| |
Bedrijven kunnen om welke reden
dan ook geen behoefte meer hebben aan gehuurde ruimte. Kantoorverdiepingen
staan leeg, winkels zijn overbodig of het personeel zit wel erg ruim
in hun kantoor. Reorganisaties, inkrimping en opheffen van bedrijven
leiden vaak tot leegstand. Maar, het huurcontract loopt nog door. Moet
de verhuurder genoegen nemen met leegstand van verhuurde panden?
Huurders van bedrijfsruimten verplichten zich in een huurcontract met daarbij
behorende algemene bepalingen in de gehuurde bedrijfsruimte een bedrijf
te voeren waarvan de bestemming in het huurcontract staat vermeld. In een
huurcontract van een winkelruimte kan bijvoorbeeld staan dat de huurder
zich verplicht in die ruimte een supermarkt te exploiteren. Sluit een winkelier
zijn zaak of sluit een supermarktketen een vestiging, dan kan die de gehuurde
winkelruimte niet zondermeer laten leegstaan of gewoonweg sluiten met witgekalkte
etalageruiten. Zo’n gesloten of geblindeerde winkel zal een negatieve
uitstraling hebben op de overige winkels in de straat of in het winkelcentrum,
die daardoor minder aantrekkelijk worden. Daarbij kunt u nog tellen de
dalende beleggingswaarde van die bedrijfsruimte ten gevolge van verloedering
van het leegstaande pand.
Laurus bezon zich op haar positie in de supermarktbranche. Hierdoor hief
zij de Basismarktformule op en sloot zij alle vestigingen in het land.
Zij kon blijkbaar af van enkele huurcontracten, slaagde in onderverhuur
of trof een andere regeling met de verhuurder. In Doetinchem echter, timmerde
zij de etalageruiten van de opgeheven Basismarkt dicht. De verhuurder accepteerde
dat niet en eiste dat Laurus in de gehuurde winkelruimte weer een supermarkt
zou exploiteren. Laurus beweerde dat dit niet mogelijk was en dat de winkel
ook niet geschikt was voor een van haar andere formules: Super de Boer
of Edah. Daarom vond Laurus het redelijk dat zij de winkel liet leegstaan
en had dichtgetimmerd.
|
|
U begrijpt het al, de rechter
kwam er aan te pas. De rechter te Zutphen maakte tijdens een kort geding
op 7 april 2004 (nummer LJN AO9075) korte metten met de argumenten van
Laurus en gaf de verhuurder gelijk.
Laurus overtuigde de rechter
helemaal niet met een intern rapport dat de gehuurde winkel niet geschikt
zou zijn voor een van haar andere formules. Ook was de rechter niet onder
de indruk van de bewering van Laurus dat een andere vestiging van een
supermarkt in deze winkel kannibaliserend zou werken op andere supermarkten
in de buurt en regio. Want die winkels hadden blijkbaar nu ook een bestaansrecht.
Al met al is begrip voor de verliezen van supermarktconcern Laurus op
zijn plaats, maar dat geeft haar nog niet het recht om winkels her en
der leeg te laten staan zonder haar zaken goed te regelen.
Had Laurus dan een keus? Ja, uiteraard. Laurus had kunnen kiezen voor onderhuur
aan een soortgelijke winkel of een indeplaatsstelling van een branchgenoot.
Maar ja, dan had Laurus de concurrent binnengehaald in Doetinchem en dat
wilde zij ook niet. Een extra vestiging van Super de Boer of Edah streefde
zij in Doetinchem ook niet naar. Dat is dus kiezen uit twee kwaden.
Laurus had het huurcontract kunnen afkopen, dat kost geld, maar het scheelt
ook een hoop zorg. Of, zij had in overleg met de verhuurder een nieuwe
vergelijkbaar solvabele huurder kunnen zoeken en de eventueel lagere huur
aanvullen. Of garant staan voor de nieuwe huurder. Daarvoor koos Laurus
helaas niet, want zij wilde voor een dubbeltje op de eerste rang zitten.
En, dat mislukte. |
|