| |
Vorige week vrijdag maakt de
minister van Vrom Dekker bekend dat zij woningcorporaties voorrang geeft
bij verkoop van rijkskantoren om deze om te bouwen tot woningen. Ik vind
dit een kwalijke gang van zaken en ik vraag me af of deze voorkeursbehandeling
wel is toegestaan.
Wat is er mis met de particuliere sector?Heeft die niet meer woningen
gebouwd dan alle woningcorporaties bij elkaar gedurende de laatste jaren?
De woningcorporaties hebben samen 2,3 miljoen huurwoningen en daarmee
zijn zij niet eens in staat om ’s lands woningmarkt fatsoenlijk
te bedienen. Zijn het niet de woningcorporaties, zeker in een grote gemeente
als Amsterdam, die het gewoon verdomden om woningen te bouwen. Nee, zij
begaven zich liever op de markt van koopwoningen en bedrijfsmatig onroerend
goed. Waar zij niets te zoeken hebben, want hun doelstelling is beperkt
tot sociale huurwoningen in ons land. En, niet daar buiten…..
Ik viel van mijn stoel, toen ik het persbericht las. Minister Dekker bestempelt
particuliere en institutionele onroerend goed bezitters en ontwikkelaars
als tweede rang.
In de particuliere sector verkoopt men al sinds 1970 lege huurwoningen
en woningen aan zittende huurders. Smalend noemden overheden dat: uitponden.
De laatste jaren zijn woningcorporaties ook daarmee begonnen, al verkopen
zij veel minder dan dezelfde minister Dekker zou willen. Woningcorporaties
zijn niet van die goede ontwikkelaars gebleken, als zij niet volgestopt
worden met veel subsidies. Krijgt de minister wel een goede verkoopopbrengst
als de woningcorporaties die leegstaande panden kopen in plaats van particuliere
ontwikkelaars? Ik denk het niet.
|
|
Natuurlijk is het goed om verantwoord
leegstaande oude kantoorpanden, die echt niet meer als zodanig te gebruiken
zijn, te herbestemmen. Dat kan bijvoorbeeld om daarin woningen te creëren,
maar dat kan ook met andere functies. Kijk naar het oude Belastingkantoor
in Amsterdam, waarin nu een Hoge School is gevestigd. We moeten het niet
willen om alle lege werkpanden in een wijk om te bouwen tot woningen.
Dat leidt tot zogenaamde slaapsteden en dito wijken. Wonen, werken en
recreëren komen het best tot zijn recht in een juiste combinatie.
Leegstaande bedrijfspanden staan nog voor een veel te hoge waarde op de
diverse balansen. Bij de jaarlijkse taxatie van deze panden voor beleggingsfondsen
en andere onroerend goedeigenaren gaan collega-taxateurs uit van oude
huuropbrengsten. Maar ja, als een pand echt niet meer te verhuren is,
moet de waarde naar beneden en moet de eigenaar dus afschrijven. Dat doet
pijn bij de eigenaren en bij de aandeelhouders. Ik vind het overdreven
dat eigenaren van zulke panden subsidie krijgen hun lege panden te herbestemmen
tot bijvoorbeeld woningen. Maar als het onverhoopt woningen worden, zou
deze minister wellicht kunnen besluiten dat huurders dan maar een markthuur
gaan betalen en niet zo’n communistisch lage huurprijs volgens die
beruchte staatspuntentelling. In zo’n geval hoeft de minister bij
verkoop van haar panden ook geen genoegen te nemen met een lage verkoopopbrengst
van de corporaties, maar kan iedereen mee bieden. Dan hoef ik me ook niet
op te winden over deze voorrangsregeling.
|
|