| |
Bij het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte
kunt u de huurprijs vrij afspreken. Om van alle huurspecificaties af te
zijn spreken huurder en verhuurder regelmatig af dat in de huurprijs alle
bijkomende kosten begrepen zijn. Zo'n huurprijs noemt men inclusief alle
kosten of een all-in huur. Deze afspraak lijkt in het begin eenvoudig,
echter bij de wijziging van onderdelen van zo'n all-in huurprijs of bij
de jaarlijkse afrekening van bijkomende kosten, zit er onenigheid in het
verschiet.
Bij een all-in huurprijs telt men alle bijkomende kosten die voor rekening
van de huurder komen op bij de kale huurprijs. Dit betekent dan dat de
verhuurder verantwoordelijk is voor alle uitgaven die met deze bijkomende
kosten verband houden en er zorg voor draagt dat alle leveringen en werkzaamheden
ordelijk worden uitgevoerd. Deze bijkomende kosten kunnen betrekking hebben
op ondermeer: verwarmingskosten, kosten airconditioning, schoonmaakkosten,
verbruik water, gas en elektriciteit, onderhoudskosten lift, kosten beveiliging
en glazenwasser en dergelijke. Wijzigen deze kosten, wil de verhuurder
de kale huurprijs met een ander percentage verhogen dan de kosten of lopen
de kosten uit de hand en de verhuurder ziet zich genoodzaakt de kostenbijdrage
van de huurder aanmerkelijk te verhogen, dan hoop ik maar dat de huurspecificatie
voldoende aanwezig is. Meestal is dit niet het geval en ontstaat er tussen
huurder en verhuurder een fikse discussie over deze specificatie.
Stelt u zich voor dat de huurprijs stijgt met de inflatie of de Consumentenprijsindex,
dit jaar circa 4 2 procent, de kosten stijgen met 10 procent en de BTW
op de bijkomende kosten zou ook nog een stijgen tot 20 procent (is theorie!).
Dit terwijl de huurprijs zonder BTW is en de kosten uiteraard met BTW
belast
|
|
zijn. Erger wordt het nog indien de verhuurder aan het einde van de huurperiode
de kale huurprijs wil verhogen tot het marktniveau, terwijl het precieze
bedrag van deze kale huur niet bekend is, want hij berekende de huurder
altijd een all-in huurprijs. Dit is een welhaast een Gordiaanse knoop,
waarbij meestal een kantonrechter het laatste woord heeft en die knoop
zal doorhakken. Noch de huurder noch de verhuurder zal uiteindelijk tevreden
zijn met zo=n rechterlijke uitspraak, maar ze moeten het er toch mee doen.
Beter is het om in de huurovereenkomst of in het huurcontract een duidelijke
specificatie op te nemen van de kale huurprijs met of zonder BTW. Daarbij
een duidelijke opsomming van de bijkomende kosten, dat wil zeggen de bedragen
met en zonder BTW. Het totaal van deze bedragen is dan de door de huurder
te betalen brutohuur. Ik vind het redelijk dat de door de huurder te betalen
bijkomende kosten opgenomen zijn in de vorm van een maandelijks of kwartaalvoorschot.
De verhuurder kan dan per jaar, meestal per servicekostenseizoen dat loopt
van 1 juli tot en met 30 juni van het daaropvolgende jaar, voor de huurder
een afrekening maken. Het teveel betaalde krijgt de huurder dan terug
en het tekort moet hij bijbetalen. Deze afrekening dient volgens mij uiterlijk
op 1 oktober van ieder jaar plaatsgevonden te hebben. Bij een specificatie
van de bedragen voor bijkomende kosten behoort ook een duidelijke omschrijving
van de diensten die de verhuurder daarvoor zal (laten) verrichten. De
huurder moet het ook eens zijn met deze omschrijving, anders zou een verhuurder
maar zo=n gang kunnen gaan. En dat is niet de bedoeling, want bij servicekosten
beheert de verhuurder het geld van de huurder en daarop moet hij zuinig
zijn. Overigens doet de verhuurder dat niet gratis, meestal krijgt hij
daarvoor buiten de ontvangen huur een jaarlijkse vergoeding.
-einde-
|
|