| |
Die minister van Vrom is me er
een. Mevrouw Sybilla Dekker verbouwt haar ministerie grondig. Ze doet
de ene na de andere belofte, waaraan wij haar natuurlijk houden. Haar
laatste plan is om 80 duizend woningen per jaar te bouwen vanaf 2005 tot
2010. Dat vind ik nog al een ambitieuze doelstelling, maar zowel de bouwwereld
als ik verheugen ons op die plannen. Hoe gaat mevrouw Dekker dat allemaal
doen?
In de sfeer van de ruimtelijke ordening is ook een flinke verandering
op komst. De 12 provincies en de gemeenten krijgen het voor het zeggen.
Den Haag doet de grote lijnen, dus de regie en de provincies en gemeenten
moeten de plannen naar eigen keuze invullen. Dit is iets waarvoor ik al
eerder pleitte. Een vereiste daarvoor is wel dat provincies het met Den
Haag eens zijn over de grote lijnen van de ruimtelijke indeling en invulling
van ons landje. En, dat provincies voldoende te zeggen krijgen over de
invulling van die plannen door gemeenten en regio’s. Ik weet uit
eigen ervaring dat provincies niet over voldoende instrumenten beschikken
om zeer merkwaardige keuzes van gemeenten in bestemmingsplannen te blokkeren.
Provincies hebben hun streekplannen als toetsingskader, maar kunnen bestemmingsplannen
niet op hun uiteindelijke inhoud toetsen. Daarmee krijgen gemeenten de
vrije hand om op basis van politieke en geen zakelijke overwegingen hun
bestemmingsplannen in te vullen en uit te voeren. Daar zit volgens mij
de grote vertraging bij het realiseren van doelstellingen en ook de oorzaak
van de ongelukken met verkeerde woonwijken en braakliggende bedrijventerreinen.
Uiteraard moeten de provincies zelf zorgen voor een grote kwaliteit van
hun werk en bestuurlijke daadkracht. Anders kunnen zij het wel schudden
en mevrouw Dekker ook.
|
|
Ook moeten gemeenten de huizenbouw
niet langer zien als de grote bron van inkomsten via woekerwinsten op
de verkoop en in erfpacht uitgeven van gronden. Het beschikbaar stellen
of verkoop van grond is een faciliteit van gemeenten, niet een winstpakker.
Inkomsten van gemeenten bestaan uit lokale belastingen en heffingen, leges
en hun portie uit het gemeentenfonds. Daarmee moeten ze het maar zien
te redden. U kent de voorbeelden wel van grote bouwlocaties met hoge grond-
en erfpachtprijzen, waarvan de gemeenten de opbrengsten al uitgegeven
hebben. Waardoor ze de grondprijs niet kunnen verlagen om de verkoop van
die woningen te bevorderen.
In het kader van het openstellen van regiogemeenten voor de zoekers van
betaalbare huur- en koopwoningen kunnen de gemeenten hun wens om zeer
gemengd te bouwen in de kast zetten. Ik merk in grote gemeenten dat ze
in een wijk van alles en nog wat door elkaar willen bouwen. Dit alles
voortvloeiend uit een ouderwets dogma dat zegt dat duur en goedkoop, zowel
huur als koop in een straat door elkaar moet wonen. Dat werkt niet en
gemeenten moet zichzelf en haar bewoners dit niet willen aandoen. Het
is zo oud als de wereld dat u goedkope en dure wijken kent in goedkope
en dure gemeenten. Die oude vorm van wijken met dure of goedkope huur-
en koopwoningen bestaat en die moet men behouden. Dat super gemengd bouwen
noem ik Assepoester-planologie. Het meisje dat slechts in een droom prinses
werd. Voor de wereldveroveraars op het ministerie van Vrom waar het ‘Niet
in mijn achtertuin-wetje’ aangenomen werd onder de Engelse naam
‘Not in my backyard of Nimby-wetje’ is dat te vertalen voor
Cinderella-planning.
|
|