsstelling moet het gaan over een echte opvolger, die
uw bedrijf overneemt. Dus iemand uit dezelfde branche, die uw voorraden,
klanten, inventaris en goodwill overneemt en de zaak zo goed als onveranderd
voortzet. Is dat zo, dan kan hij ook het lopende huurcontract overnemen
tegen dezelfde huur als die u betaalt. De verhuurder kan zo’n kandidaat-huurder
slechts weigeren indien deze aantoonbaar onbetrouwbaar is en als de voorgedragen
huurder financieel niet gegoed is (solvabel).
|
|
Bij gebleken onbetrouwbaarheid
kunt u weinig uitrichten, maar bij een zwakke financiële positie
kunt u als vertrekkend huurder altijd een huurgarantie afgeven. Waarmee
de verhuurder uw opvolger moet accepteren.
In de plaatsstelling is niet
bedoeld om een lopend huurcontract met een lage huurprijs te verkopen
aan iemand die een andere winkel wil beginnen en u niet betaalt voor
voorraden en goodwill. Dit noemt men een oneigenlijke in de plaatsstelling.
Bij populaire winkelcentra met wachtlijsten voor startende winkeliers
komt dit weleens voor.
In een Limburgse gemeente kwam een winkelier in financiële moeilijkheden.
Er bestaat voor dat winkelcentrum inderdaad een wachtlijst. De huurder
had een winkel voor telefoons en dergelijke, maar zijn winkel liep slecht.
Dus vond hij snel een andere huurder die zijn huurcontract tegen betaling
van een aardig bedrag inclusief het personeel wilde overnemen. De nieuwe
huurder wilde de winkel voortzetten met verkoop van tijdschriften, boeken,
tabak, schrijfwaren en multimedia. De verhuurder kwam in het geweer en
weigerde de kandidaat-huurder. Want zei hij, het betreft hier een branchewijziging
en geen voortzetting van de bestaande winkel. Tevens had hij deze kandidaat
in een eerdere selectieprocedure voor dit winkelcentrum al eens afgewezen
vanwege zijn slechte financiële positie. Tot slot beoordeelde hij
deze bedrijfsoverdracht als oneigenlijk, omdat het de nieuwe huurder slechts
ging om daar een winkel te huren, terwijl voor dit centrum een wachtlijst
bestaat. De kantonrechter in Maastricht was het met zijn uitspraak op 15
september 2004 (nummer LJN: AR3584) met de verhuurder eens. De noodlijdende
huurder moet nu een andere oplossing zoeken. |
|