| |
Zwaaiend met regels in het kader van de Ruimtelijke Ordening hebben gemeenten
vele malen vestiging van grote winkels aan de periferie van hun gebieden
kunnen tegenhouden ten gunste van bepaalde winkelconcentraties of winkelcentra.
Aan deze overregulering waarvoor ons Regelland enige roem heeft verkregen,
komt na een uitspraak van de Raad van State een einde. Grote detailvestigingen
zijn nu wel degelijk mogelijke aan de randen van gemeentelijke gebieden.
Naar verwachting zal in het nieuwe beleid voor de Ruimtelijke Ordening
in de zogenaamde Vijfde Nota RO de term perifeer vervallen bij de aanduiding
detailvestigingen. Tevens zal de beperking van het aantal mogelijke branches
dan niet meer voorkomen. Dat betekent dat in de nabije toekomst gemeenten
grote detailzaken niet meer kunnen tegenhouden omdat zij vinden dat die
grote winkels een nadeel zullen opleveren voor in dezelfde gemeenten liggende
winkelcentra of winkelconcentraties in bijvoorbeeld het centrum van die
(deel-) gemeente. Dacht men vroeger bij perifere detailvestigingen nog
slechts aan winkels die volumineuze artikelen verkochten die weer behoefte
hadden aan grote verkoop- en opslagoppervlakten, nu kunnen ook grote kruideniers
en speelgoedzaken zich daar vestigen. Dit ongeacht of zij een concurrentie
met andere winkels of winkelcentra oproepen.
Vorige week las ik over een uitspraak met betrekking tot zo=n kwestie
van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In de mooie
gemeente Oisterwijk (NB) speelde blijkbaar een affaire of aan de rand
van het Oisterwijkse grondgebied naast een detailhandel van muziekinstrumenten
ook nog plaats was voor andere detailzaken. De gemeenten en het provinciale
bestuur vonden van niet en bepaalden voor dat perifere gebied .
|
|
een branchebeperking. De Raad van State vernietigde genadeloos en sterk
gemotiveerd deze beperkingen van de gemeente en de provincie
De branche- en/of het assortimentsbeperking, die gemeenten in bestemmingsplannen
en/of in bouwvergunningen opnemen, zijn voortaan uit den boze. Zelfs indien
de nieuwe (perifere) detailzaken concurrerend zouden werken voor andere
winkels. In het uiterste geval mag daardoor andere (concurrerende) detailhandel
failliet gaan. Ruimtelijke Ordening gaat immers niet over het toelaten
van branches en assortimenten in een bepaald gebied, maar of de gebouwen
met een algemene ruime aanduiding van bestemmingen in een gebied toelaatbaar
zijn. Uiteraard bestaat er voor gemeenten een escape bij het toestaan
van detailzaken in een perifeer gebied, indien namelijk daardoor een duurzame
ontwrichting van het in het verzorgingsgebied aanwezige voorzieningenapparaat
zou ontstaan. Hierbij denk ikzelf dat in dit geval alle winkels in een
kleine gemeenten failliet moeten gaan ten gevolge van een nieuw te vestigen
Carrefour. Dit komt bijna nooit voor, en daarom is dit voor gemeenten
slechts een narrow escape.
Stel dat er in een gemeenten twee grote supermarkten zijn, dan is het
voor een gemeente niet meer mogelijk om een derde (grote ) supermarkt
in haar gebied tegen te houden. Althans, zolang geen sprake is van deze
ernstige duurzame ontwrichting.
Deze verruiming van (perifere) vestigingsmogelijkheden is te danken aan
de Marktwerking-, Deregulerings- en Wetgevingskwaliteit-werkzaamheden
(MDW) van onze Minister van Economische Zaken. Ik beken, dat ik in aanzet
niet zo onder de indruk was van de MDW-activiteiten van deze minister,
maar in dit kader komt zij het bedrijfsleven aardig tegemoet. Op het randje
van het ravijn, groeien overigens de mooiste orchideeën.
-einde-
|
|