ARTIKELEN UIT DE FINANCIELE TELEGRAAF

 

geplaatst 16 maart 2004
Hogere of lagere huur?

<< terug
 

Nu de bestedingen van consumenten wat lager zijn dan enkele jaren geleden, klagen middenstanders en het winkelbedrijf over de hoogte van hun huren. In economische betere tijden hoorde ik hen niet mopperen over de in verhouding lage huren. Bij huurders leeft nog veel onduidelijkheid over het recht van henzelf om de huurprijs na vijf jaren te verlagen en dat de verhuurder na vijf jaren de huurprijs mag verhogen. Dat leidt tot veel onnodige rechtszaken.

Grote en kleine winkels en horecaruimten vallen onder een beschermend huurregime voor zowel de huurperioden als de huurprijzen. Tot 1 augustus 2003 stonden de regels over de huurprijsherzieningen in artikel 7A: 1632a van het Burgerlijk Wetboek (BW). Vanaf 1 augustus 2003 vindt u die regels in de artikelen 7: 303 en 304 van het BW. De jaarlijkse huurprijsaanpassing aan de hand van de Consumentenprijsindex (CPI) regelen huurder en verhuurder in de regel in het huurcontract. In sommige huurcontracten staan artikelen over de huurprijsherziening die huurder en verhuurder iedere vijf jaren dat de huur duurde kunnen voorstellen. Indien die herziening niet in het huurcontract staat, voorzien de eerder genoemde wetsartikelen daarin. Iedere vijf jaar dat een huurovereenkomst geduurd heeft kunnen huurder en verhuurder de huurprijs aan de ontwikkeling van de gemiddelde huurprijzen van vergelijkbare bedrijfsruimten ter plaatse aanpassen.

Zeker als u een huurcontract van vijf en vijf jaren heeft en u de opzegtermijn van twaalf maanden heeft laten verlopen, kan het zuur zijn. De nieuwe huurprijs zou zo hoog kunnen uitvallen dat u deze niet kunt betalen in de tweede periode van vijf jaren. Daarom is het zinvol dat u in dat geval tegen het einde van het vierde jaar, dus vlak voor dat u de huur zou kunnen opzeggen, contact met uw verhuurder opneemt, of hij de huurprijs wil verhogen. Nogmaals deze vijfjaarlijkse huurprijsherziening staat los van het recht van verhuurder om jaarlijks de huurprijs aan te passen aan de hand van de CPI. Ook de vraag of uw bedrijfsvoering een hogere huurprijs kan dragen, is op zich niet interessant. De verhuurder is overigens wel gek om in deze tijd een goede huurder met een hoge huurprijs weg te jagen en leegstand te riskeren.

 

De afgelopen weken las ik berichten dat winkelcentra en drogisterijketen Het Kruidvat vinden dat verhuurders dit en volgend jaar hun huurprijzen niet moeten verhogen, ineens of via de CPI. Tranen biggelden over mijn wangen, toen ik dat las. Het tegenover gestelde hoorde of las ik niet in de jaren negentig toen winkeliers en horeca niet meer wisten waar ze nieuwe voorraden moesten kopen, omdat de consumenten de goederen en drankjes uit hun handen gristen. Zoveel geld was er toen nog en werd er dus ook veel verdiend door iedereen. Ook door diezelfde huurders die nu klagen over de jaarlijkse indexering van hun huurprijs. Kijk als we dan toch de huurprijs afhankelijk willen maken van het economische tij, moeten we ook echt kiezen voor omzetafhankelijke huurprijzen. Dan profiteert de verhuurder als het goed gaat en levert hij in als het slechter gaat. De huurprijs is in die situatie dan zo objectief vast te stellen, dat we ook niet meer rekening hoeven te houden met allerlei gerechtelijke procedures .

In de praktijk merk ik dat beginnende winkeliers en horecaondernemers snel een huurcontract van vijf en vijf jaren met een flinke huurprijs ondertekenen. En, dan zonder begeleiding van een vastgoeddeskundige. Dat is niet handig. Zeker in deze economische situatie is het verstandig om bijvoorbeeld eerst een huurcontract van twee jaren aan te gaan en als het goed gaat die periode om te zetten in vijf en vijf jaar. Raadpleeg ook eens een deskundige over de hoogte van de huurprijs en de inhoud van het huurcontract voor dat u tekent. Zo'n huurcontract mag niet als een molensteen om uw nek hangen. Want meestal is de verhuurder een professional die zijn rechten goed kent, en daarvan ook gebruik maakt.