Gedenkboek 125 jaar Makelaarsvereniging Amsterdam NVM-MVA

Geschreven door Hans Broeren op .

Kraakbeweging: van rebellie tot bourgeoisie

Medio 1968 vond in Parijs de studentenopstand plaats. En in Europa, dus ook in ons land, kwam een beweging op gang die de oude orde wilde veranderen, moderniseren. Dit leidde in Amsterdam ondermeer tot de bezetting van het Maagdenhuis door universitaire studenten. Alles moest veranderen, althans dat vond toen een deel van de jongeren. De samenleving ondervindt nog steeds de gevolgen van de beweging die in 1968 in Parijs werd gestart.

Een baksteen door de ruiten van het kantoor van een collega aan de Prinsengracht, ook een baksteen door de ruiten van een onroerend goedbeleggingsmaatschappij en die van het gemeentelijk woningbureau. Deze voorvallen in de eerste weken van de maand januari 1969 leken onschuldig. Het was echter het begin van een beweging in Amsterdam, en later in de rest van ons land, waarover velen nu nog niet uitgepraat raken.

Begin zeventiger jaren deed het gemeentebestuur er ook werkelijk alles aan om delen van de bevolking van de hoofdstad tot opstand te brengen. Hierbij denk ik aan de rigoureuze sloopplannen in de Jordaan, de Pijp en de Dapperbuurt. Laten we daarbij niet vergeten de sloopplannen voor de Metro in de Nieuwmarktbuurt. Voor allerlei megalomane bouwplannen van het toen zittende gemeentebestuur moesten duizenden huurwoningen wijken, terwijl er al woningnood bestond. In de Dapperbuurt wilde het stadsbestuur alles slopen, inclusief de markt die moest verdwijnen, met uitzondering van de Muiderkerk. Alles moest wijken voor geplande hoogbouw. Groepen Amsterdammers kwamen in opstand en vormden met succes actiegroepen.

Mensen, waaronder gezinnen, konden dus niet aan betaalbare huurwoningen komen. Dit terwijl er vele leeg stonden. Dus betrokken zij brutaal de leegstaande woningen. Dit gebeurde illegaal, zonder toestemming van de gemeente en zonder huurcontract met de eigenaar/verhuurder. In een aantal gevallen forceerde men deuren en ramen om binnen te komen. Vandaar de naam voor dit fenomeen: "kraken". Het woord kraken is afkomstig van een kraak zetten, waarvan men bij het dievengilde zijn broodwinning maakt.

Krakers kwamen in opstand tegen de situatie dat woon- en bedrijfspanden die uit speculatieve overwegingen leeg stonden; vaak zeer lange tijd leeg stonden. Dit gebeurde zeker in de tijd dat Engelse beleggers hele blokken in deze stad opkochten. Eigenaren verdienden met het laten leegstaan van panden en die leeg te verkopen aan bijvoorbeeld Engelsen meer dan met verhuur. Ook waren dat de jaren dat het duidelijk werd dat het toewijzingssyteem van huurwoningen in deze stad nooit goed gewerkt heeft. Gelukkig heeft de gemeente dit systeem inmiddels verlaten.

Het was natuurlijk ook oneerlijk dat velen geen huurwoning konden vinden en tegelijkertijd vele panden gewoonweg leeg stonden. Aan de andere kant is het ook niet juist om zonder huurcontract of huur te betalen een woning te bezetten. Dat is een inbreuk op een van de oudste rechten van deze wereld, namelijk het recht van eigendom, in dit geval van onroerend goed. Rechters dachten destijds daar anders over. Zij konden het billijken dat ingeval van woningnood mensen onnodig leegstaande panden betrokken. Dit bij gebrek aan de beschikbaarheid van andere huurwoningen.

In het begin werden krakers overigens door zowel de politie als door knokploegen van huizenbezitters uit de gekraakte panden gezet. Met het verschijnsel van particuliere knokploegen ben ik nooit gelukkig geweest, zeker niet als collega's die financierden. Later mochten krakers naar het oordeel van de rechters blijven wonen in de door hen gekraakte panden. Weer jaren later konden huizenbezitters ontruiming van die panden bewerkstelligen op basis van het Huidenstraat-arrest. Nu bestaat er nog een bescheiden aantal gekraakte panden, die een successievelijke ontruiming te wachten staat.

Dus is kraken een drijfveer gestoeld op edele motieven? Nou ja, ik denk dat het in de beginjaren van de kraakbeweging wel de bedoeling was. Daarna liep het uit de hand. De autonomen grepen de macht bij de krakers en hun motto werd: jullie rechtstaat is de onze niet. Zij erkenden onze wetten niet en maakten hun eigen regels; pleegden eigen richting. Na de hoogtijdagen van de krakers in de tachtiger jaren van de vorige eeuw volgden snel excessen van vernielingen, rellen, vechtpartijen en wangedrag. Wie herinnert zich niet de oorlog-achtige taferelen tijdens de grote ontruimingen in die jaren? Met als triest dieptepunt toen een jonge kraker in een politiecel overleed. Vanaf dat moment verloren de krakers - verdiend - steeds meer sympathie van de Amsterdamse bevolking. Zeker toen na ontruiming bleek dat de krakers monumentale panden volledig vernield hadden.

Toch is een aantal anekdotes uit die jaren mij bijgebleven. Zo was er een onroerendgoedhandelaar, waarvan een pand was gekraakt. Hij was erachter gekomen waar de ouders van een van de krakers woonden. Toen is hij brutaal naar die ouders gegaan, heeft aangebeld en nam plaats in hun zitkamer met de mededeling: "zo, deze kamer heb ik nu gekraakt en ik hoef niet weg". De ouders hebben hun krakerszoon uit de gekraakte woning weten te krijgen en vervolgens vertrok de handelaar uit hun zitkamer. Of toen tijdens een huizenveiling een groep krakers, gehuld in haveloze kledij en getooid met veelkleurige hanenkammen, de veiling verstoorde en de aanwezige makelaars niets anders wisten te verzinnen dat ons volkslied aan te heffen. Ik moet toegeven dat ik als rechtgeaarde republikein toch heb meegezongen. Als je jong bent en je tijdens amoureuze escapades in een kraakpand belandt, is het op zijn minst opmerkelijk erachter te komen dat je de beheerder van dat kraakpand bent. Zo'n ontdekking kenbaar maken aan de beoogde amant leidt tot grote hilariteit, dat kan ik u uit eigen ervaring vertellen.

Ik kan me de situatie van de militaire ontruimingsoperatie op een vroege ochtend van november 1982 in de 1e Constantijn Huygensstraat nog goed herinneren. Ook de ontruiming van de Lucky Luyk, waar ik met mijn auto - een rode Alfa Romeo - in terecht kwam. Het vuur schoot onder mijn auto door en een politie-agent, die erachter kwam dat ik makelaar was en geen brandweercommandant, sommeerde mij de buurt onmiddellijk te verlaten. Veldslagen werden geleverd tussen krakers en politie, soms moesten mensen op weg naar hun werk en naar huis zich een weg banen door een waar slagveld met obstakels in de onmiddellijke omgeving van een kraakpand. Al die strijd heeft destijds vele miljoenen guldens belastinggeld gekost. Daarvan hadden we heel wat huurwoningen kunnen bouwen. 

Op krakers maakten deze argumenten geen enkele indruk, zij voerden hun strijd tegen het gevestigde gezag. Voor hen heiligde het doel vele middelen. Maar de gemeentebestuurders moesten optreden, nog meer strijd kon de stad echt niet meer aan. Dus kocht de gemeenten vele gekraakte panden aan, verbouwde die voor veel geld tot woningen en kleine bedrijfsruimten. In feite kocht de gemeenten een aantal krakersrellen af. Vervolgens konden dezelfde krakers deze woningen en bedrijfsruimten tegen een allervriendelijkste prijs huren. Veel van die krakers huren die ruimten hedentendage nog steeds. Alleen.... zij zijn geen krakers meer, maar advocaten, accountants, medisch specialisten, die eigenlijk een behoorlijke huur kunnen betalen of een huis kunnen kopen. Hun idealen van destijds zijn nu onvindbaar.

Het kraken leidde ook weer tot een nieuwe economische activiteit. Van de ene op de andere dag richtten actieve ondernemers bureaus op waar huiseigenaars anti-kraakwachten konden bestellen. Dit had tot gevolg dat er flinke ruimte ontstond op de markt waar een chronisch tekort aan studentenkamers heerste. En, uiteraard plukten de aannemers de vruchten van het herstellen van de vernielingen aan kraakpanden, die krakers om welke ideologische reden dan ook aanbrachten.

Nee, van die originele kraakbeweging, zoals die in 1970 op het Bickerseiland bestond, waarbij zelfs het vroegere atelier van de schilder Breitner werd gekraakt, is (gelukkig) niets meer over. Als ik mijn oor nu te luisteren leg bij krakers, spreken zij meer verschillende talen dan ik beheers. De huidige krakers bestaan uit groepen anarchisten afkomstig uit geheel Europa, die hun heil en gratis woonruimte in Amsterdam zoeken. Dit heeft niets te maken met woningnood en onnodig leegstaande panden en daar zijn overheden en rechters nu ook achter. Met een grote regelmaat ontruimt de politie panden en de weerstand, die zij daarbij ondervindt, kan niet in de schaduw meer staan van de gebeurtenissen in de tachtiger jaren. Echte woningnood bestaat niet meer en voormalige krakers hebben zich als eerzame burgers genesteld in de maatschappij.

De Dichter des Vaderlands Gerrit Komrij schreef aan het slot van zijn column Een en Ander in het NRC/Handelsblad van 1 december 1982: "De krakers zijn hard op weg om, na middenstanders, de burgerlijkste groep van Nederland te worden." Dit was zo waar een visionaire uitsmijter.