ARTIKELEN UIT DE FINANCIELE TELEGRAAF

 

geplaatst 22 december 2004

Indeplaatsstelling: Voordringen

<< terug
 

Deze maand loopt het wel los met de omzet van de vele winkels in ons landje. Over het gehele jaar vielen de omzetten tegen omdat de consumenten hun geld liever op een spaarrekening zetten. Hierdoor zal een aantal winkels sluiten en moeten die winkeliers nog van hun huurcontract af. Dat lukt niet altijd.

De looptijden van huurcontracten van winkels bestaan meestal uit vijf jaar en vijf verlengingsjaren met een opzegtermijn van 12 maanden. Of, u heeft een huurcontract van tien jaar. Een huurcontract voor onbepaalde tijd , dus van jaar tot jaar kan ook en dit kunt u ieder jaar opzeggen met een termijn van 12 maanden. Bij perioden van vijf en tien jaren kunt u slechts opzeggen tegen het einde van die periode.

Wilt u tussentijds onder uw huur uit, dan is er een beperkt aantal mogelijkheden. U koopt het resterend aantal huurjaren af bij de verhuurder of u zoekt een opvolger voor uw bedrijf. Dat laatste heet in de plaatsstelling. Deze is geregeld in artikel 7: 307 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Bij een in de plaatsstelling moet het gaan over een echte opvolger, die uw bedrijf overneemt. Dus iemand uit dezelfde branche, die uw voorraden, klanten, inventaris en goodwill overneemt en de zaak zo goed als onveranderd voortzet. Is dat zo, dan kan hij ook het lopende huurcontract overnemen tegen dezelfde huur als die u betaalt. De verhuurder kan zo’n kandidaat-huurder slechts weigeren indien deze aantoonbaar onbetrouwbaar is en als de voorgedragen huurder financieel niet gegoed is (solvabel).

 

Bij gebleken onbetrouwbaarheid kunt u weinig uitrichten, maar bij een zwakke financiële positie kunt u als vertrekkend huurder altijd een huurgarantie afgeven. Waarmee de verhuurder uw opvolger moet accepteren.

In de plaatsstelling is niet bedoeld om een lopend huurcontract met een lage huurprijs te verkopen aan iemand die een andere winkel wil beginnen en u niet betaalt voor voorraden en goodwill. Dit noemt men een oneigenlijke in de plaatsstelling. Bij populaire winkelcentra met wachtlijsten voor startende winkeliers komt dit weleens voor.

In een Limburgse gemeente kwam een winkelier in financiële moeilijkheden. Er bestaat voor dat winkelcentrum inderdaad een wachtlijst. De huurder had een winkel voor telefoons en dergelijke, maar zijn winkel liep slecht. Dus vond hij snel een andere huurder die zijn huurcontract tegen betaling van een aardig bedrag inclusief het personeel wilde overnemen. De nieuwe huurder wilde de winkel voortzetten met verkoop van tijdschriften, boeken, tabak, schrijfwaren en multimedia. De verhuurder kwam in het geweer en weigerde de kandidaat-huurder. Want zei hij, het betreft hier een branchewijziging en geen voortzetting van de bestaande winkel. Tevens had hij deze kandidaat in een eerdere selectieprocedure voor dit winkelcentrum al eens afgewezen vanwege zijn slechte financiële positie. Tot slot beoordeelde hij deze bedrijfsoverdracht als oneigenlijk, omdat het de nieuwe huurder slechts ging om daar een winkel te huren, terwijl voor dit centrum een wachtlijst bestaat. De kantonrechter in Maastricht was het met zijn uitspraak op 15 september 2004 (nummer LJN: AR3584) met de verhuurder eens. De noodlijdende huurder moet nu een andere oplossing zoeken.