| |
Het is vele verhuurders van bedrijfspanden al overkomen, dat de huurder deze ruimte als woonruimte in gebruik neemt. Vaak werken gemeentelijke diensten mee aan deze bestemmingswijziging. Verhuurders lijden daardoor schade omdat het bedrijfspand dan valt onder het huurregime van woningen. Tevens komen de nadere bouwkundige eisen aan het pand ook nog voor rekening van de benadeelde verhuurder.
Het is van het grootste belang dat in het huurcontract een goede omschrijving staat van de bestemming en het gebruik van een bedrijfspand dat huurder en verhuurder zijn overeengekomen. Dat kan natuurlijk ook zijn een gemengd gebruik van bedrijfs- en woonruimte. Bij de aanwezigheid van een onzelfstandige woning die slechts toegankelijk is via de bedrijfsruimte, zullen de huurregels voor bedrijfsruimte gaan boven die van woonruimte. Zodra een verhuurder kennis heeft van een ander gebruik van een verhuurder bedrijfsruimte, moet de verhuurder dit niet toegestane gebruik stuiten. Gebruikt de huurder het pand in strijd met de afgesproken bestemming, zoals een kantoor als winkel of, een kantoor of winkel (gedeeltelijk) als woning, moet de verhuurder in actie komen. Het stuiten van een niet afgesproken gebruik kunt u doen via een aangetekende brief, een deurwaardersexploot of meteen een advocaat erop zetten die de zaak bij een (kanton-) rechter aanhangig maakt.
De uitvoering van deze nieuwe regeling ligt in handen van de vijf BSB-stichtingen in ons land.
BSB staat voor: Bodemsanering in gebruik zijnde bedrijfsterreinen. Deze stichtingen organiseren in de
periode 6 oktober tot en met 2 december 2003 in het gehele land 16 gratis bijeenkomsten voor
ondernemers die een ernstig verontreinigd terrein bezitten, verhuren (beleggers) of in erfpacht
hebben. In twee middaguren krijgt u informatie over het organiseren van een sanering, de
subsidiemogelijkheden daarvan en dergelijke. U kunt u zich opgeven of meer informatie krijgen via
www.stichtingBSB.nl
Een ander gebruik van een bedrijfspand kan immers de beleggingswaarde negatief beïnvloeden. De regels voor huurbescherming en huurprijzen voor kantoren en andere bedrijfsruimten zijn namelijk veel liberaler dan die regels voor beschermde winkelruimten en woningen. De bouwkundige eisen voor woningen zijn ook veel strenger dan die voor bedrijfsruimten. En, als de huurder een bedrijfsruimte als woning gebruikt en het pand voldoet niet aan alle bouwkundige eisen, zal de verhuurder opdraaien voor aanpassing van die woning. Daarnaast kan de huurder een aanpassing vragen van de huur aan de regels van de Huurprijzenwet woonruimte (puntentelling) die veelal lager uitkomen dan huren voor bedrijfspanden.
|
|
Het meest onbegrijpelijk vind ik dat gemeenten meewerken aan een verzoek van een huurder van een bedrijfsruimte om de woning om te zetten in woonruimte. Dit zonder dat de verhuurder er bij de gemeente aan te pas komt.
U komt ondermeer voor een saneringssubsidie in aanmerking als de sanering urgent is, de verontreiniging voor minstens voor 80 procent is veroorzaakt vóór 1975 en het terrein al vóór 1 januari 1995 in eigendom of erfpacht was van de huidige eigenaar of erfpachter. De eigenaar of erfpachter moet de verontreiniging voor 1 januari 2006 melden bij het bevoegd gezag. Uiteraard moet men goed en op tijd saneren en hij moet het bedrijfsterrein voor continue bedrijfsvoering gebruiken. Het terrein moet ook na sanering een bedrijfsterrein blijven en er is geen sprake van een andere overheidsbijdrage voor bodemsanering. Voor 2004 heeft de rijksoverheid ongeveer 108 miljoen van ons belastinggeld voor deze saneringssubsidie beschikbaar gesteld.
Het Gerechtshof te Amsterdam deed op 18 september 2003 (rolnummer 1283/02 KG) in zo´n opmerkelijke kwestie een duidelijke uitspraak en bevestigde daarmee het vonnis van de plaatselijke (kanton-) rechter van 31 mei 2002 (nummer VV 02-413).
Een belegger kocht in 1994 een pand aan de hoofdstedelijke Prinsengracht. In het huurcontract uit 1986 stond voor de begane grond en de eerste verdieping van het pand onder bestemming: winkel en kantoor getypt. Handmatig had iemand daarbij geschreven: woonruimte. Het stadsdeel Amsterdam-centrum heeft op verzoek van de huurder de bestemming van het pand gewijzigd van bedrijfs- in woonruimte. En, de huurder had beide verdiepingen als woning in gebruik. Ondanks het verzet van de huurder had verhuurder een veelheid aan bewijzen dat de huurder vanaf 1986 diverse bedrijven had gedreven vanuit het pand aan de Prinsengracht. Die varieerden van antiekwinkel, galerie, aannemersbedrijf tot lunchroom, welke alle waren ingeschreven geweest in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel. De raadsheren van het gerechtshof maakten korte metten met de huurder. Voor hen stond vast dat huurder een bedrijfsruimte had gehuurd en hij moest dat pand als zodanig gebruiken. Althans, hij mocht blijven wonen in de onzelfstandige woning op de eerste verdieping en de keuken in de achterkamer van de begane grond. Hij moest in de bedrijfsruimte aan de voorzijde van de begane grond voortaan een bedrijf uitoefenen. Daarmee heeft de verhuurder na twee gerechtelijke procedures van in totaal anderhalfjaar zijn onroerendgoedbelegging zeker kunnen stellen. En terecht!
|
|