| |
Winkeliers willen graag allemaal
op een A 1-locatie zitten met hun onderneming. Kruideniers, schoenwinkels,
warenhuizen, drogisterijen, modehuizen et cetera. Geen locatie is goed
genoeg voor hen en komt er een goede locatie op hun bureau, dan sluit
men grif een huurcontract voor tien jaar. Voor het aangaan van zo=n huurovereenkomst
en daarbij behorende investeringen is het goed om te onderzoeken of de
toekomstverwachtingen van de winkelier terecht zijn.
Niet alle winkels hoeven op een A 1-locatie te zitten, voor veel winkels
voldoet een B 1-locatie ook prima. Bij A 1 kunt u denken aan de Kalverstraat
in Amsterdam en bij B 1 aan de hoofdstedelijke Kinkerstraat. De kwalificatie
A 1 en de verwachting dat een nieuwe winkelstraat of winkelcentrum kan
groeien tot A 1 doen de huurprijzen ter plaatse aanmerkelijk stijgen.
Winkelketens staan bij A 1 of potentiële A 1-locaties in de rij om
voor de verhuurder aantrekkelijke huurcontracten af te sluiten.
Bent u geen kapitaalkrachtige winkelketen en wilt u een winkel vestigen
op een A 1-locatie of een locatie die daar binnenkort naar toe groeit,
bent u dan voorzichtig. Een huurcontract voor winkelruimten spreekt men
snel in perioden van vijf en vijf jaar of tien jaar. Maar, het is ook
mogelijk om voor een periode van twee jaar een huurovereenkomst aan te
gaan. Na die twee jaar kunt u vertrekken of blijven zitten. Blijft u zitten,
dan wordt die twee jaar een deel van de dan lopende vijf en vijf jaren.
Bij een huurtermijn van twee jaar heeft u slechts als nadeel, dat u uw
investering ook in twee jaar moet afschrijven. In dat geval komt het aan
op een afweging van kosten: blijven of vertrekken.
Winkeliers laten zich snel het hoofd op hol maken, als zij een ruimte
krijgen aangeboden op een nieuwe locatie. Snel gaan verhuurder en huurder
er van uit dat zij op het terrein van winkel het ei van Columbus hebben
gevonden. Dat valt ook wel eens tegen.
|
|
Aan de Kop van Zuid in Rotterdam
huurde de landelijke supermarktketen Karsten uit de Kop van Noord-Holland
een winkelruimte in het nieuwe winkel-, kantoor- en horecagebied Vrij
Entrepot. De huur ging in op 1 april 1999 en wel voor tien jaar. De huurprijs
bewoog zich op een behoorlijk niveau. De ontwikkelingen van het winkelgebied
vielen Karsten zwaar tegen en hij verweet dat verhuurder Zuidkop. Karsten
schortte daarom de huurbetalingen op. Verhuurder Zuidkop richtte zich
tot de kantonrechter in Rotterdam die op 23 januari van dit jaar (Prg.
2003, 6011) een uitspraak deed.
De verhuurder had nooit bij de huurder verwachtingen gewekt ten aanzien
van de te verwachten bezoekersaantallen, laat staan dat hij over een A
1-locatie had gesproken. De huurder wist dat de betreffende buurt een
oude achterstandwijk in Rotterdam-Zuid die een upgrading moest ondergaan.
Daarom had de huurder een huurkorting (ingroeihuur) bedongen en gekregen.
Volgens de kantonrechter was de verhuurder ook niet te kort geschoten
in de exploitatie van het nieuwe centrum. Dat de huurder onder het huurcontract
uit wil omdat de resultaten binnen vijf jaren tegenvielen, was dus uitsluitend
te danken aan zijn eigen teleurgestelde toekomstverwachtingen. Daarom
ontbond de kantonrechter de huurovereenkomst niet en moest de huurder
de volledige huurachterstand met alle kosten en rente alsnog betalen.
Wilt u een nieuwe winkel vestigen, dan is het aan te raden om een deskundig
bureau een vestigingsonderzoek te laten uitvoeren. Zo dat u weet wat uw
gerechtvaardigde toekomstverwachtingen mogen zijn. Krijgt u zo=n onderzoek
met gunstige toekomstverwachtingen van de verhuurder, laat dat rapport
dan als onderdeel daarvan aan het huurcontract bevestigen. Daarmee bouwt
u tenminste enige zekerheid in
-einde-
|
|