| ARTIKELEN COBOUW |
||||
| geplaatst 25 november 2005 |
<< terug | |||
| Afgelopen maandag hoorde ik
tijdens een bijeenkomst van bedrijfsmakelaars in Utrecht de directeur
van de Rijksgebouwendienst spreken. Zijn tekst beviel me niks. Deze overheidsdienst
wordt namelijk een heel grote partij op de markt van bedrijfsmatig onroerend
goed in ons landje en streeft naar nog meer invloed. |
Van de RGD vernam ik ook dat zij zoveel mogelijk investeren in gebieden nabij NS-stations en in andere gemeentelijke centra. Het was me al opgevallen dat overheidsinstanties dure plekken in stadscentra en nabij NS-stations innemen. Ondermeer het hoofdstedelijke gemeente-archief in het voormalige hoofdkantoor van de ABN-Amro in de Vijzelstraat te Amsterdam. Maar ook grote bibliotheken, zoals de nieuwe bibliotheek op het Oosterdokseiland in de hoofdstad. Daarmee ben ik niet zo gelukkig als overheden wel zouden wensen. Overheden moeten hun kantoren en andere panden niet op dure grond willen bouwen, die dure grond en gebouwen kunnen zij veel beter laten kopen door de private sector. Overheden moeten immers dat dure o.g. betalen van belastinggeld en dat kan dus ook wel wat minder. Daarbij komt dat private partijen op dure plekken personeel en bezoekers voortbrengen die geld stoppen in de lokale economie. En, met alle respect dat doen personeel en bezoekers van overheidsinstanties veel minder. Gemeentelijke centra hebben ‘spenders’ nodig en geen door belastinggeld gefinancierde en zuinige bezoekers. Daarom geen bibliotheek op zeer dure grond, waarbij ik me afvraag of men een bibliotheek echt boven de grond moet bouwen. Daglicht is niet echt een eerste behoefte van boeken. Zet zo’n bibliotheek onder de grond, dan is daarbovenop plaats voor een kantoor, winkels, restaurants, hotel of iets dergelijks dat geld opbrengt. Een RGD die zoveel mogelijk investeert op en nabij NS-stations. De NS een N.V. waarvan alle aandelen in eigendom zijn van de Staat. Dit lijkt mij een vorm van nepotisme. Het doet de aandelen van de NS N.V. wel erg veel in waarde stijgen en komt een beursgang steeds verder weg te liggen. Nee, ik ben er niet gerust op. |