ARTIKELEN UIT DE FINANCIELE TELEGRAAF

 

geplaatst 3 februari 2004
Servicekosten: Redelijk en niet te duur

<< terug
 

Naast de huurprijs vormen de servicekosten een belangrijke kostenpost voor huurders. Aan het vele gesteggel daarover tussen huurders en verhuurders leid ik af dat afspraken over servicekosten nog veel te wensen overlaten. Zowel bij nieuwe als lopende huurcontracten zouden huurders en verhuurders niet moeten dulden dat deze kosten gebrekkig geregeld zijn en dat als nog afdoende regelen.

Huurders betalen mee aan een veelheid van kosten van een complex of gebouw. Zoals verbruik van elektriciteit en gas, centrale verwarming, topkoeling of airconditioning, onderhoud van lift, tuin, parkeerplaats, bewaking, glazenwasser enzovoorts. Verhuurder geeft de opdracht voor deze werkzaamheden en betaalt de nota=s uit de ontvangen voorschotten voor servicekosten. Het is de bedoeling dat de verhuurder of zijn beheerder ieder kalenderjaar een afrekening voor de huurders opstelt van gemaakte kosten en ontvangen voorschotten. Vielen de kosten mee, dan krijgen de huurders geld terug, vielen de kosten tegen dan moeten de huurders bijbetalen. Voor dit extra werk krijgt de verhuurder een redelijk honorarium, dat u ziet staan in de jaarlijkse afrekening van de gemaakte kosten. De verhuurder of beheerder moet echter wel steeds opletten dat zij wel de juiste opdrachten verstrekken: goed van kwaliteit en niet te duur. Huurders hebben het recht daarin inzage te krijgen en er eventueel commentaar op te leveren. Verricht de beheerder geen goed werk dan loopt hij het risico dat het verschil ten opzichte van een goedkopere aanbieding, zelf moet bijpassen.

Uiteraard blijft de verhuurder zijn eigen onderhouds- en reparatiekosten betalen, niet alle kosten aan een gebouw zitten in de servicekosten. In ieder geval moet in uw huurcontract een duidelijk opsomming staan aan welke kosten u via de servicekosten dient mee te betalen. Bijvoorbeeld grotere reparaties of vernieuwing van liften komen voor rekening van de verhuurder, zo ook reparaties of vernieuwing van daken.

 

Ik kom nog al eens tegen dat huurders meebetalen aan kosten op basis van de oppervlakten die zij in een gebouw huren. Bij gebruik van elektriciteit kan dat onvoordelig uitpakken als u weinig verbruik heeft en uw buurman juist heel veel. Het rechtstreeks opmeten van verbruik van elektriciteit, verwarming, gas en water via (tussen-) meters geniet altijd de voorkeur. Onlangs vernam ik dat een huurder van een winkelcentrum failliet ging en de verhuurder miste een groot bedrag aan huur en een groot bedrag aan servicekosten. Daarom dacht deze verhuurder slim te zijn en sloeg het gemiste bedrag aan servicekosten om over de andere huurders. Maar volgens mij gaat die vlieger niet op. U kunt zo=n situatie natuurlijk ook tegenkomen bij leegstand in een verzamelgebouw. Indien verhuurder leegstand aanhoudt of hij incasseert de huur en servicekosten niet voldoende bij zijn huurders moet hij dat risico zelf dragen. Dit kan hij niet afwentelen op zittende huurders.

Verhuurder en beheerder lopen nog een ander risico dat zij niet kunnen afwentelen. Als een bedrijf dat gemeenschappelijke servicediensten levert, zoals een schoonmaakbedrijf, failliet gaat en het blijkt dat de schoonmaker zijn sociale lasten niet heeft afgedragen. Dan is er een mogelijkheid dat de beheerder opdraait voor deze niet afgedragen sociale lasten aan de UWV. Dit zou een verhaal zijn in het kader van de Wet Ketenaansprakelijkheid (WKa). Dit overkwam een woningcorporatie onlangs en de Centrale Raad van Beroep (CRvB) oordeelde echter op 28 augustus 2003 dat deze corporatie toch niet aansprakelijk was omdat hij geen ‘eigenbouwer= was. Dus door het oog van de naald. Echter, de Belastingdienst kan weer anders oordelen. Dit risico kunt u voorkomen via het storten van een aandeel van de nota van bedrijven ten behoeve van de sociale lasten te storten op een G-rekening. Uw fiscalist kan u hierin adviseren.