| |
Afgelopen week presenteerde
het Kadaster trots haar nieuwe Woningwaarde-index (WIK), die zij samen
met de TU Delft heeft ontwikkeld. Deze nieuwe index WIK moet op eenvoudige
wijze huizenbezitters en anderen laten zien hoe de waarde van bestaande
koopwoningen zich heeft ontwikkeld vanaf 1993 tot en met heden. De WIK
wil namelijk de enige waarde-index van betekenis in ons landje worden.
Bij het ontwikkelen van de WIK is gekozen voor de Repeat Sales Methode
met verkooptransacties van bestaande woonhuizen en appartementen vanaf
1993. Dus in feite gebruikt men de waardestijging van die verkochte woningen
tussen de eerste en tweede verkoop. Men stelt de waarde van alle koopwoningen
in 1995 op 100 en men komt uit in april 2005 op 270,1. Dat is geen slechte
waardeontwikkeling te noemen. Van deze centrale index bestaan acht varianten.
Er is er een voor Noord, Zuid, West en Oost-Nederland in die weer en twee
varianten: voor eengezinswoningen en appartementen. In de toekomst wil
men deze laatste nog verder specificeren en wel naar hoekwoningen, vrijstaande
huizen en dergelijke. Zelf hoop ik op een verdere detaillering per groepen
postcodes bijvoorbeeld van gemeenten of regio’s. Overigens publiceert
het Kadaster deze nieuwe index iedere maand op www.kadaster.nl en die is
door iedereen gratis op te vragen.
Want zo’n stijgende waarde-index is mooi meegenomen, maar zij die
een groot vrijstaand huis bezitten in het Gooi of in Wassenaar, zullen
zich niet herkennen in de index van 2005. Ook is de diversiteit in koopwoningen
per landsdeel zo sterk dat ook bij de WIK sprake is van statistische vervuiling.
Daarom zal het Kadaster er ook niet onderuit komen, deze verdere detaillering
in haar indexen toe te passen. Anders zal zij nooit met de WIK de status
van standaard in NL bereiken, die zij nastreeft.
|
|
Aan de andere kant wil
ik ook niet te veel piepen. Zo’n totaal-index van 270,1 voor april
2005 tegenover 79,7 voor januari 1993 geeft een zeer aardig beeld van
de ontwikkeling op de koopwoningenmarkt. De publicatie van verkoopcijfers
door de makelaarsvereniging NVM en het Kadaster, gaan voorlopig door,
maar geven een veel te beperkt beeld over het totale eigenwoningbezit
van ons landje. Daarvoor is de WIK een veel beter instrument, een soort
barometer. Ik hoop in ieder geval dat het geneuzel in de media over de
enkele euro’s stijging en daling van gepubliceerde verkoopcijfers
hiermee is afgelopen. Het best kan dat door die publicaties te stoppen.
In een onbewaakt moment liet de woordvoeder van de TU Delft zich ontvallen
dat de waardestijging van alle koopwoningen vanaf 1993 tot en met heden
feitelijk 13 procent hoger is, dan men kon afleiden uit de gepubliceerde
verkoopcijfers. Voor iedereen zich rijk rekent, stel ik voor dat de TU
en het Kadaster zich daarover nog maar eens goed buigen.
Er is nog een groep die zich verheugt over deze WIK. En, dat zijn de hypotheekbanken
die zich jegens de Nederlandsche Bank moeten verantwoorden over de onderliggende
waarde van het onroerend goed inzake de door hen verstrekte hypotheekleningen.
De WIK lijkt daarvoor een goed en objectief instrument. Wat de Waarderingskamer
met betrekking tot de WOZ-waardebeschikkingen met deze WIK gaat doen, laat
zich raden. Inderdaad, die zal de WIK aangrijpen om de waarderingen verder
te verhogen.
|
|