| |
Naar schatting bestaan er nog 16 duizend gevallen van
bodemverontreiniging op bestaande bedrijventerreinen. Dit zijn dan alleen de ernstige en urgente gevallen.
De overheid wil deze gevallen samen met het bedrijfsleven opruimen voor het jaar 2023. Men denkt dat
daarmee in totaal 4,5 miljard euro gemoeid is. Slechts een deel daarvan komt voor subsidie in aanmerking,
de rest moet de grondeigenaar of erfpachter zelf betalen.
Sinds 1 januari 1987 is iedereen in ons land verplicht om nieuwe bodemverontreiniging te voorkomen
en deze volledig te verwijderen als er toch verontreiniging ontstaat. In juni 2001 hebben overheid
en bedrijfsleven afspraken gemaakt over een nieuwe regeling voor bodemsaneringen op bedrijventerreinen
van verontreinigingen die voor 1987 zijn ontstaan. Met de nieuwe regels moet de ondernemer vantevoren
weten waaraan hij toe is. Ook moet hij de bodemsanering zo flexibel mogelijk inpassen in zijn
bedrijfsvoering en krijgt hij duidelijkheid over de financiële bijdrage van de overheid
(is ons belastinggeld) in de saneringskosten.
De uitvoering van deze nieuwe regeling ligt in handen van de vijf BSB-stichtingen in ons land.
BSB staat voor: Bodemsanering in gebruik zijnde bedrijfsterreinen. Deze stichtingen organiseren in de
periode 6 oktober tot en met 2 december 2003 in het gehele land 16 gratis bijeenkomsten voor
ondernemers die een ernstig verontreinigd terrein bezitten, verhuren (beleggers) of in erfpacht
hebben. In twee middaguren krijgt u informatie over het organiseren van een sanering, de
subsidiemogelijkheden daarvan en dergelijke. U kunt u zich opgeven of meer informatie krijgen via
www.stichtingBSB.nl
Of de verontreiniging op een bedrijfsterrein ernstig is, moet blijken uit een gedegen bodemonderzoek
of de sanering ervan urgent is wordt bepaald door het zogenoemde bevoegde gezag. Het bevoegd gezag
bestaat uit de 12 provincies en 27 grotere steden waarin het verontreinigde terrein zich bevindt.
|
|
Hoewel de subsidie voor de saneringskosten kan oplopen tot
70 procent van de kosten, zal de grondeigenaar of erfpachter zelf ook moeten investeren. Maar of u het
leuk vindt of niet, u moet er toch een keer aan geloven. Want, wilt u het terrein in verontreinigde staat
verkopen , dan bent u slechts af van de saneringsplicht als de nieuwe eigenaar of erfpachter tegenover het
bevoegd gezag garant staat voor de saneringskosten. En , dat zult u zeker merken aan een lagere
verkoopprijs.
U komt ondermeer voor een saneringssubsidie in aanmerking als de sanering urgent is, de verontreiniging voor minstens voor 80 procent is veroorzaakt vóór 1975 en het terrein al vóór 1 januari 1995 in eigendom of erfpacht was van de huidige eigenaar of erfpachter. De eigenaar of erfpachter moet de verontreiniging voor 1 januari 2006 melden bij het bevoegd gezag. Uiteraard moet men goed en op tijd saneren en hij moet het bedrijfsterrein voor continue bedrijfsvoering gebruiken. Het terrein moet ook na sanering een bedrijfsterrein blijven en er is geen sprake van een andere overheidsbijdrage voor bodemsanering. Voor 2004 heeft de rijksoverheid ongeveer 108 miljoen van ons belastinggeld voor deze saneringssubsidie beschikbaar gesteld.
Overigens blijft sanering van zulke verontreinigingen ook na 2023 verplicht, maar van een overheidsbijdrage is dan geen sprake meer. Heeft u bouwplannen op een bedrijfsterrein met een ernstige bodemverontreiniging, dan bent u trouwens nu al verplicht om te saneren. Alleen als het bevoegd gezag deze verontreiniging als urgent beoordeelt, valt u onder deze nieuwe regeling. Zo niet, dan heeft u pech.
|
|