| |
Per 1 augustus aanstaande treedt
het nieuwe huurrecht voor woon- en bedrijfsruimte in werking. Gedurende
enkele maanden behandel ik steeds een onderdeel van de nieuwe huurregels
voor bedrijfsruimte. Deze week gaat mijn bijdrage over de huurprijsherziening
van middenstandsruimten, zoals winkels, na vijf huurjaren.
Nu nog vindt u het merendeel van de huurregels met betrekking tot middenstandsruimten,
zoals winkels, restaurants en cafés in de artikelen 7A: 1624 en
volgende van het Burgerlijk Wetboek (BW). Vanaf 1 augustus zijn de meeste
regels ondergebracht in de artikelen 7: 290 tot en met 7: 310 van het
BW. Iedere vijf huurjaren mag zowel de huurder als de verhuurder een voorstel
doen om de huurprijs te verlagen of te verhogen tot het niveau van de
dan geldende huren van vergelijkbare bedrijfsruimten. Zo=n verzoek deed
u op grond van het artikel BW 7A: 1632a. Deze vijfjaarlijkse wijziging
van de huurprijs noem ik huurprijsherziening, de jaarlijkse verhoging
van de huurprijs op grond van de prijsindex noem ik huurprijsaanpassing.
Vanaf 1 augustus staat deze huurprijsherziening voor winkels en dergelijke
beschreven in de artikelen BW 7: 303 en 7: 304.
Zowel de huurder als de verhuurder kunnen vorderen dat de rechter de huurprijs,
zo deze niet overeenkomt met die van vergelijkbare bedrijfsruimte ter
plaatse, nader zal vaststellen. Indien de huurovereenkomst voor bepaalde
tijd geldt, na afloop van de overeengekomen duur. In alle andere gevallen,
telkens wanneer tenminste vijf jaren zijn verstreken sinds de dag waarop
de laatste door huurder en verhuurder vastgestelde huurprijs is ingegaan.
Of, waarop de laatste door de rechter vastgestelde huurprijs is gevorderd.
Dit volgens artikel 7: 303 BW.
Nieuw is artikel 7: 304. Wil huurder of verhuurder dat de rechter de nieuwe
huurprijs vaststelt, dan kan zo=n vordering slechts ontvankelijk zijn
als die vordering vergezeld gaat van een advies omtrent de nieuwe huurprijs.
Dat moet een advies zijn van een of meer deskundigen, die terzake deskundig
zijn en aangewezen door huurder en verhuurder. Deze deskundigen zijn makelaars
of de Bedrijfshuuradviescommissie, die valt onder de plaatselijke Kamer
van Koophandel. Als huurder en verhuurder er niet in slagen om gezamenlijk
een of meer deskundigen aan te wijzen, zal de rechter dat doen.
|
|
De Bedrijfshuuradviescommissie
heeft als nadelen dat het vele jaren duurt tot zij met een oordeel over
de nieuwe huurprijs komt, waardoor huurder en verhuurder in onzekerheid
blijven verkeren. Tevens is een huurprijsadvies door deze commissie wel
heel erg duur! Beter kunt u terzake deskundigen, zoals makelaar of vastgoedadviseurs
benoemen. Bijvoorbeeld, wijst de huurder zijn makelaar aan, de verhuurder
doet dat ook en deze twee makelaars benoemen samen een derde makelaar.
Daarmee is de onafhankelijkheid van de drie deskundigen gewaarborgd. Deze
deskundigen kunnen dan eensgezind een huurprijsadvies uitbrengen, dat
vereist is om bij de rechter een verzoek (vordering) tot het vaststellen
van de nieuwe huurprijs in te dienen. Maar als u toch al zo=n deskundigenadvies
heeft, kunt u beter afzien van een rechterlijke procedure en dat advies
bestempelen als een bindend advies. Dat moet u dan wel vantevoren schriftelijk
overeenkomen. Let u bij bindende adviezen wel goed op. Belangrijk hierbij
is dat nog voor de deskundigen hun advies in definitieve vorm presenteren,
de opdrachtgevers recht hebben op inzage in de concepten van dat advies
en op het leveren van commentaar daarop. Dit vergeet
men nog weleens bij het bindend vaststellen van nieuwe huurprijzen en
(die ellendige) nieuwe erfpachtcanons. Krijgt u niet de gelegenheid om
te reageren op deze concept-rapporten, dan kan de rechter het definitieve
advies op uw verzoek vernietigen. Dat gebeurde onlangs ook cateraar Maison
Van den Boer met een bindend advies over een nieuwe huurprijs voor haar
winkel in Amsterdam (Praktijkgids 2003 nr 6039).
Bij het berekenen van een nieuwe huurprijs voor winkels en dergelijke
laat u verbeteringen door de huurder buiten beschouwing en houdt u rekening
met het gemiddelde van de huurprijzen gedurende de laatste vijf jaren.
De nieuwe huurprijs gaat in op de datum van het verzoek. De rechter kan
daarvan echter afwijken.
-einde-
|
|