|
ARTIKELEN UIT DE FINANCIELE TELEGRAAF |
||||
| geplaatst 25 mei 2004 |
<< terug | |||
| Via het nieuwe ruimtelijke beleid
van de voortvarende minister Dekker van Vrom krijgen provincies en gemeenten
meer vrijheid bij het invullen van hun grondgebied. Sommige gemeenten
echter, laten zich in hun ruimtelijke beleid te veel leiden door plaatselijke
deelbelangen. Provincies moeten zich op dat punt veel meer doen gelden,
dat is immers hun functie. Consumenten die graag winkelen in grote winkels
hebben daar recht op, dat geldt ook voor consumenten die graag funshoppen
in kleinere winkels in oude centra. De nieuwe nota Ruimte van de regering geeft aan dat er een vrije vestiging van winkels en bedrijven moet komen. De praktijk staat daar haaks op. Vorige week stuurde de Kamer van Koophandel Utrecht nog een brandbrief naar de Provinciale Staten van Utrecht om te voorkomen dat er een verbod komt op winkels groter dan 1500 vierkante meters. Utrecht wil door het tegengaan van grote winkels de plaatselijke middenstand van dorpen en steden beschermen. |
Deze misvatting kom ik in de praktijk vaker tegen. Bijvoorbeeld in Zierikzee, Amsterdam-Osdorp, Deventer en Heerlen. Middenstanders zijn snel huiverig voor veranderingen in hun winkels en in het consumentengedrag. Dat kan best, maar de politiek dient te accepteren dat de consument verandert en dat grote en kleine winkels daarop moeten inspelen. Ik heb begrepen dat gebruikers van perifere detailvestigingen (pvd's)
en grootschalige detailvestigingen (gdv's) zich hebben gebundeld in een
pdv/gdv-platform. Dit platform (pdv.gdv@tiscali.nl) heeft tot taak om
overheden te overtuigen dat grote winkels aan de randen van gemeenten
ook goed zijn voor de plaatselijke middenstand en consumenten uit de regio
naar gemeenten trekken. Daarmee blijven geldstromen in die gemeenten in
plaats van dat dit geld wegstroomt naar andere regio's. De hedendaagse
consument is immers mobiel en vindt zijn/haar weg toch wel. |