| |
Ondernemers blijken een aantal
jaren geleden al te vlot een huurcontract ondertekend te hebben. Toen
ging het economisch ook een stuk beter dan nu. Het huurcontract verdween
in een ordner of la, en er weer uit gehaald toen die nare brief van de
verhuurder op de deurmat lag. De verhuurder wil een fikse huurverhoging
en anders kan de huurder vertrekken. Hoe kan dat nou?
Het verbaast mij regelmatig hoe gemakkelijk ondernemers een huurcontract
ondertekenen. Deze ondernemers zijn zeker goed en ervaren in de branche
waarin zij hun brood verdienen. Maar meestal weten zij niets van huurrecht
voor bedrijfsruimten. In hun hoofden schijnt een onuitroeibare gedachte
te nestelen, dat huurders in dit land altijd beschermd zijn tegenover
de verhuurder op de gebieden van huurperiode en huurprijzen. Deze beschermingen
gelden slechts voor woonruimte en beschermde bedrijfsruimte zoals winkels.
Kantoren en andere bedrijfsruimten genieten zeer weinig tot bijna geen
bescherming. Mocht bijvoorbeeld de verhuurder de huur opzeggen, dan kan
de huurder aan de kantonrechter een ontruimingsbescherming vragen. De
rechter mag dit maximaal driemaal een jaar toestaan, maar gezien het huidige
aanbod van bedrijfsruimten hoeft hij dat zeker niet te doen.
Deze keer beperk ik mij tot de onbeschermde huur van bedrijfsruimten.
De afspraken over de lengte van de huurperioden en verlengingen daarvan
zijn vrij. Ook is vrij de wijze waarop iedere keer de huurprijs wordt
herzien, dus zowel ten aanzien van de jaarlijkse verhoging aan de hand
van de consumentenprijsindex als de aanpassing van de huur aan het geldende
huurmarktniveau.
Zowel voor de huurder als de verhuurder vind ik een huurcontract met een
looptijd die ieder jaar met een jaar wordt verlengd en een opzegtermijn
van bijvoorbeeld zes maanden lastig. Een bedrijf dat een goede huisvesting
heeft en daar gedurende langere tijd wil blijven, moet dan ook steeds
een langlopend huurcontract van vijf of tien jaar hebben. Anders loopt
het ieder jaar het risico een huuropzegging, wel of niet onder dreiging
van een veel hogere huurprijs, te ontvangen. Onroerendgoed- beleggers
horen te denken op lange termijn en zullen bij verhuur ook streven naar
langere huurperioden, daarmee vermijden zij leegstand.
|
|
In huurcontracten van onbeschermde
bedrijfsruimten staat een huurprijs die geldt gedurende de (eerste) huurperiode
en de jaarlijkse indexaanpassing. Bij het einde van de afgesproken (eerste)
huurperiode zal de verhuurder de huurprijs willen verhogen naar het geldende
niveau van vergelijkbare panden. Of, als de huurprijs wel erg hoog is
zal de huurder juist de huurprijs naar dat niveau willen verlagen. U begrijpt
dat het belangrijk is dat huurder en verhuurder het eens zijn over de
nieuwe huurprijs voor dat de opzegtermijn voor de nieuwe huurperiode aanbreekt.
Worden zij het immers niet eens, dan kan de huurder altijd nog vertrekken,
na deze periode zit de huurder in een spagaat. Namelijk, hij blijft huurder
tegen een huurprijs die hij niet wil betalen. Ook is belangrijk dat u
in het huurcontract vastlegt dat de nieuwe huurprijs dus op tijd vaststaat
of niet. Dat geldt ook voor de wijze waarop de nieuwe huurprijs tot stand
moet komen. Legt u niets vast, dan riskeert u een dictaat voor de nieuwe
huurprijs van de verhuurder, onder dreiging dat hij het huurcontract beëindigt.
Daarom dient u in het huurcontract op te nemen, dat in het geval beiden
het niet eens worden over de nieuwe huurprijs men een arbitrage instelt.
In de meeste gevallen benoemt zowel de huurder als de verhuurder een makelaar,
deze twee makelaars benoemen dan een derde makelaar. Deze drie stellen
dan bindend de nieuwe huurprijs vast. Heeft de huurder veel verbouwd en
geïnvesteerd in het pand, dan is het goed dat in het huurcontract
staat dat bij het vaststellen van de nieuwe huurprijs men geen rekening
mag houden met die investeringen.
De kleine letters in ieder contract hebben vaak grote gevolgen, ook bij
huurcontracten. Raadpleeg daarom altijd een deskundige, dan schrikt u
wat minder en minder vaak.
-einde-
|
|