ARTIKELEN UIT DE FINANCIELE TELEGRAAF

 

geplaatst 14/1/2003 nr 03090 Ruimte voor bedrijven: Geef de ruimte

<< terug
 

De verkiezingen voor de Tweede Kamer op volgende week woensdag zorgen voor veel commotie. Verkiezingsleuzen en dito beloften vliegen u en mij om de oren. Politici hebben een mening over alles en nog wat, en beloven ook alles en nog wat. Daarbij vergeten zij te melden dat de gelden die zij willen besteden in feite ons belastinggeld is en over ruimte voor bedrijven hoor ik ze al helemaal niet.

Ondanks mijn bedenkingen over de laatste generaties politici, ga ik toch stemmen. Dit vooral om mijn recht tot klagen over ’s lands bestuur niet te verspelen. Uiteindelijk breng ik mijn stem uit op de partij waar ik me thuis voel. Een partijprogramma ligt immers 23 januari, overigens net zoals deze krant morgen, in de kattenbak.

Alle activiteiten die de politiek wil ondernemen, vereisen geld. Dat geld moeten alle burgers en bedrijven van ons land bijeenbrengen via de belastingen, de een meer dan de ander. Vanuit de economische bedrijvigheid van bedrijven en hun werknemers komt het geld voor nuttige voorzieningen en politieke hobby’s. Om deze bedrijvigheid op peil te houden en uit te breiden hebben bedrijven ruimte nodig. Naast ruimte, willen bedrijven bereikbaar zijn voor hun werknemers, leveranciers en klanten, die deze bedrijven veilig moeten kunnen bezoeken en verlaten.

Van bepaalde (linkse) partijen krijg ik weleens de indruk dat de overheden eigen gelden bezitten of domweg een grote boom in de rijkstuin hebben staan, waaraan geld groeit. In feite geven zij ons belastinggeld uit, het geld waarvoor ondernemers en hun medewerkers hard werken. Of belastinggeld dat komt van vermogenden die zonder arbeid te verrichten belasting betalen over hun eigen vermogen, successierechten over erfenissen en overdrachtsbelasting over de koop van onroerend goed. Als de volgende keer weer een politicus zegt dat hij/zij zoveel miljoen euro geeft aan een voorziening, verwacht ik van ons journaille dat het deze politicus corrigeert. Hij hoort namelijk te zeggen dat hij van ons belastinggeld zoveel miljoen euro daar en daaraan besteedt.



 

Enfin, over de ruimte voor bedrijvigheid. Dan heb ik het niet alleen over de fysieke ruimte, zoals bouwlocaties voor kantoren en andere panden of nieuwe bedrijfsterreinen. Dan heb ik het over stroperige regelgeving die het realiseren van bouwplannen sterk vertraagt of volstrekt onmogelijk maakt. Verhuizen is voor een bedrijf veel kostbaarder dan uitbreiden op dezelfde plek. Dat uitbreiden kan inhouden: een verdieping erop bouwen, juist de grond in gaan of een gebouw er naast bouwen. Neemt een bedrijf een besluit om uit te bouwen, dan gaat zij niet over een nacht ijs. Dus als het uitbreidingsbesluit is gevallen, moet de realisatie daarvan niet lang op zich laten wachten. Want dat scheelt zo’n ondernemer (en zijn medewerkers) omzet, en daarmee werkgelegenheid en winst.

Gemeentelijke heffingen zoals de onroerende zaakbelasting voor bedrijfspanden rijzen de pan uit, maar ook leges voor het aanvragen van bouwvergunningen en milieuvergunningen kosten een vermogen. De kostendekkendheid van deze leges zijn omgeven door veel politieke mist. Dat geldt ook voor de grondprijzen die gemeenten rekenen voor bedrijventerreinen of grond
waarop een ondernemer wil bouwen. Dan heb ik het over torenhoge grondprijzen die gemeenten hanteren bij verkoop en uitgifte in die afschuwelijke erfpacht. Overigens hanteren ook het rijk en enkele provincies erfpacht. Overheden krijgen door hun hoge prijzen langzamerhand de naam van zakkenvullers te zijn.

Politici doen er goed aan bedrijven en hun werknemers te beschouwen als het tafelzilver van ons land, in plaats van ondernemers dwars te zitten of te belemmeren in hun bedrijvigheid. Uiteraard gelden voor bedrijven regels, zeker redelijke regels. Zij moeten respect hebben voor natuur en milieu, en andere onnodige overlast aan derden vermijden. Maar ruimte hebben ze nodig, de schoorsteen moet immers wel blijven roken.

-einde-