| |
Met uitzondering van banken,
verzekeraars, en de medische zorg, hebben de meeste ondernemers te maken
met btw. Deze ondernemers hebben dan ook recht op aftrek van voorbelasting
van de door hen betaalde btw. Die btw hebben ze betaald bij kosten die
ze maken, aanschaf van apparaten en auto=s. Maar ook btw die ze betalen
bij huur en servicekosten, en bij een bedrijfspand dat ze kopen. Wat te
doen bij verkoop?
Met btw-belaste verhuur van bedrijfspanden is slechts mogelijk indien
zowel huurder als verhuurder dat aanvragen (opteren). Huurder moet dan
wel 90 procent van zijn prestaties verrichten met btw-berekening. Dit
heeft voor de verhuurder als voordeel dat hij de betaalde btw op onderhouds-
en verbouwingskosten kan verrekenen als voorbelasting op zijn aangifte
btw. Voor de huurder maakt het niet veel uit, want hij kan de bij de huur
en servicekosten betaalde btw ook weer als voorbelasting verrekenen in
zijn btw-aangifte.
In de meeste huurcontracten is een aparte btw-clausule opgenomen om te
vermijden dat de huurder die bij aanvang van het huurcontract wel voldoet
aan de 90 procentsnorm, daarna daaraan niet meer voldoet. Want, dan zou
de verhuurder een voordeel verliezen. Gebeurt het onverhoopt dat de huurder
een andere samenstelling van zijn omzet realiseert of nastreeft, dan zal
de verhuurder de huurprijs verhogen met het btw-nadeel dat hij oploopt
gedurende de gehele resterende huurperiode.
Bij koop van een bedrijfspand dat belast is met btw, dan kan de koper
de btw terug krijgen. In tegenstelling tot de teruggaaf van btw op diensten
en goederen is de teruggaaf van btw op onroerend goed niet definitief.
Verkoopt u het pand binnen 10 jaar, dan moet u een gedeelte van de btw
weer betalen. Dit punt vergeet men vaak.
|
|
Gedurende negen jaar na het
boekjaar waarin het bedrijfspand is aangekocht, volgt de belastingdienst
de btw-aftrek ervan. Aan elk van de negen boekjaren rekent men 10 procent
toe. Aan de hand hiervan kan men de btw herzien binnen die periode. Verkoopt
u dit pand binnen deze negen jaar na het boekjaar waarin het is aangeschaft
(dus 10 jaar), dan betaalt u de eerst teruggekregen btw in verhouding
ineens terug.
Stel dat u op 1 januari 1998 een nieuw bedrijfspand heeft gekocht voor
500 duizend euro plus 87.500 euro btw (in 1998 was het btw-tarief 17,
5 procent). U heeft recht op aftrek van voorbelasting btw, dus brengt
u dat bedrag ineens in mindering op uw btw-aangifte. De btw-herzieningsperiode
loopt tot en met 31 december 2007. U verkoopt het pand voor een bedrag
van 750 duizend euro en u levert op 1 juli 2003. Als u niets afspreekt
en u en de koper opteren niet voor een btw-belaste levering, geschiedt
die levering vrij van btw en moet u 4,5 jaar (1 juli 2003 tot 31 december
2007) is 4,5 x 8.750 euro is 39.375 euro btw terug betalen. Beantwoordt
de koper aan de 90 procent-norm en wil hij met u opteren voor een btw-belaste
levering, dan berekent u de koper de huidige btw en hoeft u geen btw over
4,5 jaar terug te betalen. Uiteraard draagt u de ontvangen btw af via
uw periodieke aangifte. (Althans de koper moet dit doen).
Onderhandelt u of uw makelaar over een (ver-) koopprijs, dan is het een
goede zaak dat u afstemt met de aspirant-koper of hij in aanmerking komt
voor een btw-belaste levering van het bedrijfspand of niet. Dat kan u
namelijk veel geld schelen.
-einde-
|
|