ARTIKELEN UIT DE FINANCIELE TELEGRAAF

 

geplaatst 23/10/2001 Op 't randje
'over perifere detailvestigingen'

<< terug
 

Zwaaiend met regels in het kader van de Ruimtelijke Ordening hebben gemeenten vele malen vestiging van grote winkels aan de periferie van hun gebieden kunnen tegenhouden ten gunste van bepaalde winkelconcentraties of winkelcentra. Aan deze overregulering waarvoor ons Regelland enige roem heeft verkregen, komt na een uitspraak van de Raad van State een einde. Grote detailvestigingen zijn nu wel degelijk mogelijke aan de randen van gemeentelijke gebieden.

Naar verwachting zal in het nieuwe beleid voor de Ruimtelijke Ordening in de zogenaamde Vijfde Nota RO de term perifeer vervallen bij de aanduiding detailvestigingen. Tevens zal de beperking van het aantal mogelijke branches dan niet meer voorkomen. Dat betekent dat in de nabije toekomst gemeenten grote detailzaken niet meer kunnen tegenhouden omdat zij vinden dat die grote winkels een nadeel zullen opleveren voor in dezelfde gemeenten liggende winkelcentra of winkelconcentraties in bijvoorbeeld het centrum van die (deel-) gemeente. Dacht men vroeger bij perifere detailvestigingen nog slechts aan winkels die volumineuze artikelen verkochten die weer behoefte hadden aan grote verkoop- en opslagoppervlakten, nu kunnen ook grote kruideniers en speelgoedzaken zich daar vestigen. Dit ongeacht of zij een concurrentie met andere winkels of winkelcentra oproepen.

Vorige week las ik over een uitspraak met betrekking tot zo=n kwestie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In de mooie gemeente Oisterwijk (NB) speelde blijkbaar een affaire of aan de rand van het Oisterwijkse grondgebied naast een detailhandel van muziekinstrumenten ook nog plaats was voor andere detailzaken. De gemeenten en het provinciale bestuur vonden van niet en bepaalden voor dat perifere gebied .

 

een branchebeperking. De Raad van State vernietigde genadeloos en sterk gemotiveerd deze beperkingen van de gemeente en de provincie

De branche- en/of het assortimentsbeperking, die gemeenten in bestemmingsplannen en/of in bouwvergunningen opnemen, zijn voortaan uit den boze. Zelfs indien de nieuwe (perifere) detailzaken concurrerend zouden werken voor andere winkels. In het uiterste geval mag daardoor andere (concurrerende) detailhandel failliet gaan. Ruimtelijke Ordening gaat immers niet over het toelaten van branches en assortimenten in een bepaald gebied, maar of de gebouwen met een algemene ruime aanduiding van bestemmingen in een gebied toelaatbaar zijn. Uiteraard bestaat er voor gemeenten een escape bij het toestaan van detailzaken in een perifeer gebied, indien namelijk daardoor een duurzame ontwrichting van het in het verzorgingsgebied aanwezige voorzieningenapparaat zou ontstaan. Hierbij denk ikzelf dat in dit geval alle winkels in een kleine gemeenten failliet moeten gaan ten gevolge van een nieuw te vestigen Carrefour. Dit komt bijna nooit voor, en daarom is dit voor gemeenten slechts een narrow escape.

Stel dat er in een gemeenten twee grote supermarkten zijn, dan is het voor een gemeente niet meer mogelijk om een derde (grote ) supermarkt in haar gebied tegen te houden. Althans, zolang geen sprake is van deze ernstige duurzame ontwrichting.
Deze verruiming van (perifere) vestigingsmogelijkheden is te danken aan de Marktwerking-, Deregulerings- en Wetgevingskwaliteit-werkzaamheden (MDW) van onze Minister van Economische Zaken. Ik beken, dat ik in aanzet niet zo onder de indruk was van de MDW-activiteiten van deze minister, maar in dit kader komt zij het bedrijfsleven aardig tegemoet. Op het randje van het ravijn, groeien overigens de mooiste orchideeën.
-einde-