| |
Jongstleden maandag las ik in
de Amsterdamse stadskrant Het Parool over de laatste rel op het gebied
van monumenten. Verbiedt de stadsdeelraad van Amsterdam-centrum uitbundig
vlagvertoon, het hoofdstedelijke monumentenbureau legt het aanbrengen
van gevelstenen strikt aan banden. Waar een kleine hoofdstad groot in
kan zijn.
Hoewel onze hoofdstad heldhaftig probeert zich een mondain aureool aan
te meten, viert daar met de in- en uitvoering van regels de kneuterigheid
hoogtij. Het door socialisten gedomineerd stadsbestuur schijnt nog steeds
te geloven in de maakbare samenleving, waarin men geloofde in de zestiger
jaren in de vorige eeuw. Men bindt de strijd aan met auto=s, lichtreclames,
vlagvertoon en nu weer gevelstenen. Soms heb ik echt de indruk dat men
het in de hoofdstad goed voor heeft met deze stad, maar gaandeweg merk
ik dat dit stadsbestuur het aan enige visie en fantasie ontbreekt. Men
doet maar wat, ad hoc verbieden ze dit en propageren dat.
De landelijke pers heeft het verbod op vlagvertoon al voldoende gehekeld,
dat hoef ik niet nog eens over te doen. Maar, het tekent een machteloos
en saai bestuur wel. Zou een stad als Amsterdam werkelijk niets beters
te doen hebben dan vlaggen bij particuliere bedrijven, als hotels, verwijderen?
Zouden vlaggen werkelijk de oorzaak zijn van de volstrekte verloedering
die in de openbare ruimte van de hoofdstad is opgetreden? Hetzelfde geldt
voor lichtreclames die deze stad rijk is. Deze uitbundigheid behoort volgens
mij bij deze 21-ste eeuw en bij de huidige manier van commercieel communiceren.
Mij dunkt, dit stadsbestuur kan beter aandacht geven aan het schoonhouden
van de openbare ruimte, het tijdig repareren en vernieuwen van straten,
trottoirs en fietspaden. Dus, werk genoeg voor al die politici en ambtenaren
en blijf af van die vlaggen en gevelstenen.
Het begon dus met die gevelstenen van beeldhouwer ’t Mannetje. Dat
zijn nieuw gemaakte gevelstenen voor monumentale panden, meestal in het
centrum van Amsterdam. Dus veelal grachtenpanden. Eeuwen geleden brachten
de trotse eigenaren van die grachtenpanden gevelstenen aan. Op deze gevelstenen
stonden afbeeldingen die iets melden over het beroep van de eigenaar of
een beeltenis die iets liet zien over een eigenaardigheid van de man/vrouw.
|
|
Een meubelmaker liet een gevelsteen
met een tafel en stoel aanbrengen op zijn pand. Veel van die gevelstenen
zijn verdwenen, door sloop of diefstal. Om deze oude gewoonte van gevelstenen
te herstellen is jaren geleden Hans ’t Mannetje begonnen met nieuwe
gevelstenen te vervaardigen, en dat naar wens van zijn opdrachtgevers.
Dat zijn trotse eigenaren van grachtenpanden, die blijkbaar een boodschap
hebben aan het duizend koppige publiek dat deze panden ieder jaar komt
bekijken. Leuk toch?
Neen, zegt het Amsterdamse monumentenbureau, het mag niet leuk zijn.
Sterker nog het moet wetenschappelijk verantwoord zijn en zeker niet al
te fleurig. Het vergunningenbeleid gaat dus om van losjes naar strikt.
U leest het goed voor het plaatsen van zo’n (onschuldige) gevelsteen heeft
u een vergunning nodig. Om de zaak in een kader te plaatsen: we praten
hier over circa tien gevelstenen per jaar. Dit wereldveroverende monumentenbureau
gaat er zelfs een beleidsnota over schrijven. Echt, dit gaat me te ver
en is eigenlijk te gek voor woorden.
Die gevelstenen zijn niet eens een goedkope grap, het is degelijk vakwerk,
beeldhouwwerk. Een gemeente zou blij moeten zijn als particulieren een
centrum, dat waanzinnig populair is bij toeristen, iets extra=s willen
geven en het zelf betalen. Gevelstenen mogen best vrolijk zijn, zelf een
beetje ondeugend en kleurig. Als je zo’n initiatief om zeep wilt helpen,
moet je er zeker een beleidsnota over schrijven. Ik hoorde dat een gevelsteen
met twee trouwringen is afgekeurd, daar begrijp ik niets van. Zijn trouwringen
in het openbaar tegenwoordig aanstootgevend?
Gun die trotse pandeigenaar z=n gevelsteen, hij vindt dat nou eenmaal
leuk. En toeristen hebben weer iets om zich aan te vergapen. Tevens doen
zij zo iets tegen de beruchte anonimiteit waaraan grotere steden snel
lijden. En, daarvan kan dit gemeentebestuur wat leren.
-einde-
|
|