| |
Een huurcontract is snel ondertekend.
Veel huurders ondertekenen huurcontracten zonder precies te weten wat
hun rechten en plichten zijn. Er zijn vele model-huurcontracten in omloop
en al snel gaan huurders ervan uit dat huurcontracten standaard zijn,
terwijl er niets minder waar is. In model-huurcontracten kunt u bepalingen
schrappen, bepalingen en voorwaarden toevoegen.
Sinds 1 augustus 2003 gelden voor bedrijfsruimten nieuwe huurregels. Voor
die gelegenheid hebben allerlei organisaties van onroerend goed-beleggers
detailhandelaren en de makelaarsverenigingen nieuwe model-huurcontracten
uitgegeven. Bestond vroeger een huurcontract uit een of twee pagina's,
tegenwoordig bestaat het contract uit vier pagina's en bevatten de bijbehorende
Algemene Bepalingen twaalf pagina's. Als huurder behoort u te weten wat
daarin staat, wat een en ander voor u betekent en of u daarmee akkoord
kunt gaan. De meeste huurders zijn leken op het terrein van het huurrecht
en daarom kunnen ze het best daarover advies vragen aan deskundigen: gespecialiseerde
advocaten en makelaars.
Een bekend discussiepunt bij huur van bedrijfsruimten is de gebrekenregeling.
Voor de liefhebbers wijs ik op de artikelen 7: 204 tot en met 210 van
het Burgerlijk Wetboek (BW). Want welke rechten heeft de huurder als hij
zijn gehuurde pand niet of niet volledig kan gebruiken omdat de verhuurder
ingrijpende en noodzakelijke werkzaamheden aan en in het pand moet uitvoeren?
Denkt u maar eens aan grote renovaties in uw gebouw en vernieuwen van
de fundering onder een winkel. Dit kan vele maanden duren, gedurende die
tijd kunt u uw bedrijf wel geheel of gedeeltelijk sluiten en dat kost
u veel geld. In enkele model-huurcontracten is uitgesloten dat de schade
die zon huurder dan ondervindt voor rekening van de verhuurder komt. Soms
zelfs dat u niet een in aanmerking komt voor een huurkorting tijdens die
periode. Hoedt u hiervoor.
|
|
Vorig jaar speelde een vergelijkbare
zaak bij de kantonrechter in Amsterdam (18 juli 2003, WR 2003, 75). Een
personeelswervingsbureau huurde een aantal verdiepingen in een kantoorgebouw.
De verhuurder ging de bovenliggende verdiepingen ingrijpend renoveren.
Daardoor kon de huurder een deel van de door hem gehuurde kantoorruimte
niet gebruiken. Verhuurder had hem wel een huurvrijstelling tijdens de
renovatieperiode gegeven en hem elders een alternatieve vergaderzaal ter
beschikking gesteld. Dit lijkt op het eerste gezicht een redelijke regeling;
ongemakkelijk voor de huurder maar desondanks redelijk. De huurder was
niet tevreden en besluit een bedrag van de te betalen huur niet te betalen
wegens gederfd huurgenot. Tevens wilde de huurder het huurcontract gedeeltelijk
ontbinden. Verhuurder ging naar de kantonrechter ter incasso van de niet
betaalde huur en beriep zich op de Algemene Bepalingen van deze huur.
Dat had hij beter niet kunnen doen.
De kantonrechter oordeelde weliswaar dat de aangeboden huurvrijstelling
voldoende was en dat van een ontbinding van de huur geen sprake kon zijn.
Echter hij vond het beding in die Bepalingen dat de verhuurder in dit
geval geheel geen risico liep onredelijk bezwarend voor de huurder, die
als wervingsbureau niet gewend was huurcontracten af te sluiten. Dit onredelijk
bezwarend beding komt dus in aanmerking voor een plaats op de grijze lijst
met voorwaarden waar in dit geval verhuurders de huurder niet aan mogen
houden. Deze lijst wordt besproken in artikel 6: 237 BW.
Daarom is goed om u deskundig te laten adviseren of begeleiden bij het
sluiten van huurcontracten met al die kleine lettertjes. Zo, dat u niet
in een grijs gebied terecht komt, waar u de weg niet kent.
|
|