| |
In mijn column >Allez houp!=
van 6 oktober 2000 fulmineerde ik al tegen een heffing van ongeveer tien
miljoen euro ten laste van grote verhuurders van woningen. Deze heffing
overkwam deze verhuurders omdat zij hadden meegewerkt aan een te grote
stijging van de huursubsidie. Gelukkig heeft de Raad van State de wet,
waarop deze heffing was gebaseerd, ongegrond verklaard. Deze week, dus
pas enkele maanden na deze uitspraak, zei de minister van VROM toe het
geld terug te betalen.
Toen ik in 2000 van deze heffing voor verhuurders las, twijfelde ik aan
mijn verstand. Maar ook aan het verstand van de makers van deze wet. Deze
wet tot beheersing van de uitgaven voor huursubsidie dateert van 1997.
Let wel: zes jaar later komt de Raad van State erachter dat deze wet niet
deugt, terwijl dezelfde Raad van State vlak voor de ingangsdatum van deze
wet de regering hierover geadviseerd heeft. Waar is men in Den Haag in
godsnaam mee bezig? Het bleek dat deze wet in strijd was met de Europese
Rechten van de Mens. Ja, dank je de koekoek, dat wist ik ook wel. De verhuurders
mochten in het kader van deze heffing niet eens weten om welke huurders
het ging. Ze konden de heffing dus niet controleren en toch moesten ze
betalen.
Al die politici, juristen en ambtenaren van VROM hebben dus niet kunnen
bevroeden, dat dit stuk wetgeving niet deugde. Schande en zonde van al
dat belastinggeld dat nu botweg weggegooid geld is. Een onderzoek van
de Rekenkamer lijkt mij hier op zijn plaats.
Trouwens laten we het eens hebben over de beheersing van de uitgaven voor
huursubsidie. Nu ontvangen meer dan een miljoen huurders totaal meer dan
anderhalf miljard euro aan huursubsidie. Dat is dus een op de drie huurders.
Huursubsidie was (terecht) bedoeld voor hen die een bepaalde huurprijs
niet konden opbrengen, een vangnet voor hoge woonlasten. Maar nu een op
de drie huurders zoveel huursubsidie ontvangt, krijgt deze regeling meer
het karakter van een inkomenssubsidie. Daarvoor was de huursubsidie niet
bedoeld.
|
|
Maar ja, dat weet de politiek
ook wel. Het is echter voor politici, die afhankelijk zijn van zoveel
mogelijk stemmen op hun partij, onmogelijk om een extraatje van een miljoen
huurders aan te pakken. Dus laten ze gods water maar over gods akkers
lopen, weliswaar ten koste van veel belastinggeld. Sterker nog, VROM voert
nog steeds een publiciteitscampagne om aan nog meer huurders huursubsidie
uit te kunnen betalen. Aangezien dat tegenwoordig centraal wordt uitgevoerd
in Den Haag, betekent dat nog meer werkgelegenheid voor Haagse ambtenaren.
Nu deze wet om de uitgaven voor huursubsidie te beheersen is uitgeschakeld,
rest Den Haag geen enkel instrument meer deze uitgaven te beteugelen.
Dus deze uitgavenpost loopt binnen enkele jaren volstrekt uit de hand
en zijn harde ingrepen onontkoombaar. De dames en heren politici kunnen
voor dit onderwerp hun borst nat maken, want dat zal een flink robbertje
knokken worden met de linkse rakkers in zowel de Tweede als de Eerste
Kamer. Maar men zal moeten ingrijpen, anders zal ooit tijdens een parlementaire
enquête blijken dat men wederom heeft zitten slapen.
Gaan de verhuurders vrijuit? Nee, althans niet geheel. Natuurlijk maken
verhuurders kwistig gebruik van de mogelijkheid om dure huurwoningen te
verhuren aan mensen die de huur eigenlijk niet kunnen betalen. Door de
hoge huursubsidie-betalingen hebben verhuurders een redelijke garantie
dat ze de huur (grotendeels) ontvangen. Terwijl andere mensen, die genoeg
inkomen genieten, niet in aanmerking komen voor die duurdere huurwoningen.
Toegegeven dat er ook gevallen zijn dat er huursubsidietrekkers zijn die
alleen of als stel een dure huurwoning bezet houden, terwijl die veel
te groot is. Maar met de huursubsidie wonen zij toch redelijk goedkoop.
Zo lang de overheid verhuurders geen instrumenten geeft om dit (scheefhuren)
tegen te gaan blijft er weinig anders dan berusting over.
-einde-
|
|