ARTIKELEN UIT DE FINANCIELE TELEGRAAF

 

geplaatst 19/8/2003 nr 03105 Nieuw Huurrecht (5)

<< terug
 

Per 1 augustus jongstleden trad het nieuwe huurrecht voor woon- en bedrijfsruimten in werking. Gedurende enkele maanden behandelde ik steeds een onderdeel van de nieuwe huurregels voor bedrijfsruimte. De week gaat mijn laatste bijdrage in deze serie over de definitie van de kleinhandelsruimte, de energiebesparende maatregelen en de Algemene Bepalingen.

De definitie van de bedrijfsruimten die een aanmerkelijke huur- en huurprijs- bescherming genieten vindt u nu in artikel 7: 290 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor 1 augustus stond deze aanduiding in artikel 7A: 1624 BW. De huidige wetstekst omvat: een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan, die krachtens overeenkomst van huur en verhuur is bestemd voor de uitoefening van een kleinhandelsbedrijf (winkel), van een restaurant- of cafébedrijf. Van een afhaal- of besteldienst of van een ambachtsbedrijf. Een en ander indien in de verhuurde ruimte een voor het publiek toegankelijk lokaal voor rechtstreekse levering van roerende zaken of voor dienstverlening aanwezig is. Hieronder vallen ook een hotelbedrijf en een kampeerbedrijf. Bij deze ruimten behoren ook de aanhorigheden, de bij het gehuurde behorende grond en de afhankelijke woning.

Belangrijk vereiste om een ruimte te zien als een kleinhandelsbedrijf dat er rechtstreekse levering of verkoop plaats vindt. Dit is niet het geval in een meubeltoonzaal die slechts als showroom dient, maar waarbij de levering via de detailhandel geschiedt. Bij een hotel en een kampeerbedrijf hoeft geen sprake te zijn van een publiek toegankelijk lokaal en bij de camping uiteraard niet van een gebouwde onroerende zaak. Een gedeelte van een bedrijfsruimte onder dit artikel kan zijn een coffeeshop in een ziekenhuis, maar ook een shop-in-shop in een groot warenhuis. Bij aanhorigheden kunt u denken aan bij een winkel behorende opslagruimte op hetzelfde terrein. De afhankelijke woning is de bedrijfs- of dienstwoning die niet apart verhuurd wordt of niet apart te verhuren is. Deze valt dan voor de huurregels en huurprijsregels onder de bedrijfsruimte.



 

Nieuw is artikel 7: 305 BW over de financiële gevolgen van energiebesparende werkzaamheden. Schrijft een gemeente, op basis van de Woningwet, een verhuurder aan energiebesparende verbeteringen aan het pand aan te brengen is de verhuurder bevoegd om ter doorberekening van de kosten daarvan een daarop afgestemde huurverhoging te verlangen. De huurverhoging moet redelijk zijn. Kunnen huurder en verhuurder daarover geen overeenstemming bereiken dan kan ieder van hen de (kanton-) rechter vragen deze huurverhoging vast te stellen. Dit artikel slaat op alle bedrijfsruimten. Richt een van beiden zich tot de rechter, dan dient dat verzoek vergezeld te gaan van een advies van een deskundige (taxatierapport) over de verlangde huurverhoging.

De nieuwe huurcontracten en de nieuwe Algemene Bepalingen (AB) van de Raad voor Onroerende Zaken zijn inmiddels verkrijgbaar via www.roz.nl. Naast de huurcontracten zijn ook de AB flink gewijzigd en ik raad de huurders en verhuurders bij nieuwe huurcontracten aan deze AB goed te lezen. Op de laatste pagina van het nieuwe huurcontract tekent de huurder voor ontvangst en akkoord van deze AB. Wilt u afwijken van deze AB, doe dat dan door een apart artikel in het huurcontract waarin u constateert dat u van een genoemde bepaling afwijkt plus eventueel een vervangende tekst. Wilt u persé tekst in de AB doorhalen, laat dan huurder en verhuur in de linker kantlijn daarvoor paraferen, maar beter vind ik een apart artikel in het huurcontract. Doorhalingen van teksten in de AB die huurder of verhuurder aanbrengen zonder dat beide partijen paraferen zijn van nul en generlei waarde. Contracten zijn immers nooit eenzijdig te wijzigen.

-einde-