ARTIKELEN COBOUW

 

geplaatst geplaatst 24/4/2003 nr 03140 Ondergrondse kabels en leidingen: Een grote rotzooi

<< terug
 

Toen ik eergisteren in een Rotterdams avondblad las over een gewenste registratie van ondergrondse kabels en leidingen dacht ik terug aan een eerdere column van mij. Op 28 maart van vorig jaar schreef ik een column met de titel Labyrint over het registreren van allerlei overheidsbeperkingen van onroerend goed. Daarvoor was toen een wetsontwerp ingediend en ik heb erover sindsdien niets meer gehoord. Nu weer springen politici op een niet-gepubliceerd rapport en roepen moord en brand. Is dat nu nieuwe politiek?

Afgelopen week bleek dat Rijkswaterstaat en het Centrum voor Ondergronds Bouwen (COB) in een niet-openbaar rapport wijzen op veiligheidsrisico=s van ondergrondse leidingen en kabels waarvan het bestaan onbekend is. Of kabels en leidingen waarvan bijna niemand weet waar ze zich onder de grond of onder panden bevinden. Ik kan u beloven dat men zich in Amsterdam bij graafwerkzaamheden ten behoeve van de Noordzuid-metrolijn zich van tijd tot tijd een hoedje geschrokken is van kabels en leidingen die men ondergronds aantrof en zal aantreffen. Zowel overheden, gemeentelijke bedrijven als particuliere kabelaars hebben er onder onze grond een grote rotzooi van gemaakt. En, dat moet anders.

Ik vraag me werkelijk af of het beter wordt, als de politici er zich mee gaan bemoeien? Kijkt u eens naar dat wetsvoorstel over de beperkingen ten laste van onroerend goed, zoals bestemmingsplannen, streekplannen, monumentenstatus, beschermd natuurgebied, bodemverontreiniging en gaat u maar door. Vorig jaar heb ik al voorgesteld, om dit door het kadaster te laten registreren. Het kadaster is bij uitstek een onderneming, die zijn kwaliteit ruimschoots heeft bewezen op het terrein van vastgoedinformatie. De politiek denkt en zwijgt erover. Ik verwacht niet dat de politiek haar geschreeuw na de eerste publicatie over die kabels en leidingen zal omzetten in daden. Men zal wel verzanden in het stellen van vragen en het produceren van nota=s, eventueel stelt zij een commissie in. Intussen blijft het een rotzooi onder de grond.

 

Het schijnt dat in 1986 er al een wetsontwerp klaar lag voor een verplichte centrale registratie van ondergrondse kabels en leidingen. Na toezeggingen van kabel- en leidingbeheerders dat zij dat zelf wilden regelen, was een overheidsbemoeienis niet nodig. Althans, dat dacht de destijdse minister van Vrom. Fout dus! De kabelaars hebben daarna niets geregeld en hebben een chaos onder de grond laten ontstaan, of bevorderd.

Het lijkt me eenvoudig. Voer tegelijkertijd met een registratie door het kadaster van allerlei beperkingen ten laste van onroerend goed een verplichte registratie in door het kadaster van ondergrondse leidingen en kabels. Bestaat er geen deugdelijke registratie, dan wordt er ook niet gegraven. Dat lijkt hard, maar als er iemand blij moet zijn met deze regeling, dan zijn het de kabelaars en hun aannemers wel. Aannemers en andere leidingbeheerders ontvangen hoge schadeclaims als er weer eens een kabel of leiding wordt vernield bij graafwerkzaamheden. Als deze schade al te verzekeren is, is zowel de premie als het eigen risico torenhoog. Dus voor iedereen heeft het voordelen. Het graaft namelijk een stuk veiliger als men weet waar precies kabels en leidingen liggen.

Om zo=n registratie effectief te maken is een verplichting daartoe uiteraard noodzakelijk, maar ook een boete, zelfs wanneer het een (lagere) overheid betreft. Want juist overheden en hun bestuurders moeten het voorbeeld geven bij het opvolgen van verplichtingen die zij zelf het land opleggen. Gaan bestuurders en overheden lichtvaardig om met verplichtingen die wel gelden voor burgers en bedrijven, dan eindigt ons landje in een grote rotzooi. Dat gebeurt niet ineens, u hoort geen harde klap, maar dat sluipt er geleidelijk in. Het tegengaan daarvan vereist een harde hand jegens de politiek en hun handlangers.

-einde-