| |
Na een tiental jaren van politiek
klungelwerk komen er per 1 augustus aanstaande nieuwe huurregels voor
bedrijfsruimten. Hoewel, nieuwe huurregels is veel gezegd, want de veranderingen
zijn er maar vallen in aantal erg mee. De komende maanden zal ik steeds
een onderdeel van de nieuwe huurregels behandelen.
Middenstandsbedrijfsruimten, zoals winkels, met huur- en huurprijsbescherming
vindt u nu nog in de wetsartikelen van het Burgerlijk Wetboek (BW) 7A:
1624 en volgende. De huur van andere bedrijfsruimte vindt u in de Huurwet.
Daarnaast bestaat er in het BW nog een serie artikelen onder andere nummers
die ook de huur van bedrijfsruimten behandelen. Dus de wetgever heeft
er een aardig rommeltje van gemaakt. Daaraan probeert de wetgever nu een
einde te maken door al die regels onder te brengen in een apart hoofdstuk
of titel van het BW , te weten nummer 7.4 over huur.
Helaas, de achterhaalde en volstrekt ouderwetse regelingen over huur en
huurprijzen voor winkels blijven in de omgenummerde wetsartikelen bestaan.
De regering heeft hier, onder druk van winkeliers, een kans laten liggen
om dat stuk wetgeving aan de huidige tijd aan te passen. Waarom moet namelijk
een vestiging van de Bijenkorf dezelfde huurprijsbescherming hebben als
de sigarenwinkel op de hoek? Omgekeerd moet een kleine huurder van kantoorruimte
iedere huur- en huurprijsbescherming ontberen als de grote huurder van
kantoren zoals de grootbanken. Misschien komt het er ook nog van dat deze
wijzigingen worden doorgevoerd, maar ik hoop dat ik dan niet weer tien
jaar daarop moet wachten.
Er gaat dus wel iets veranderen per 1 augustus en wel onmiddellijk want
er is wederom geen overgangsrecht. De onderhuurder krijgt wat meer recht
op schadevergoeding indien hij moet vertrekken bij het einde van de hoofdhuurovereenkomst
en de onderverhuurder de onderhuurder daarover niet juist heeft ingelicht.
De onderhuur kan overigens slechts gelden gedurende de looptijd van de
huur van de hoofdhuurder. Dan is er nog een aantal wijzigingen doorgevoerd
op het terrein van de gebrekenregelingen. Dus wat een huurder kan doen
als de verhuurder geen actie neemt op zijn onderhoudsklachten. Maar in
feite is dit een verwerking van vele uitspraken van rechters (jurisprudentie)
in nieuwe wettelijke regels. Veelal betreft het een tekstuele vernieuwing
van wettelijke regels en de nieuwe rangschikking ervan in het wetboek.
Verwacht u vooral geen aardverschuivingen in het huurrecht voor bedrijfsruimten,
want dan komt u bedrogen uit.
|
|
Een van de zaken die voor zowel
de huurder als de verhuurder heel belangrijk wordt, is het inspectierapport
van de gehuurde ruimte. Want, alles wat mis is aan een pand, kan straks
een gebrek opleveren, waarover de huurder flink kan zeuren. En, dat kan
de verhuurder huurderving opleveren. Daarom doet zowel de huurder als
de verhuurder er goed aan om nu al bij lopende huurcontracten, verlengde
en nieuwe huurcontracten gezamenlijk een inspectierapport van het huurpand
op te stellen en gezamenlijk te ondertekenen. Zo=n rapport kunt u vergezeld
doen gaan met tekeningen en foto=s. In dit rapport vindt u dan de technische
omschrijving van het gebouw, welke constructie, toegepaste materialen,
indeling, installaties en dergelijk. Belangrijk is dat u jaren na de aanvang
van de huur kunt u aantonen hoe het
gehuurde pand er uit zag. Dit is belangrijk omdat tijdens de huurperiode
of na afloop van de huur geen discussie mag ontstaan over de toestand
van het gehuurde. Dus wie de kosten van herstel of vernieuwing moet betalen,
indien er sprake is van een gebrek tijdens de huur of na afloop daarvan.
Met dit inspectierapport aan uw huurcontract gehecht kunt u voorlopig
met een gerust hart naar 1 augustus uitkijken. Op de andere wetswijzigingen
kom ik in volgende columns terug. Dus: wordt vervolgd!
-einde-
|
|