ARTIKELEN COBOUW

 

geplaatst 24 juni 2005

Anti-kraak

<< terug
 

Vorige week lieten de ministers Dekker van Vrom en Donner van Justitie weten dat zij iets tegen kraken gaan ondernemen. Dat zal tijd worden, dacht ik. Maar ik mag het verzuim op dit terrein van hun voorgangers hen niet verwijten. Maar, ik mag de Rijksoverheid als instituut ten aanzien van kraken alles verwijten.

Ik weet nog precies dat de President van de Rechtbank in Amsterdam billijkte dat krakers leegstaande panden bezetten en in gebruik namen, zonder vergoeding en zonder de bedoeling om daaruit vrijwillig te vertrekken. Tot mijn stomme verbazing volgde ons hoogste rechtscollege de Hoge Raad deze president in zijn oordeel. Sindsdien (tachtiger jaren) zijn vele panden gekraakt door mensen die beweerden dat deze panden te lang leegstonden en zij een woning nodig hadden. Het oudste recht van eigendom (onroerend goed) en de vrije beschikking over dat eigendom werden met lompe voeten getreden. Nergens in de wereld begreep men deze rechtelijke wantoestand die toen in ons landje bestond en nog bestaat.

Dit toestaan van kraken, is volgens mij de grootste rechterlijke dwaling in ons landje. Allerlei figuren hebben daarvan misbruik gemaakt. Ook nu nog kraken dat soort figuren (bedrijfs-) panden die langer dan een jaar leegstaan. Eigenaren van leegstaande panden moeten zich in allerlei bochten wringen om te voorkomen dat die panden gekraakt worden. En, dan hebben we het over panden die leegstaan ten gevolge van een slechtere economische situatie in dit landje. Dus niet over panden die leegstaan uit speculatieve opzichten, zoals in de zeventiger jaren.

Uit eigen ervaring kan ik u vertellen hoe opstandig iemand wordt van wie een pand gekraakt is. Het sterkste staaltje maakte ik mee begin tachtiger jaren. Een vleeshandelaar bezat een villa, die werd gekraakt.

 

Hij was boos, maar kwam achter de naam en het adres van de ouders van een van de krakende jongeren. Toen ging hij op bezoek bij die ouders en nam plaats in de zitkamer. Toen zij hij: ‘zo, nu is deze zitkamer gekraakt en ik ga niet eerder weg voor dat uw zoon en kornuiten uit mijn villa zijn vertrokken’. Dit middel werkte en de kraak was binnen enkele uren opgelost.

Toen er echte woningnood was en er onnodig woonpanden leegstonden uit speculatieve overwegingen, kon ik me nog iets (weinig!) bij kraken voorstellen. Maar later toen groepen autonomen (uw regels zijn niet onze regels), die vaak niet eens Nederlander waren, de kraakwereld overnamen. En, kraakpanden van binnen werden gesloopt en van buiten werden beklad, heeft de kraakbeweging haar krediet bij het publiek en bij de overheden verloren.

Terecht zal de Rijksoverheid onder leiding van mevrouw Dekker en de heer Donner de destijdse misstap van de Hoge Raad terugdraaien. Omdat een pand voor kortere tijd leegstaat, geeft immers niet iedere onverlaat de mogelijkheid om zonder toestemming of betaling zo’n pand in gebruik te nemen. Ieder fatsoenlijk mens kan een ruimte huren, mits de eigenaar daarmee instemt. Dat geldt dus voor iedere inwoner van dit landje.

Zeker nu een aantal woningen en bedrijfspanden wat langer leegstaan dan een vijftal jaren geleden, is deze bewindslieden haast geboden, tenminste om de rechtsorde in ons landje hoog te houden. Als het gedogen van kraken wegvalt, is het alleen jammer voor al die studenten die zich nu voorzien van woonruimte door als anti-kraakwachten op leegstaande panden te passen. Maar, helaas, het recht moet z’n loop hebben.