ARTIKELEN UIT DE FINANCIELE TELEGRAAF

 

geplaatst 5 oktober 2004

Leegstand: Eerste rang

<< terug
 

Bedrijven kunnen om welke reden dan ook geen behoefte meer hebben aan gehuurde ruimte. Kantoorverdiepingen staan leeg, winkels zijn overbodig of het personeel zit wel erg ruim in hun kantoor. Reorganisaties, inkrimping en opheffen van bedrijven leiden vaak tot leegstand. Maar, het huurcontract loopt nog door. Moet de verhuurder genoegen nemen met leegstand van verhuurde panden?

Huurders van bedrijfsruimten verplichten zich in een huurcontract met daarbij behorende algemene bepalingen in de gehuurde bedrijfsruimte een bedrijf te voeren waarvan de bestemming in het huurcontract staat vermeld. In een huurcontract van een winkelruimte kan bijvoorbeeld staan dat de huurder zich verplicht in die ruimte een supermarkt te exploiteren. Sluit een winkelier zijn zaak of sluit een supermarktketen een vestiging, dan kan die de gehuurde winkelruimte niet zondermeer laten leegstaan of gewoonweg sluiten met witgekalkte etalageruiten. Zo’n gesloten of geblindeerde winkel zal een negatieve uitstraling hebben op de overige winkels in de straat of in het winkelcentrum, die daardoor minder aantrekkelijk worden. Daarbij kunt u nog tellen de dalende beleggingswaarde van die bedrijfsruimte ten gevolge van verloedering van het leegstaande pand.

Laurus bezon zich op haar positie in de supermarktbranche. Hierdoor hief zij de Basismarktformule op en sloot zij alle vestigingen in het land. Zij kon blijkbaar af van enkele huurcontracten, slaagde in onderverhuur of trof een andere regeling met de verhuurder. In Doetinchem echter, timmerde zij de etalageruiten van de opgeheven Basismarkt dicht. De verhuurder accepteerde dat niet en eiste dat Laurus in de gehuurde winkelruimte weer een supermarkt zou exploiteren. Laurus beweerde dat dit niet mogelijk was en dat de winkel ook niet geschikt was voor een van haar andere formules: Super de Boer of Edah. Daarom vond Laurus het redelijk dat zij de winkel liet leegstaan en had dichtgetimmerd.

 

U begrijpt het al, de rechter kwam er aan te pas. De rechter te Zutphen maakte tijdens een kort geding op 7 april 2004 (nummer LJN AO9075) korte metten met de argumenten van Laurus en gaf de verhuurder gelijk.

Laurus overtuigde de rechter helemaal niet met een intern rapport dat de gehuurde winkel niet geschikt zou zijn voor een van haar andere formules. Ook was de rechter niet onder de indruk van de bewering van Laurus dat een andere vestiging van een supermarkt in deze winkel kannibaliserend zou werken op andere supermarkten in de buurt en regio. Want die winkels hadden blijkbaar nu ook een bestaansrecht. Al met al is begrip voor de verliezen van supermarktconcern Laurus op zijn plaats, maar dat geeft haar nog niet het recht om winkels her en der leeg te laten staan zonder haar zaken goed te regelen.

Had Laurus dan een keus? Ja, uiteraard. Laurus had kunnen kiezen voor onderhuur aan een soortgelijke winkel of een indeplaatsstelling van een branchgenoot. Maar ja, dan had Laurus de concurrent binnengehaald in Doetinchem en dat wilde zij ook niet. Een extra vestiging van Super de Boer of Edah streefde zij in Doetinchem ook niet naar. Dat is dus kiezen uit twee kwaden.

Laurus had het huurcontract kunnen afkopen, dat kost geld, maar het scheelt ook een hoop zorg. Of, zij had in overleg met de verhuurder een nieuwe vergelijkbaar solvabele huurder kunnen zoeken en de eventueel lagere huur aanvullen. Of garant staan voor de nieuwe huurder. Daarvoor koos Laurus helaas niet, want zij wilde voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. En, dat mislukte.