| |
Ondernemers die hun bedrijfspand willen verbouwen en verfraaien lopen regelmatig aan tegen onwillige gemeentebesturen. Gemeenten lijken weinig begrip te hebben voor redelijke wensen van ondernemers. Doordat ondernemers hun pand een beter uiterlijk geven, hopen zij meer klanten te trekken. Volgens mij is dat goed voor zowel de ondernemer als een gemeente. Waarom doen gemeenten dan zo moeilijk?
De ene ondernemer beplakt zijn gevel met schreeuwerige reclameborden, de andere ondernemer zoekt het meer in een chique uitstraling van zijn bedrijfspand. Daartussenin zitten duizend en een varianten. Hoe u uw pand ook wilt uitdossen, voor al die uiterlijkheden komt u de gemeentelijke overheid tegen. Afhankelijk van het gebied waarin u pand staat zijn de regels hiervoor strenger of soepel. Grote meubelhallen op bedrijventerreinen hebben immers meer vrijheden dan winkels in een beschermd stads- of dorpsgezicht. Denkt u maar eens aan de vlaggen op het dak van een groot hotel in het centrum van Amsterdam, die er af moesten. Sterker nog de deelgemeente Amsterdam-Centrum verkwistte vele duizenden euro=s belastinggeld om die vlaggen met veel misbaar te verwijderen.
Staat uw pand geregistreerd als een monument, dan bent u aan nog veel meer regels gebonden. Er bestaan drie soorten monumenten: Rijksmonumenten en gemeentelijke of provinciale monumenten. De bescherming hiervan is geregeld in de Monumentenwet van 1988. Volgens artikel 11 van deze wet is het verboden om zonder vergunning: ´een beschermd monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, en een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht´. Of uw pand op een monumentenlijst staat kunt u navragen bij uw gemeente. Ook kan uw pand staan in een beschermd stads- of dorpsgezicht. In grote lijnen is uw pand dan even beschermd als of het een monument is. Met het grote verschil dat alleen bij een Rijksmonument u de onderhouds- en restauratiekosten mag aftrekken bij de Inkomstenbelasting, bij alle andere niet. Bezit uw bedrijf dit monument, dan zijn alle kosten van het pand uiteraard aftrekbaar bij uw winst. Wilt u niet dat uw pand een monument wordt, dan kunt u daartegen bezwaar maken.
|
|
Zonder vergunning mag uw dus weinig wijzigen of verfraaien aan een monumentenpand. Dat ondervond ook een restauranthouder in mijn geboorteplaats Den Bosch. Al jaren had hij smaakvolle markiezen aan de ramen van zijn pand en ook had hij een reclamelichtbak aan de gevel. Daarvoor had hij nooit een vergunning aangevraagd maar de gemeente gedoogde de markiezen en de lichtbak al vele jaren. Om zijn zaken in orde te willen hebben, vroeg de restauranthouder een monumentenvergunning aan voor deze markiezen en reclame. De gemeente Den Bosch weigerde dat en de markiezen en reclame moesten van de gevel af. Hij maakte bezwaar bij de gemeente, maar die wees dit af, dat wel vaker gebeurt door gemeenten. Toen naar de rechtbank, zie Praktijkgids 2003 nummer 6092. De bestuursrechter floot de gemeente terug omdat zij de belangen van de restauranthouder onvoldoende had laten meewegen bij haar beslissing. En de ondernemer kan tevreden zijn, hij mag zijn gevel in tact laten.
De les uit deze casus is, dat u zich niet altijd meteen hoeft neer te leggen bij een weigering of afwijzing door een gemeente. De gang naar de bestuursrechter kan soms lang en niet goedkoop zijn, maar u schiet er vaak iets mee op.
|
|