| |
De verhuurder van bedrijfsruimten zal zijn panden via een opstalverzekering
verzekeren tegen brand-, storm- en waterschade. Hierbij gaat hij uit van
een normaal risico. De huurder sluit een inboedel- en inventarisverzekering
tegen dezelfde schaderisico's en inbraak. Een verhoogd risico op brand
moet de huurder wel melden aan zijn verhuurder. En, de huurder moet ook
zijn eigen verbouwing verzekeren.
In de meeste huurcontracten bedingt de verhuurder een meerpremie. Een
meerpremie voor de opstalverzekering van de verhuurder is aan de orde
wanneer de huurder door zijn bedrijfsvoering een hoger dan gebruikelijk
brandrisico aan het pand veroorzaakt. U kunt in de door u gehuurde bedrijfsruimte
een stalling van caravans hebben en gedurende deze maanden in de leegstaande
ruimte demonstraties geven met openhaarden en barbecues. Maar ook het
wijzigen van de bestemming van een pand van een koffiehuis in een restaurant
met volledig keuken met open grill. Ten eerste moet de verhuurder op de
hoogte zijn van die (tijdelijke) bestemmingswijziging en moet dat ook
nog goedvinden. Op de tweede plaats komt de verzekering, waarbij de verzekeraar
een komt kijken of en hoeveel het brandrisico wordt verhoogd door het
gewijzigde gebruik van het pand. In deze gevallen zal de verzekeringspremie
voor de opstalverzekering zondermeer stijgen. Bijvoorbeeld van een euro
tot vijf euro per duizend euro verzekerd bedrag (herbouwwaarde). Is de
verzekeraar onbekend met een verhoogd risico, dan hoeft hij de ontstane
schade niet uit te keren.
In uw huurcontract staat over dit onderwerp dat de hogere premie die verhuurder
moet betalen ten gevolge van het door huurder verhoogde brandrisico voor
rekening van de huurder komt. Als gebruikelijk neemt men meestal een halve
tot een hele euro per duizend (o/oo) euro verzekerd bedrag. Wordt de nieuwe
premie vijf euro per duizend euro dan betaalt u ongeveer vier euro o/oo
mee aan de verzekeringspremie van het gehele pand waarin uw bedrijf zich
bevindt. In de praktijk stuurt de verhuurder jaarlijks een nota aan huurder
voor dat bedrag.
|
|
Maar, huurder heeft het recht op een kopie van de verzekeringspolis.
Daarmee kan hij controleren of verhuurder het pand niet voor teveel heeft
(over-) verzekerd. Ook kan hij dan bekijken of de verhuurder niet een
veel te hoge premie betaalt. Stel dat deze gevallen aan de orde zijn,
kan huurder de verhuurder dwingen om het verzekerd bedrag tot een verantwoord
maar lager niveau te verlagen en zich te verzekeren tegen een redelijke
verzekeringspremie. Dat kan de huurder een hoop euro=s per jaar schelen.
Het overkwam een klant van mij een aantal jaren geleden dat verhuurder,
zonder dat hij zich dat realiseerde, een 75 procent te hoge premie betaalde
en die via de meerpremie wilde verhalen op zijn huurders. Namens de huurders
heb ik toen een offerte laten maken voor het gehele vastgoedbezit van
verhuurder en kon ik hem een veel lagere verzekeringspremie op dezelfde
voorwaarden bieden. Daarmee kon verhuurder zijn premie verlagen en ook
de doorberekende meerpremie aan zijn huurders. Iedereen was gelukkig.
Als de huurder met toestemming van verhuurder een grote verbouwing pleegt
in een gehuurde bedrijfsruimte moet hij de (herbouw) waarde daarvan apart
verzekeren. Via de inboedel- en inventarisverzekering verzekert de huurder
in de regel roerende goederen. De verbouwing is door zijn aard onroerend
goed geworden en zit >aard en nagelvast= aan het pand van de verhuurder.
De verhuurder echter verzekert alleen het kale bedrijfspand dat hij verhuurt.
Dus de huurder moet zijn kostbare verbouwing apart verzekeren en dat kan
via een zogenoemde huurdersbelangverzekering. Soms zit die verzekering
al bij de inboedelverzekering, maar zeker niet altijd. Tot slot nog een
advies. Sluit dit soort verzekeringen bij dezelfde maatschappij als de
verhuurder. Misschien krijgt u dan niet altijd de laagste premie. Bij
een schade stuurt de ene verzekeringsmaatschappij u niet tenminste naar
de andere, en van het kastje naar de muur.
|
|