| |
Per 1 augustus jongstleden trad
het nieuwe huurrecht voor woon- en bedrijfsruimten in werking. Gedurende
enkele maanden behandelde ik steeds een onderdeel van de nieuwe huurregels
voor bedrijfsruimte. De week gaat mijn laatste bijdrage in deze serie
over de definitie van de kleinhandelsruimte, de energiebesparende maatregelen
en de Algemene Bepalingen.
De definitie van de bedrijfsruimten die een aanmerkelijke huur- en huurprijs-
bescherming genieten vindt u nu in artikel 7: 290 van het Burgerlijk Wetboek
(BW). Voor 1 augustus stond deze aanduiding in artikel 7A: 1624 BW. De
huidige wetstekst omvat: een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan,
die krachtens overeenkomst van huur en verhuur is bestemd voor de uitoefening
van een kleinhandelsbedrijf (winkel), van een restaurant- of cafébedrijf.
Van een afhaal- of besteldienst of van een ambachtsbedrijf. Een en ander
indien in de verhuurde ruimte een voor het publiek toegankelijk lokaal
voor rechtstreekse levering van roerende zaken of voor dienstverlening
aanwezig is. Hieronder vallen ook een hotelbedrijf en een kampeerbedrijf.
Bij deze ruimten behoren ook de aanhorigheden, de bij het gehuurde behorende
grond en de afhankelijke woning.
Belangrijk vereiste om een ruimte te zien als een kleinhandelsbedrijf
dat er rechtstreekse levering of verkoop plaats vindt. Dit is niet het
geval in een meubeltoonzaal die slechts als showroom dient, maar waarbij
de levering via de detailhandel geschiedt. Bij een hotel en een kampeerbedrijf
hoeft geen sprake te zijn van een publiek toegankelijk lokaal en bij de
camping uiteraard niet van een gebouwde onroerende zaak. Een gedeelte
van een bedrijfsruimte onder dit artikel kan zijn een coffeeshop in een
ziekenhuis, maar ook een shop-in-shop in een groot warenhuis. Bij aanhorigheden
kunt u denken aan bij een winkel behorende opslagruimte op hetzelfde terrein.
De afhankelijke woning is de bedrijfs- of dienstwoning die niet apart
verhuurd wordt of niet apart te verhuren is. Deze valt dan voor de huurregels
en huurprijsregels onder de bedrijfsruimte.
|
|
Nieuw is artikel 7: 305 BW over
de financiële gevolgen van energiebesparende werkzaamheden. Schrijft
een gemeente, op basis van de Woningwet, een verhuurder aan energiebesparende
verbeteringen aan het pand aan te brengen is de verhuurder bevoegd om
ter doorberekening van de kosten daarvan een daarop afgestemde huurverhoging
te verlangen. De huurverhoging moet redelijk zijn. Kunnen huurder en verhuurder
daarover geen overeenstemming bereiken dan kan ieder van hen de (kanton-)
rechter vragen deze huurverhoging vast te stellen. Dit artikel slaat op
alle bedrijfsruimten. Richt een van beiden zich tot de rechter, dan dient
dat verzoek vergezeld te gaan van een advies van een deskundige (taxatierapport)
over de verlangde huurverhoging.
De nieuwe huurcontracten en de nieuwe Algemene Bepalingen (AB) van de
Raad voor Onroerende Zaken zijn inmiddels verkrijgbaar via www.roz.nl.
Naast de huurcontracten zijn ook de AB flink gewijzigd en ik raad de huurders
en verhuurders bij nieuwe huurcontracten aan deze AB goed te lezen. Op
de laatste pagina van het nieuwe huurcontract tekent de huurder voor ontvangst
en akkoord van deze AB. Wilt u afwijken van deze AB, doe dat dan door
een apart artikel in het huurcontract waarin u constateert dat u van een
genoemde bepaling afwijkt plus eventueel een vervangende tekst. Wilt u
persé tekst in de AB doorhalen, laat dan huurder en verhuur in
de linker kantlijn daarvoor paraferen, maar beter vind ik een apart artikel
in het huurcontract. Doorhalingen van teksten in de AB die huurder of
verhuurder aanbrengen zonder dat beide partijen paraferen zijn van nul
en generlei waarde. Contracten zijn immers nooit eenzijdig te wijzigen.
-einde-
|
|