| |
Nu de bestedingen van consumenten
wat lager zijn dan enkele jaren geleden, klagen middenstanders en het
winkelbedrijf over de hoogte van hun huren. In economische betere tijden
hoorde ik hen niet mopperen over de in verhouding lage huren. Bij huurders
leeft nog veel onduidelijkheid over het recht van henzelf om de huurprijs
na vijf jaren te verlagen en dat de verhuurder na vijf jaren de huurprijs
mag verhogen. Dat leidt tot veel onnodige rechtszaken.
Grote en kleine winkels en horecaruimten vallen onder een beschermend
huurregime voor zowel de huurperioden als de huurprijzen. Tot 1 augustus
2003 stonden de regels over de huurprijsherzieningen in artikel 7A: 1632a
van het Burgerlijk Wetboek (BW). Vanaf 1 augustus 2003 vindt u die regels
in de artikelen 7: 303 en 304 van het BW. De jaarlijkse huurprijsaanpassing
aan de hand van de Consumentenprijsindex (CPI) regelen huurder en verhuurder
in de regel in het huurcontract. In sommige huurcontracten staan artikelen
over de huurprijsherziening die huurder en verhuurder iedere vijf jaren
dat de huur duurde kunnen voorstellen. Indien die herziening niet in het
huurcontract staat, voorzien de eerder genoemde wetsartikelen daarin.
Iedere vijf jaar dat een huurovereenkomst geduurd heeft kunnen huurder
en verhuurder de huurprijs aan de ontwikkeling van de gemiddelde huurprijzen
van vergelijkbare bedrijfsruimten ter plaatse aanpassen.
Zeker als u een huurcontract van vijf en vijf jaren heeft en u de opzegtermijn
van twaalf maanden heeft laten verlopen, kan het zuur zijn. De nieuwe
huurprijs zou zo hoog kunnen uitvallen dat u deze niet kunt betalen in
de tweede periode van vijf jaren. Daarom is het zinvol dat u in dat geval
tegen het einde van het vierde jaar, dus vlak voor dat u de huur zou kunnen
opzeggen, contact met uw verhuurder opneemt, of hij de huurprijs wil verhogen.
Nogmaals deze vijfjaarlijkse huurprijsherziening staat los van het recht
van verhuurder om jaarlijks de huurprijs aan te passen aan de hand van
de CPI. Ook de vraag of uw bedrijfsvoering een hogere huurprijs kan dragen,
is op zich niet interessant. De verhuurder is overigens wel gek om in
deze tijd een goede huurder met een hoge huurprijs weg te jagen en leegstand
te riskeren.
|
|
De afgelopen weken las ik berichten
dat winkelcentra en drogisterijketen Het Kruidvat vinden dat verhuurders
dit en volgend jaar hun huurprijzen niet moeten verhogen, ineens of via
de CPI. Tranen biggelden over mijn wangen, toen ik dat las. Het tegenover
gestelde hoorde of las ik niet in de jaren negentig toen winkeliers en
horeca niet meer wisten waar ze nieuwe voorraden moesten kopen, omdat
de consumenten de goederen en drankjes uit hun handen gristen. Zoveel
geld was er toen nog en werd er dus ook veel verdiend door iedereen. Ook
door diezelfde huurders die nu klagen over de jaarlijkse indexering van
hun huurprijs. Kijk als we dan toch de huurprijs afhankelijk willen maken
van het economische tij, moeten we ook echt kiezen voor omzetafhankelijke
huurprijzen. Dan profiteert de verhuurder als het goed gaat en levert
hij in als het slechter gaat. De huurprijs is in die situatie dan zo objectief
vast te stellen, dat we ook niet meer rekening hoeven te houden met allerlei
gerechtelijke procedures .
In de praktijk merk ik dat beginnende winkeliers en horecaondernemers
snel een huurcontract van vijf en vijf jaren met een flinke huurprijs
ondertekenen. En, dan zonder begeleiding van een vastgoeddeskundige. Dat
is niet handig. Zeker in deze economische situatie is het verstandig om
bijvoorbeeld eerst een huurcontract van twee jaren aan te gaan en als
het goed gaat die periode om te zetten in vijf en vijf jaar. Raadpleeg
ook eens een deskundige over de hoogte van de huurprijs en de inhoud van
het huurcontract voor dat u tekent. Zo'n huurcontract mag niet als een
molensteen om uw nek hangen. Want meestal is de verhuurder een professional
die zijn rechten goed kent, en daarvan ook gebruik maakt.
|
|