ARTIKELEN COBOUW

 

geplaatst 23 september 2004

Schattig

<< terug
 

Die minister van Vrom is me er een. Mevrouw Sybilla Dekker verbouwt haar ministerie grondig. Ze doet de ene na de andere belofte, waaraan wij haar natuurlijk houden. Haar laatste plan is om 80 duizend woningen per jaar te bouwen vanaf 2005 tot 2010. Dat vind ik nog al een ambitieuze doelstelling, maar zowel de bouwwereld als ik verheugen ons op die plannen. Hoe gaat mevrouw Dekker dat allemaal doen?

In de sfeer van de ruimtelijke ordening is ook een flinke verandering op komst. De 12 provincies en de gemeenten krijgen het voor het zeggen. Den Haag doet de grote lijnen, dus de regie en de provincies en gemeenten moeten de plannen naar eigen keuze invullen. Dit is iets waarvoor ik al eerder pleitte. Een vereiste daarvoor is wel dat provincies het met Den Haag eens zijn over de grote lijnen van de ruimtelijke indeling en invulling van ons landje. En, dat provincies voldoende te zeggen krijgen over de invulling van die plannen door gemeenten en regio’s. Ik weet uit eigen ervaring dat provincies niet over voldoende instrumenten beschikken om zeer merkwaardige keuzes van gemeenten in bestemmingsplannen te blokkeren. Provincies hebben hun streekplannen als toetsingskader, maar kunnen bestemmingsplannen niet op hun uiteindelijke inhoud toetsen. Daarmee krijgen gemeenten de vrije hand om op basis van politieke en geen zakelijke overwegingen hun bestemmingsplannen in te vullen en uit te voeren. Daar zit volgens mij de grote vertraging bij het realiseren van doelstellingen en ook de oorzaak van de ongelukken met verkeerde woonwijken en braakliggende bedrijventerreinen. Uiteraard moeten de provincies zelf zorgen voor een grote kwaliteit van hun werk en bestuurlijke daadkracht. Anders kunnen zij het wel schudden en mevrouw Dekker ook.

 

Ook moeten gemeenten de huizenbouw niet langer zien als de grote bron van inkomsten via woekerwinsten op de verkoop en in erfpacht uitgeven van gronden. Het beschikbaar stellen of verkoop van grond is een faciliteit van gemeenten, niet een winstpakker. Inkomsten van gemeenten bestaan uit lokale belastingen en heffingen, leges en hun portie uit het gemeentenfonds. Daarmee moeten ze het maar zien te redden. U kent de voorbeelden wel van grote bouwlocaties met hoge grond- en erfpachtprijzen, waarvan de gemeenten de opbrengsten al uitgegeven hebben. Waardoor ze de grondprijs niet kunnen verlagen om de verkoop van die woningen te bevorderen.

In het kader van het openstellen van regiogemeenten voor de zoekers van betaalbare huur- en koopwoningen kunnen de gemeenten hun wens om zeer gemengd te bouwen in de kast zetten. Ik merk in grote gemeenten dat ze in een wijk van alles en nog wat door elkaar willen bouwen. Dit alles voortvloeiend uit een ouderwets dogma dat zegt dat duur en goedkoop, zowel huur als koop in een straat door elkaar moet wonen. Dat werkt niet en gemeenten moet zichzelf en haar bewoners dit niet willen aandoen. Het is zo oud als de wereld dat u goedkope en dure wijken kent in goedkope en dure gemeenten. Die oude vorm van wijken met dure of goedkope huur- en koopwoningen bestaat en die moet men behouden. Dat super gemengd bouwen noem ik Assepoester-planologie. Het meisje dat slechts in een droom prinses werd. Voor de wereldveroveraars op het ministerie van Vrom waar het ‘Niet in mijn achtertuin-wetje’ aangenomen werd onder de Engelse naam ‘Not in my backyard of Nimby-wetje’ is dat te vertalen voor Cinderella-planning.