ARTIKELEN UIT DE FINANCIELE TELEGRAAF

 

geplaatst 29/8/2001 (on) beschermde huur?
'Over bedrijfsruimten BW 7A: 1624 e.v.'

<< terug
 

Regels over huurbescherming en huurprijzen van bedrijfsruimten bestaan in ons land in twee verschillende regimes. Reeds vele jaren moeten rechters een aantal malen per jaar een oordeel geven over huursituaties, waarin de bestaande wettelijke regels onduidelijk zijn. Nieuwe en duidelijke regels voor huur van bedrijfspanden zijn ondanks politieke beloftes, voorlopig niet te verwachten. Dus bij huur van bedrijfsruimten blijft het behelpen maar vooral opletten.

Middenstandsruimten zoals winkels, restaurants, cafés, maar ook een scheepsreparatiewerf vallen onder de huur(prijs)bescherming van de regels uit het Burgerlijk Wetboek (BW) artikel 7A: 1624 en volgende. Alle andere bedrijfsruimten vallen onder de veel minder beschermende regels van de Huurwet. Loopt u in een warenhuis van de Bijenkorf rond, dan verwacht u toch niet dat de Bijenkorf als huurder van zo'n pand, omdat hij een zwakke marktpartij zou zijn, door de stringente regels van artikel BW 7A:1624 beschermd dient te worden. Het is wel zo! Ditzelfde geldt voor de grote Super de Boers, Gamma=s en andere winkelketens. Deze grote huurders die soms machtiger zijn dan de eigenaar/verhuurders van hun panden hebben helemaal geen behoefte aan de overbescherming die deze wettelijke regels in een aantal gevallen aan huurders geven.

Voor velen is het nog steeds niet duidelijk, en het ligt ook niet voldoende vast, welke ruimten door welk gebruik ervan huur(prijs)bescherming geniet en welke niet. Bijvoorbeeld een sigarenwinkel en een kruidenier vallen onder de beschermende regels, maar een stomerij niet. De wetgever moet in deze situatie eindelijk eens een einde maken en duidelijke regels opstellen.

 

Over deze onduidelijkheid deed de rechtbank van Leeuwarden onlangs nog een uitspraak. De huurder was een scheepswerf in Balk die boten repareerde, bootspullen verkocht en boten verhuurde. De huur werd opgezegd en men richtte zich tot de kantonrechter te Sneek om op grond van huurbescherming een voortzetting van de huur te vragen. Dit stond de kantonrechter in Sneek toe. De rechtbank in Leeuwarden dacht er anders over en wees het verzoek om huurbescherming af en gelastte ontruiming op basis van de regels in de Huurwet. Dit verraste mij, want iets meer dan twee jaar geleden schreef ik in deze column over de historische scheepswerf 't Kromhout te Amsterdam, welke wel huurbescherming geniet en dus niet onder de Huurwet valt. Nu weet ik wel dat Friesland en Amsterdam in veel opzichten van elkaar verschillen, maar dat dit ook zou bestaan op het terrein van huurrecht, dat gaat me te ver.

Bij nalezing van het vonnis van de rechtbank bleek dat de scheepswerf te Balk zijn omzet voor meer dan 50 procent haalde uit de verhuur van boten en ligplaatsen, en slechts een kleiner deel uit verkoop van dieselolie en het uitvoeren van reparaties aan schepen. Bij 't Kromhout bestaat de omzet nog steeds voor een groot deel uit reparatiewerkzaamheden aan boten. Door dit kleine verschil genoot de scheepswerf in Balk geen huurbescherming en die in Amsterdam wel. Overigens vergat de scheepswerf in Balk aan de rechter een uitstel van ontruiming te vragen voor het geval hij geen huurbescherming genoot, dat had hij beter wel kunnen doen. Want nu moest hij zijn terrein binnen drie maanden ontruimen, indien hij niet tijdig tegen deze uitspraak in beroep was gegaan. Een goede schipper zal ook altijd voor twee ankers gaan liggen, dat deed de advocaat van de Friese werfbaas helaas niet.
-einde-