| |
Onlangs lunchte ik in Antwerpen
met een aantal Nederbelgen en enkele echte Belgen. Het werd stil aan tafel
toen een van de echte Belgen mij vroeg hoe het mogelijk was dat een rijk
en beschaafd land als Nederland wachtlijsten kent in de gezondheidszorg
en een woningtekort heeft. Beschaamd begon ik over de falende centrale
planningen van onze overheid op deze gebieden en ik liet zelfs de benaming
stalinisme vallen.
Enfin, het was een genoeglijke lunch, maar zittend in de trein terug naar
Amsterdam begon het recalcitrante stemmetje in mij op te spelen. Dat stemmetje
werd luider toen ik vernam dat Wouter Bos van de PvdA afgelopen zaterdag
aankondigde dat hij de Huisvestingswet weer wil wijzigen. Want is zijn
stelling, dorpen en kleinere gemeenten moeten weer woningen kunnen bouwen
voor hun eigen bevolking. Die nieuwe woningen mogen dan niet bestemd zijn
voor de rijke stinkers uit de grote steden die in het groen of gewoon
landelijk willen wonen. Meteen herkende ik het centralistische denken
en plannen van de socialisten. Ik ondervind dat ook iedere dag als ik
mensen die telefonisch mij om een huurwoning vragen, nee bedelen. Vanaf
1945 heeft een gemeente als Amsterdam aan woningdistributie gedaan, de
wachttijd voor een redelijk betaalbare huurwoning is nu acht jaar. Dus
de overheid heeft daarin gefaald en niet omdat ze niet slim genoeg zijn,
nee uitsluitend ten gevolge van linkse dogma=s.
In het kader van de Vinex kwamen er grote nieuwbouwwijken nabij, aan en
in stedelijke gebieden, tevens moesten gemeenten grote aantallen woningen
binnenstedelijk laten bouwen. Dorpen en kleinere gemeenten, de zogenoemde
kleine landelijke woonkernen, kregen (nagenoeg) geen nieuwbouwwoningen
toegewezen. Daarom moesten jonge mensen die zelfstandig wilden wonen en
ouderen die een te groot huis wilden ruilen voor een bejaardenwoning,
verhuizen uit hun dorp naar grotere gemeenten zoals Purmerend en Zaandam.
Dat zou leiden tot ontvolking van die landelijke kernen en dit leidt weer
tot verkleining of het wegvallen van een economisch draagvlak voor voorzieningen.
Denk hierbij aan winkels, banken en sociaal-culturele activiteiten. Jarenlang,
ook in de Staten van Noord-Holland, heb ik geknokt voor deze landelijke
kernen, maar destijds tevergeefs. Wie was mijn grote tegenstander? De
PvdA, zowel in Haarlem als in Den Haag. Volgens de PvdA moest iedereen
maar verhuizen naar de stedelijke gebieden en in flats gaan wonen. De
voormalige minister van Vrom Margreet de Boer was daarin kampioene. Nu
pas in de Vijfde nota R.O., als die nog ooit komt, schijnt daarin verandering
te komen.
|
|
Het is voor mij dan ook zuur
te horen dat de huidige PvdA het opneemt voor de woningzoekende in landelijke
gemeenten. Nog zuurder is het dat de PvdA weer haar centralistische denken
van stal haalt om dit te bewerkstelligen, hetzelfde instrument dat sinds
1945 gefaald heeft. Die rijke stedelijke stinkers kopen heus niet de eenvoudige
huur- en koopwoningen die de dorpen voor hun eigen bewoners nodig hebben,
die rijke stinkers zoeken namelijk een bungalow of villa.
De PvdA wil alweer de Huisvestingwet wijzigen. Deze wet erkende het Europese
recht van vrije vestiging, dat overigens nog steeds niet geldt voor recreatiewoningen.
Iedere Nederlander heeft dus in beginsel het recht van vrije vestiging.
Wil de PvdA, gedachtig de door haar gewenste maakbare samenleving, nu
weer gaan bepalen wie waar mag wonen? Gaan we dan weer terug naar de achterhaalde
woningdistributie? Komt het vermaledijde anti-speculatiebeding terug?
Gaat de PvdA landelijk het ellendige erfpachtsysteem met strakkere bepalingen
invoeren? Ik zou bijna wensen dat de PvdA niet meer in de regering komt,
maar ja, daarover heb ik niets te vertellen.
Laat de woning markt zo vrij mogelijk, belast het bouwen van en het onroerend
goed zelf met zo min mogelijk regels. Op de eerste plaats is er niemand
om al die (nieuwe) regels te handhaven en op de tweede plaats heeft onze
volkshuisvestingsgeschiedenis geleerd dat deze markt niet door de overheid
is te reguleren. Althans niet op de manier van Wouter Bos. Maar helaas,
hij lijkt op het ogenblik net zo hardleers als zijn leermeester Joop den
Uyl.
-einde-
|
|